zaterdag 9 september 2017

Eolovogels

Eologismen, het heeft niets met de EO te maken, zelfs helemaal weinig met radio, al hoorde ik het voor het eerst op radio 4. Neologismen zonder eerste letter. Een idee van taalkundige Wim Daniƫls.
Laat mij, al is het al een tijdje geleden dat het in de belangstelling was, ook een uit in het akje doen:

Aapje             –          kan goed klauteren.
Achstern        –          het lachen is hem vergaan.
Achtzwaluw  –          vliegt achtbanen.
Alscholver      –          verslindt alles wat hem voor de snavel komt.
Auw               –          heeft zich pijn gedaan.
Eggenmus      –          volgt de boer tijdens het eggen.
Espendief       –          steelt populaire boompjes.
Everloper       –          loopt over de rug van wilde zwijnen op zoek naar parasieten.
IJlstormvogel –          heeft vliegende haast.
IJsje                –          smaakt bevroren het lekkerst.
Isdief              –          heeft eens gestolen.
Lauwe reiger –          is niet warm en niet koud.
Melleken        –          soort geitenmelker.
Oerdomp       –          is zo oud dat niemand precies weet wat z'n naam betekent.
Okmeeuw      –          is ok een meeuw.
Ontbekplevier –        begint te bekken; of: ontdoet z'n prooien eerst van hun bek.
Oomvalk        –          is wat ouder dan z'n neefje.
Op                  –          zijn spiegelbeeld zag hem aan voor een sprinkhaan.
Opper             –          daar zijn er een hoop van.
Orenvalk        –          draagt oorpluimen.
Osruiter         –          rijdt wel eens mee met een os.
Oudvink         –          is niet jong meer.
Potvogel         –          is zo grauw als een pot.
Ramsvogel     –          houdt zich vaak op in de omgeving van rammen, zo wordt verteld.
Rasmus          –          krijgt de mussenprijs.
Rauwe klauwier –    is een ruig beest.
Rijskopspecht –        zijn kop wordt steeds hoger.
Rilduiker       –          is iets te ver naar het koude noorden gedoken.
Taartmees      –          heeft begrijpelijke voorkeuren.
Teenarend     –          heeft lange tenen.
Teenloper      –          loopt op z'n tenen.
Witte wikstaart –      gebruikt z'n witte staart bij het nemen van beslissingen.
Uut                 –          dat waren ze.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen