maandag 23 oktober 2017

Duurzaam?

De nieuwe ministersploeg is bekend. En zowaar, er komt een ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Dat valt niets tegen. Dat “voedselkwaliteit” had er van mij uit mogen blijven, maar vooruit; laten we hopen dat de nadruk de komende jaren minder komt te liggen op massahysteries vanwege zogenaamd hoge gehaltes aan gifstoffen en meer op natuur-, dier en mensvriendelijk geproduceerd voedsel. Duurzaam voedsel, dus.

"Duurzaam", al jaren een modewoord. Het is een prachtig woord, zowel uiterlijk als innerlijk. Maar slechts weinig woorden worden tegenwoordig zo misbruikt en uitgehold als juist dit.
(Zo gaat dat met modewoorden.)
"Duurzame" levensmiddelen blijven vaak minder lang houdbaar dan "niet-duurzame". Van "duurzame" verpakkingsmaterialen zou je verwachten dat ze niet of nauwelijks afbreekbaar zijn, maar het tegendeel is vaak waar.
Desondanks neemt het gebruik van het woord eerder toe dan af. Laten we optimistisch blijven en stellen dat dat een goed teken is: er komt steeds meer aandacht voor het milieu, de natuur, voedselverspilling, dierenwelzijn, eerlijke handel… ga zo door. Van de vier hoofdstukken in het regeerakkoord heet er één zelfs "Nederland wordt duurzaam".

Goed, dat er in het akkoord zo weinig over natuur en landschap staat (zie vorige week) heeft vast te maken met het feit dat de meeste verantwoordelijkheden op dit gebied al eerder zijn doorgeschoven naar de provincies. Het zij zo. Misschien kan het feit dat natuur bij Economische zaken is weggehaald en weer aan Landbouw is gekoppeld helpen.

Maar hoe zit het dan met Lelystad? Waarom is er een extra vliegveld nodig naast Schiphol? Is dat zo duurzaam? In plaats van het verhogen van luchthavenbelasting om het milieubelastende vliegen te ontmoedigen kiest het kabinet voor verhoging van levensmiddelenbelasting. Tja, economisch gezien een verstandige keuze.

maandag 16 oktober 2017

“Groenste regeerakkoord ooit”

“Ik ben heel tevreden over dit groenste akkoord ooit”, meldt een woordvoerder van D66, “omdat ook de landbouw meegaat in de ambitieuze klimaatopgave. De natuur gaat hiervan profiteren doordat we ook in de buurt van natuurgebieden en in veenweidegebieden boeren zullen stimuleren om aan agrarisch natuurbeheer te doen – dit doen we door inzet van extra gelden uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.”
Dit klinkt hoopvol voor de natuur, zij het onheilspellend voor de boeren – in elk geval voor degenen die niet kunnen of willen inzetten op agrarisch natuurbeheer. Een minister van Landbouw lijkt er ondanks eerdere vermoedens en de inspanningen van het CDA niet te komen, laat staan een minister van LNV. Wel een minister van Economie en Klimaat wellicht, dus misschien liggen er dan toch kansen voor agrarisch natuurbeheer en andere mogelijkheden om de kampen Natuur en Landbouw, die de laatste decennia ronduit vijandig tegenover elkaar zijn komen te staan, met elkaar te verzoenen.

Nog meer opgetogen verhalen van de D66’er, zoals over een pak natuurgeld voor de provincies. Maar het gekke is dat anderen het regeerakkoord heel anders uitleggen. Volgens natuurorganisaties heeft het regeerakkoord juist geen aandacht voor natuur: “…geen enkele concrete ambitie om de teruggang van natuur en biodiversiteit en de aantasting van het Nederlandse landschap tegen te gaan. Groen gaat kennelijk niet over natuur en landschap.”
Dat zijn krasse woorden.
Hoe kan hetzelfde document zo verschillend worden uitgelegd?

In paragraaf 3.4 van Vertrouwen in de toekomst wordt onder de titel "Landbouw, voedsel, natuur, visserij en dierenwelzijn" een groot aantal actiepunten opgesomd, sommige ten behoeve van boeren (bv. voortzetting van de derogatie) en vissers (bv. voorkoming van een verbod op pulskorvisserij, waar iedereen die graag platvis eet blij mee zal zijn). Andere maatregelen leggen aan deze ambachtslieden veeleer beperkingen op (bv. de Nitraatrichtlijn), maar zullen de natuur (op termijn) ten goede komen. Er staan zeker sympathieke voorstellen in, zoals
-          boeren en tuinders die meer doen dan verplicht zullen hogere prijzen beuren
-          bevordering stadslandbouw en landwinkels
-          compensatie voor agrarisch natuurbeheer nabij Natura-2000-gebieden
-          meer ruimte voor aan voedselbank doneren van overschotten uit supermarkten en horeca
-          voortzetting beleid nationale parken
-          beheer Waddenzee
-          in-achtneming van soortgrenzen bij plantenveredeling

Het is een compromisakkoord, zoals waarschijnlijk altijd en zeker nu te verwachten (VVD economie, CDA boerenbelangen, D666 en ChristenUnie natuur). De natuur komt inderdaad niet erg nadrukkelijk naar voren. De bescherming van bedreigde planten, dieren en landschappen wordt kennelijk overgelaten aan de provincies en aan particuliere beheersinstanties, kleinschalige agrarisch-natuurbeheerinitiatieven daargelaten. Door de regeldruk zal de schaalvergroting alleen maar toenemen en dat zal onverbiddelijk ten koste gaan van wat er nog over is van de Nederlandse landschappen, voor zover nog – zoals het zou moeten – in beheer bij boeren. De laatste oude boertjes die nog ergens een paar onbemeste hooilandjes hebben liggen zullen er binnen afzienbare tijd mee ophouden en hun land verkopen aan de naburige grootgrondbezitter. Helaas, orchideeën, jullie tijd zit erop. Of zijn deze laatste pareltjes al opgekocht door Natuurmonumenten?
Toch lijkt er op meerdere punten (zijdelings) wel degelijk aandacht voor natuur te zijn. Het verschil in inzicht heeft dus grotendeels te maken met inschattingen van hoe het regeerakkoord in praktijk zal worden gebracht. Een optimist (en zeker een coalitie-politicus) ziet genoeg handvatten voor verbetering, een pessimist ziet al een sombere bui hangen. De tijd zal leren wie gelijk krijgt. Laten we hopen dat het dan nog niet te laat zal zijn voor de vele bedreigde planten en dieren die ons land nu rijk is.


dinsdag 26 september 2017

Wees eerlijk

,,Welke eigenschappen waardeer je in anderen?”
,,Eerlijkheid, betrouwbaarheid, spontaniteit, humor…”

Opvallend: eerlijkheid is een eigenschap die eigenlijk iedereen waardeert in anderen. Ook degenen die zelf niet altijd eerlijk zijn, denk ik dan. Wees eerlijk. Spreek jij altijd de zuivere waarheid? En, houd je ervan als anderen het doen?
Laat me raden. Je antwoord op de eerste vraag was “nee” en op de tweede “ja”. Daarmee beticht ik jou, of laat ik zeggen: ons, nog niet van oneerlijkheid. Maar het geeft wel te denken. Want wat is er handiger dan dat je altijd van de anderen op aan kun, dat je weet dat ze je niet bedriegen? Maar zelf een keer een halve of hele onwaarheid toepassen, dat kan ook wel eens handig zijn.

Eerlijkheid is een hoog gewaardeerde deugd. Zelfs zo hoog, dat ze de naam "eerlijkheid" kreeg. Immers, eerlijk is iets dat eer verdient. En dat geldt voor iedere deugd, nietwaar? Maar zoals "corruptie" (= bederf) staat voor één ondeugd, namelijk omkoopbaarheid, zo heeft waarheidslievendheid heeft in de loop van de tijd zoveel waardering verworven dat het inmiddels gewoon door het leven gaat als "eerlijkheid", als deugd pur sang, om zo te zeggen.

De rest spreekt eigenlijk voor zich en kan met twee woorden worden samengevat: Wees eerlijk. Dan oogst je waardering, bij God en de mensen.

zaterdag 9 september 2017

Eolovogels

Eologismen, het heeft niets met de EO te maken, zelfs helemaal weinig met radio, al hoorde ik het voor het eerst op radio 4. Neologismen zonder eerste letter. Een idee van taalkundige Wim Daniëls.
Laat mij, al is het al een tijdje geleden dat het in de belangstelling was, ook een uit in het akje doen:

Aapje             –          kan goed klauteren.
Achstern        –          het lachen is hem vergaan.
Achtzwaluw  –          vliegt achtbanen.
Alscholver      –          verslindt alles wat hem voor de snavel komt.
Auw               –          heeft zich pijn gedaan.
Eggenmus      –          volgt de boer tijdens het eggen.
Espendief       –          steelt populaire boompjes.
Everloper       –          loopt over de rug van wilde zwijnen op zoek naar parasieten.
IJlstormvogel –          heeft vliegende haast.
IJsje                –          smaakt bevroren het lekkerst.
Isdief              –          heeft eens gestolen.
Lauwe reiger –          is niet warm en niet koud.
Melleken        –          soort geitenmelker.
Oerdomp       –          is zo oud dat niemand precies weet wat z'n naam betekent.
Okmeeuw      –          is ok een meeuw.
Ontbekplevier –        begint te bekken; of: ontdoet z'n prooien eerst van hun bek.
Oomvalk        –          is wat ouder dan z'n neefje.
Op                  –          zijn spiegelbeeld zag hem aan voor een sprinkhaan.
Opper             –          daar zijn er een hoop van.
Orenvalk        –          draagt oorpluimen.
Osruiter         –          rijdt wel eens mee met een os.
Oudvink         –          is niet jong meer.
Potvogel         –          is zo grauw als een pot.
Ramsvogel     –          houdt zich vaak op in de omgeving van rammen, zo wordt verteld.
Rasmus          –          krijgt de mussenprijs.
Rauwe klauwier –    is een ruig beest.
Rijskopspecht –        zijn kop wordt steeds hoger.
Rilduiker       –          is iets te ver naar het koude noorden gedoken.
Taartmees      –          heeft begrijpelijke voorkeuren.
Teenarend     –          heeft lange tenen.
Teenloper      –          loopt op z'n tenen.
Witte wikstaart –      gebruikt z'n witte staart bij het nemen van beslissingen.
Uut                 –          dat waren ze.


maandag 28 augustus 2017

250 keer

Zo eindigde de reeks over graancirkels, waarmee dat mysterie niet uitputtend, maar wel omvattend en grondig is behandeld. Dus iedereen die zich afvraagt wat je nou van het vreemde gebeuren moet denken raad ik aan onderstaande dertien afleveringen te lezen.

Het laatste deel van de serie was tevens het 250’ste bericht op De mening van Evert. Dat betekent 5 jaar lang nagenoeg elke week een nieuw tegendraads artikel. Een lustrum.
En in die tijd zijn er al heel wat onderwerpen de revue gepasseerd. Onderverdeeld in thema’s ziet de verdeling, een aantal huishoudelijke berichten niet meegerekend, er zo uit:

taal
36
ethiek en milieu
29
politiek en samenleving
25
wereldpolitiek
23
natuurwetenschap
22
natuur
14
geloof en kerk
13
graancirkels
13
boederij en Veluws
12
economie en techniek
7
man-vrouw
7
schoonheid (overig)
6
wereldgeschiedenis
6
groepsgedrag
5
humor en vreugde
5
verhalen
4
wonderen
4
psychologie
4
post
3
muziek
3
nieuws (overig)
2
poëzie
2

Onder "wereldpolitiek" valt de uitgebreide reeks over Israël (2016-17) en onder "natuurwetenschap" die over schepping en evolutie (2015-16). De meeste andere reeksen bestaan uit slechts één aflevering. Afwisseling genoeg, dus.
En toch zal het 250-berichtenlustrum het einde markeren van de regelmatige plaatsing van nieuwe berichten. Niet het einde van De mening van Evert, want alles zal te vinden blijven en ook zal ik er nog best wel eens iets zinnigs aan toevoegen, maar niet meer iedere week.

Verscheidene berichten bleken te voorzien in een behoefte en zijn destijds veelvuldig gelezen en sommige nog steeds. Om er een paar te noemen:
-          Rrr…
-          Taalclassificatie
-          Nederlands op de universiteit
-          De Bijbel in gewone taal
-          De kleuren van de week
-          Asociale media
-          Het internet der dingen
-          De ondergang van het Avondland

Ik heb echter niet kunnen voorkomen dat de jongere generatie liever v(ideo)logs kijkt dan (we)blogs leest. En dat is een gebruik waarin ik niet mee ga; hoe zou ik, als boekpersonage, het kunnen?

Rest mij je te bedanken voor het lezen van voorgaande bijdragen en je aan te moedigen er vooral mee door te gaan. Er zijn dommere dingen denkbaar.

maandag 21 augustus 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 13, slot)

De ontvoeringen door bestuurders van vliegende schotels zijn vaak kwaadaardig. De boodschappen in graancirkels getuigen juist van liefde, vrede en harmonie. Toch blijkt zowel het uiterlijk van de wezens als hun boodschap vaak opmerkelijk overeen te komen.
Sjaak Damen fotografeerde eens een lichtbol – en op de afdruk stond een vliegende schotel. Negen van de tien Nederlandse grascirkels tot nu toe dit jaar liggen in zuidwestelijk Noord-Brabant. Dat is niet toevallig, want de afgelopen jaren zijn bijna alle Nederlandse graancirkels juist daar aangetroffen. Het blijkt dat daar een spiritueel medium woont, Robbert van den Broeke, die vaak wordt bezocht door buitenaardsen. Inmiddels heeft hij verscheidene van hen weten te fotograferen. Ook krijgt hij vaak een voorgevoel van het ontstaan van graancirkels, zoals het laatste verhaal in afl. 2. Ook hij krijgt boodschappen door, en die stroken met wat anderen horen: nieuwe tijd, harmonie, nieuw bewustzijnsniveau, enz. Lees, opnieuw, de vorige week genoemde bronnen voor een uitgebreide argumentatie waarom de 'buitenaardsen' tot het slechte kamp behoren; mijn conclusie luidt dat ze gelijk hebben, ondanks de sympathie die ik koester voor mensen als Robbert en Janet. Waarom doen ze dit? Niet om er in materieel opzicht beter van te worden, maar om de mensheid te helpen. Janet: “Het is een kosmische, goddelijke liefde. Als je die eenmaal hebt geproefd wil je de aardse, voorwaardelijke, niet meer; die kan je niet meer boeien.”
Het is een helder inzicht, maar ze put het uit de verkeerde bron, die uiteindelijk zal leiden tot de ondergang van ieder die zich laat inpakken door deze demonen – want daar komt het op neer.
Janet: ,,Ik heb een paar keer die liefde ervaren in close encounters, in graancirkels, en als ik dan alle ellende in de wereld zie, dan is het enige: die liefde door te geven. En dat kan d.m.v. graancirkels, ja.”

Uiteraard worden mensen als Robbert door fysicalisten (skeptici) afgekraakt en afgedaan als bedrieger, maar hun argumentatie getuigt van een oogkleppenvisie. Hoe anders zijn de vreemde dingen die hij waarneemt te verklaren, evenals het feit dat hij ondanks zijn gevoelige aard (wat een voorwaarde is voor helderziendheid, helderhorendheid enz.) na alle kritiek niet heeft opgegeven?
Degenen die beweren dat alle graancirkels door mensenhanden zijn gemaakt hebben zich óf nooit in de materie verdiept en praten anderen maar na, óf hebben een fysicalistisch-materialistische wereldbeschouwing: alles is materie en slechts wat de natuurwetenschap kan verklaren bestaat. In groten getale zijn zij, maar dan met een tegengestelde methode, ingepakt door dezelfde duistere geest die middels graancirkels, ovo's en geestverschijningen slechts een klein groepje, gevoeliger mensen in zijn macht heeft.
Mensen van dit wetenschapsgelovige type zwaaien de skepter op bijvoorbeeld Wikipedia. Lees de inleiding en je snap wat ik bedoel: Ockham wordt er aan de haren bijgesleept voor een uitgebreide ‘verklaring’; wat rest is een opmerking dat sommigen geloven ("veronderstelling") in een buitenaardse oorsprong. Een mogelijke natuurlijke verklaring wordt niet eens genoemd. Alsof een buitenaardse beschaving misschien nog denkbaar zou zijn maar een nog niet door ‘de wetenschap’ erkend natuurverschijnsel niet.
Pas daarna krijgen minder naturalistische schrijvers de gelegenheid zaken te noemen, maar pas op! Ik heb overwogen het onzinnige artikel te herschrijven, maar de afgelopen maanden zijn er nog dingen toegevoegd, dus ik wacht even af hoe het zich verder ontwikkelt. Bovendien is het vechten tegen de bierkaai. De materialisten zijn aan de macht en lijken, oppervlakkig gezien, het gelijk aan hun kant te hebben. Hún wetenschappers worden namelijk gesubsidieerd, terwijl wetenschappers die werken zonder naturalistische oogkleppen het moeilijk hebben. Ook doordat het lastig is harde bewijzen te vinden voor bovennatuurlijke zaken; die laten zich immers gewoonlijk slechts eenmalig waarnemen, op niet-herhaalbare wijze. Wel zijn er patronen te ontdekken, maar getuigenverklaringen blijven in de meeste gevallen de belangrijkste bewijsgrond. In de rechtspraak is dat trouwens niet veel anders, dus zo realistisch is de natuurwetenschap eigenlijk niet eens.

Worden graancirkels door demonen gemaakt met gebruikmaking van natuurkrachten? De dingen hebben hun geheim. Niet alleen de bruine meubels waar Martinus Nijhoff over dichtte, of "die tafel en die laaikas / en alles wat eers vas was", zoals Koos du Plessis zong. De hele wereld is vol raadselachtige dingen, waarvan sommige, zoals lichtbollen, graancirkels en zogenaamd buitenaardse geesten, nog veel geheimzinniger zijn.
"De dingen hebben hun geheim," schrijft A. van den Beukel, "en daar zijn ze niet mededeelzaam over. Zolang ze het niet prijsgeven boeien ze ons."

dinsdag 15 augustus 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 12)

Een nieuwe tak van onderzoek werd geboren: ufologie. De geopperde mogelijke verklaringen voor de vele gemelde ufo-waarnemingen zijn onder te verdelen in drie categorieën:

  1. Militaire luchtvaartuigen, weerverschijnsel, verbeelding of soortgelijke logische verklaring. Dit is waarschijnlijk waar voor de meeste ovo-waarnemingen, maar, zo stellen Ross, Samples en Clark in hun boek Lights in the Sky and Little Green Men: "Respected ufologists agree that there must be something real at the bottom of some UFO reports." Wat is dat 'werkelijke'? Op het internet merkt iemand op: "Uit het oog wordt verloren dat de wetenschap ook stelt dat het bestaan van intelligente levens vormen buiten de aarde zeer waarschijnlijk is en bovendien dat 95% van de materie, die aanwezig is in het heelal, blijkens de zwaartekracht, niet zichtbaar is en geen interactie toont met de andere wetten van onze fysica."
  1. Buitenaardse wezens. De Dogon-stam telt nauwelijks tweehonderdduizend leden en leeft in een uithoek in het Noord-Afrikaanse Mali. Hoewel de Dogon betrekkelijk modern leven zijn ze niet in het bezit van hoogdravende wetenschappelijke geleerdheid. Daarop is echter één uitzondering. Reeds honderden jaren beschikken de Dogon-priesters over nauwkeurige kennis van het sterrensysteem van de Sirius – waartoe naast de bekende Sirius A en B nog een derde ster zou behoren – waaronder de omwentelingstijd van de betreffende sterren en het feit van de grote dichtheid van Sirius B, de ster waarop volgens de overlevering de schepping begon. Lang geleden bezocht een ruimteschip vanaf die ster de (mogelijk oorspronkelijk uit Griekenland afkomstige) Dogon, waarmee zij in contact kwamen met een soort 'amfibische' goden – half vis, half mens – zoals ook de Babyloniërs kennen. Dit komt overeen met wat ontvoerders en andere buitenaardse wezens zelf zeggen als ze in contact komen met mensen: dat ze deel uitmaken van een duizenden jaren oude, hoog ontwikkelde beschaving ver in het heelal. En dit komt overeen met wat alternatieve oudheidkundigen ontdekten over de herkomst van de oude goden van Babylonië, Egypte enzovoort: dat die een herinnering zijn aan buitenaardse bezoekers in een ver verleden. Alleen, hoe kunnen die door het universum reizen? Ossebaard denkt aan wormgaten, een kosmologische hypothese omtrent 'kromming van ruimtetijd' waardoor het mogelijk zou zijn in een mum van tijd ongelooflijke afstanden te overbruggen (op sommige NASA-foto's zouden moederschepen te zien zijn op weg naar Aarde). Alleen biedt dat nog geen verklaring voor hoe ze de kosmische straling kunnen overleven, alsmede voor het feit dat er elders in het heelal überhaupt leven kan voorkomen. Daarom denken Ross, Samples & Clark, evenals Gary Bates in zijn boek Alien Intrusion and the Ufo Connection, aan iets anders:
  1. Interdimensionale wezens. Dat zijn wezens die niet zijn gebonden aan ons drie-dimensionale heelal, en dus niet op een verre planeet leven, maar vanuit een hogere dimensie wanneer ze maar willen onze wereld kunnen binnendringen. Misschien zijn deze wezens drie-dimensionaal, misschien niet, daar kom je niet achter; het spreken in dimensies is trouwens slechts een poging het onbevattelijke bevattelijk te maken. Maar dat er een hogere, noem het geestelijke, wereld bestaat, dat staat buiten kijf. En dat die wereld contact kan maken met de onze eveneens. Lees de Bijbel. Lees Ouweneels Het domein van de slang, of één van de andere gedegen boeken die over dit onderwerp zijn verschenen. Volgens genoemde bronnen bestaat die hogere wereld uit een lichte en een duistere kant en het heeft er alle schijn van dat het hele 'buitenaardse' deel van zowel het ovo-gebeuren als van het graancirkelfenomeen tot slechts één van beide kampen behoort. Welk dan, licht of donker, goed of slecht?

maandag 7 augustus 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 11)

Op een middag ligt Sjaak Damen op z'n gemak in een graancirkel als hij een vrouwenstem zijn naam hoort roepen. Hij kijkt op, maar er is in de verste verte geen vrouw te bekennen. Hij gaat weer liggen, maar weer wordt hij geroepen. Voor de grap pakt hij zijn kladblok en noteert een bericht dat de stem hem vervolgens geeft: ,,Wij zijn de makers van het universum en komen met een boodschap. Wij komen van ver en onze levensvorm begrijpen jullie nog niet. Wij komen en gaan. Wees zuinig op de planeet. Bestudeer de Oudheid. De toekomst ligt in het verleden. Geloof in de almachtige Schepper. Het uiteenwaaien van het heelal is de vorm van deze graancirkelformatie. Je ziel zal voortleven. De tijd zal dat leren.”
Later vertellen mysterieuze ‘buitenaardsen’ Sjaak dat zij de stem hebben laten verschijnen middels een bij de mensen nog onbekende nieuwe techniek.
Herinner je de ervaring van Janet in de eerste aflevering van deze reeks en voeg er nog talloze aan toe van mensen die boodschappen doorkrijgen in een graancirkel, die samengevat kunnen worden in de volgende volzin: We staan op de drempel van een nieuw tijdperk, waarin geen plaats meer is voor een godsdienst uit een Bijbel, maar waarin de verlichte mens zijn eigen goddelijkheid leert kennen. Verlichte extradimensionale entiteiten zijn aanwezig ter ondersteuning van de mens op die weg.
Dat klinkt heel erg als New Age, hoewel veel graancirkelaars bepaald niet bevriend zijn met New Agers; ook in die zweverige hoek is dus heel wat meningsverschil.
Maar, zal een scepticus tegenwerpen, waarom zou je deze ‘boodschappen’ niet gewoon psychologisch kunnen verklaren? Goed, ik reken mezelf niet tot de psychologen en ik weet niet hoe ver hun vermogen vreemde verschijnselen weg te verklaren gaat. Wel is er nog een andere mogelijke verklaring voor het ontstaan van graancirkels, die nog niet aan bod gekomen is en verband houdt met psychologie, alleen dan een omstreden aspect ervan: telepathie. Misschien worden graancirkels toch door mensen gemaakt, alleen op een verrassende wijze.
Op een zomer in Engeland kopen Annemieke Witteveen en een vriendin beiden zonder het van elkaar te weten een halshanger die een godin voorstelt. Als ze elkaar daarna ontmoeten in een pub praten ze erover en hoe leuk het zou zijn als er nu een graancirkel verscheen in de vorm van die godin. Ze besluiten de ‘graancirkelmakers’ te vragen om die Godess. Helaas is de terugreis al geboekt en een paar dagen later moeten ze vertrekken zonder dat de godin in het graan is verschenen. Maar dan, net als ze weg zijn, gebeurt het toch. Een grap van de buitenaardse cirkelmakers? Robert Boerman, die in zijn boek Graancirkels, goden en hun geheimen nog goden uit de oudheid, die nog altijd zouden bestaan in een buitenaardse beschaving, ervoor verantwoordelijk hield, denkt in zijn boek De grap van de graancirkel dat wij (of ten minste de cirkeljagers onder ons) zelf verantwoordelijk zijn voor het verschijnsel, en wel doordat onze gedachten worden opgeslagen in een soort kwantumveld (Ossebaard: “een onzichtbare verzamelplaats van wat was, is en ooit zal zijn”) en daar door meditatie uit kunnen komen in de vorm van graancirkels. Hoe dat gaat is nog niet precies bekend, maar volgens Boerman spelen geluidsgolven (ook een vorm van energie) daarbij een v rol. Een ingewikkeld verhaal waarin ook de kwantumfysica een voorname rol speelt, het wetenschapsgebied waarin het onmogelijke mogelijk is (zoals een enkel deeltje dat tegelijkertijd door twee spleten gaat, "hetgeen meer is dan een spook vermag", aldus Arthur Koestler). Telepathie bestaat, dat is naast de vele verklaringen van mensen die het hebben meegemaakt aangetoond door een onderzoekje van Eltjo Haselhoff en zijn dochter, die elkaar door de telefoon telkens vroegen welk plaatje ze aanwezen, waarbij ze zo vaak het goede antwoord gaven dat volgens Haselhoffs berekening de kans dat dat op toeval berustte 1:10.000 was. Zo zouden dus ook graancirkels kunnen ontstaan, denken mensen als Boerman, Haselhoff en Janssen.
Maar er is nóg iets dat niet klopt.

Het is 24 juni 1947. Gezeten in zijn kleine vliegmachine ziet een Amerikaanse zakenman vreemd vliegtuig – een negental schotelachtige voorwerpen, welker snelheid hij schat op pakweg 2000 kilometer per uur, drie keer de snelheid van de snelste jagers indertijd.
Het verhaal over deze 'vliegende schotels' veroorzaakt opschudding. Het ufo-tijdperk is begonnen. De verhalen volgen elkaar op, van waarnemingen van verre, snel bewegende lichtjes aan de nachtelijke hemel tot heuse ontvoeringen door buitenaardsen, zoals het volgende verhaal.
In 1961 zijn Barney en Betty Hill op weg naar huis als ze boven hun auto een lichtgevend voorwerp zien naderen, tot het op een hoogte van veertig meter schuin boven de auto blijft hangen. Barney zet de auto aan de kant en kijkt met zijn verrekijker naar het vaartuig, waar hij achter een rij raampjes gezichtjes ziet bewegen. Angstig snelt hij terug naar de auto en rijdt weg. Thuisgekomen blijkt de reis twee uur 'te lang' te hebben geduurd. Een paar jaar later komt het echtpaar in contact met een hypnotherapeut, en ontdekt wat er in die twee zoekgeraakte uren is gebeurd – in de ovo (zoals Kees het noemt in Schaduw van de werkelijkheid) werden ze onderworpen aan wrede medische proeven. Toen Betty aan de wezens vroeg waar ze vandaan kwamen werd haar een sterrenkaart getoond met een deel van het sterrenbeeld Net, dat Betty tijdens de hypnose in staat was nauwkeurig na te tekenen. Het vreemde was dat de bewuste sterren pas jaren later werden ontdekt, juist gelegen zoals het Betty Hill tijdens de ontvoering was getoond.

maandag 31 juli 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 10)

Het lijkt er dus op dat er voor graancirkels een natuurlijke verklaring bestaat. Dat is niet nieuw; in het verleden zijn reeds allerlei mogelijkheden geopperd, van parende herten tot heksenkringen. Voortschrijdend onderzoek heeft de meeste van dit soort 'verklaringen' doen verwerpen, maar een paar zijn er dus overgebleven: plaatselijke wervelwind, aardenergie, plasmawervelingen en lichtbollen; al dan niet gecombineerd. Dat voor twee daarvan, aardenergie en lichtbollen, nog geen natuurwetenschappelijke verklaring bestaat, hoeft niets te zeggen; misschien heb ik wel eens het voorbeeld aangehaald van bolbliksem, een zeldzaam verschijnsel dat door wetenschappers (of wetenschapsgelovigen, fysicalisten) lacherig terzijde werd geschoven als fantasie, tot er een natuurlijke verklaring voor werd gevonden. Met aardenergie en lichtbollen zal het net zo gaan, vermoed ik.
Dat onder graancirkelonderzoekers veel discussie is over welke 'echt' zijn en welke een hoax, dus door graankunstenaars gemaakt – de schattingen lopen uiteen van "bijna alle" tot "bijna geen" – doet hiervoor niet ter zake.

Een opmerkelijk gegeven daarbij is een zeldzaam verschijnsel dat ik noemde in de lijst anomalieën (afl. 7), maar nog niet heb toegelicht: ghost, de geestafdruk.
Het klinkt fascinerend, en dat is het ook. Soms verschijnt er na de oogst, na het ploegen of in het volgende gewas een vage ‘afdruk’ van de graancirkelformatie die er die zomer gelegen heeft. Een spookformatie. In 1999 verscheen er bij Barbury Castle in Engeland een graancirkel in tarwe. Het volgende jaar zaaide de boer het land in met gerst. Op de plek waar de tarweformatie had gelegen bleek de gerst donkerder en groter te zijn dan eromheen. In dat jaar ontstond er niet ver daar vandaan, bij Avebury, een andere formatie in tarwe. Ook hier zaaide de boer het volgende jaar de akker in met gerst, maar die bleek op de plek waar de graancirkel gelegen had zo slecht te groeien dat er hele plekken kaal bleven. In andere gevallen bleef ’s winters sneeuw het langst liggen waar die zomer een formatie was gevormd, of smolt er juist eerder weg. Hoe is zoiets in vredesnaam mogelijk?
Er zijn verschillende verklaringen voor geopperd. Eén ervan is dat door drukke betreding door bezoekers het bodemleven verstoord wordt. Janet Ossebaard bestrijdt dit echter door een verwijzing naar een graancirkel die geen bezoekers trok en toch een spookformatie voortbracht. Sjaak Damen oppert virusinfectie of bodemverdichting als gevolg van straling. Als het bodemverdichting is kan dat mijns inziens niet komen door de stampende voeten van cirkelmakers, want dan zou het graan te zeer beschadigd moeten zijn en zou je ook alle sporen van de maaidorsers moeten terugvinden, wat voor zover ik weet niet het geval is. Kortom, meent Janet, de kristallijne structuur van de bodem is veranderd als gevolg van de (elektromagnetische) energie die de cirkels vormde. Overigens denkt ze niet dat alle door ‘buitenaardsen’ gemaakte cirkels een spookformatie opleveren, maar wel omgekeerd dat een spookformatie een ‘postuum’ bewijs is van ‘echtheid’ van de formatie. Of dat waar is kan ik niet beoordelen, maar dat het spookverschijnsel het graancirkelraadsel alleen maar groter maakt lijdt geen twijfel.

Parallel daaraan schijnt er ook een soort blauwdruk te bestaan voorafgaand aan het ontstaan van een formatie. Ossebaard haalt een bron aan onder de Britse piloten van de Royal Air Force, die zegt dat zij met hun infraroodvizier formaties waarnemen waarvan vele nooit plat gaan. Dat maakt dus dat Ossebaard de Oliver's Castle Footage (zie afl. 5) uitlegt als een door lichtbollen geactiveerde blauwdruk. Of die conclusie juist is valt te betwijfelen, maar het is een interessante gedachte.

Sommige graancirkels zijn met zekerheid door mensen gemaakt. Sommige met zekerheid niet. Zo liet Eltjo Haselhoff eens foto’s zien van zijn onderzoek naar een kleine formatie in een bonenveld bij Hoeven. Het was ’s morgens vroeg. De afgelopen dagen had het flink geregend en de kleigrond was zacht, de voeten van de onderzoekers zakten er bij elke stap een halve decimeter in weg. Toch waren hun voetstappen de enige in het veld.
Ook een kleine formatie in Engeland was vrijwel zeker niet door graankunstenaars gemaakt; Roeland Beljon vertelt hoe na de ontdekking geen mens de cirkel durfde te betreden, zo’n sterke negatieve energie hing er. En Beljon is echt niet één van de gevoeligste cirkeljagers.
Zomaar een paar voorbeelden.
Maar wie maakt ze dan wel? We hebben natuurlijke verklaringen besproken, maar er zijn een paar dingen die niet kloppen. Ten eerste het feit van de geometrie, uitgebreid onderzocht door onder anderen Bert Janssen; daar moet volgens onderzoekers als Ossebaard wel een intelligentie achter zitten. Is dat zo?
Bloemblaadjes groeien vaak in een hoek van 137,5° ten opzichte van elkaar; zo vangen ze samen maximaal zonlicht. Dit wordt de "gulden hoek" genoemd, een geval van de in de wiskunde bekende gulden snede, die verband houdt met de rij van Fibonacci, een getallenreeks die onder meer terug te vinden is in de groei van konijnen- en bijenpopulaties. Vergeet daarnaast ook symmetrie niet. Onder meer gewervelde dieren zijn tweezijdig symmetrisch, terwijl bijvoorbeeld zeesterren meervoudig symmetrisch zijn. En dan heb je nog kristalstructuren in gesteente, in sneeuw en ga zo maar door. Op microniveau lijken atoomkernen te voldoen aan wiskundige regels. Kortom, de natuur maakt gebruik van wiskunde. Maar zulke complexe wiskunde als nodig is voor de ingewikkeldste formaties? Ik denk dat Janet gelijk heeft dat daar een denkende intelligentie achter zit. Dat zou dan gewoonweg het creatieve brein van graankunstenaars kunnen zijn, maar er is nog iets dat niet klopt.

maandag 24 juli 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 9)

Afgelopen april verscheen in het populair-wetenschappelijke tijdschrift Weet een artikel van geneticus dr P. Borger getiteld "De oertijdcode".
Op zaterdagavond 17 december 1988 kwam de Zwitserse tv met een opmerkelijk verhaal. Chemicus Guido Ebner en zijn assistent Heinz Schürch toonden een Tongvaren, maar dan zo groot als alleen bekend uit steenkool. Hoe kwamen ze daaraan? Wel, zelf gekweekt door sporen van Mannetjesvaren bloot te stellen aan een elektromagnetisch (elektrostatisch) veld. Op diezelfde wijze hadden ze maïsplanten gekweekt met 10-12 kolven per stengel (i.p.v. de gebruikelijke 1-3), die beter bestand waren tegen ziekten. En niet alleen planten; ook hadden ze eitjes van de Regenboogforel in het elektrostatische veld gelegd, met als uitkomst een forel die groter, schuwer, sterker en wilder was en een net als een zalm een vooruitstekende onderkaak bezat – kortom: een al 150 jaar uitgestorven oerforel. Opmerkelijk was verder dat de 'nieuwe oersoorten' na 3 of 4 generaties hun bijzondere kenmerken weer verloren en 'terugvielen' in de gewone Mannetjesvaren, Maïs dan wel Regenboogforel.
De scheikundigen hadden destijds geen verklaring voor de waarnemingen, maar gingen door met hun kweekproeven, waarvoor hen patent werd verleend (tot 1999), maar na een paar jaar verdween om onduidelijke redenen de aandacht voor het verschijnsel. Toch bleven de opvolgers van Ebner en Schurch hun ontdekkingen zien als veelbelovend en verantwoord alternatief voor genetische manipulatie en gewasbeschermingsmiddelen.
Borger verklaart de bevindingen als "epigenetische regulatie van genexpressie": de DNA-sequentie zelf verandert niet, maar de wijze waarop die tot uitdrukking komt verandert; simpel gezegd: er komt een andere verdeling van welke genen 'aan' staan (dus invloed uitoefenen) en welke 'uit' staan. Vermoedelijk zijn transposons (kleine stukjes DNA die kunnen verspringen) of vergelijkbare variatie-inducerende genetische elementen hiervoor verantwoordelijk. Hoe de activiteit van transposons precies wordt beïnvloed door elektrische velden is nog niet bekend, maar wel weten we dat hun activiteit wordt verhoogd door UV en andere straling, wellicht ook door straling van een magnetron. Tot zover Borger.

Een vrij lange uitweiding, maar een ook voor het graancirkelfenomeen interessante, omdat die een verklaring kan bieden voor de kweekproeven van Sjaak Damen en daarmee een elektromagnetisch element in het gebeuren bevestigt, een verklaring die (zoals gezegd) door Haselhoff werd aangedragen en aansluit op het werk van Burke, Levengood en Talbott (BLT Research Team, Michigan), de eersten die wetenschappelijk onderzoek deden naar biofysische afwijkingen van graancirkelplanten.

Er is echter nog een andere verklaring, die wordt verdedigd door Terence Meaden en anderen van het BLT Research Team: de plasmavortextheorie. Plasma is de vierde fase naast vast, vloeibaar en gasvormig: geïoniseerd. "Vortex" is het Engelse woord voor "werveling". Onder bepaalde omstandigheden kan plasma (elektrisch geladen lucht) in de atmosfeer (bijvoorbeeld in de ionosfeer) gaan wervelen, en naar beneden stoten. Dit gaat gepaard met sterke energie: een magnetisch veld en een soort microgolven. Volgens de theorie zou deze energie, wanneer zo'n wervelende plasmakolom naar het aardoppervlak stort, in een graanveld de gevonden veranderingen teweegbrengen: in het klein de buiging van graanstengels, vergrote of ontplofte knopen en soms verschroeide aren en andere sporen van hitte, alsmede een middels een redoxtest meetbare hoge concentratie vrije radicalen in de ('getraumatiseerde') planten; en in het groot de cirkels en andere structuren. Ook de vaak in graancirkels gevonden hoge concentraties meteorietstof (tot een factor 800 van wat gebruikelijk is) kunnen zo verklaard worden als meebracht vanuit de ionosfeer.

Janet Ossebaard combineert de twee theorieën als volgt:
Samenvattend kan gesteld worden dat – volgens de huidige wetenschappelijke theorie – het overgrote deel van de graancirkels worden gevormd door elektromagnetische puntbronnen die vrijkomen op het moment dat een plasmavortex (met een sterk elektromagnetisch veld en andere energievormen verwant aan microgolven maar tot op heden ongeïdentificeerd) vanuit de ionosfeer het aardoppervlak raakt.

maandag 10 juli 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 8)

Nu snel weer verder over graancirkels, want er staan nog vele onopgeloste vragen open. De lijst uit de vorige aflevering (twee weken geleden) is niet uitputtend. Buitendien treden er meestal maar enkele op in één formatie. Soms geeft de ene cirkel andere effecten dan een andere in dezelfde formatie.

Het advies van de circlemakers luidt: zoek naar leylijnen. Met een wichelroede, bijvoorbeeld. Als je je cirkels op een kruispunt van zulke energiebanen weet te leggen krijg je geheid vreemde verschijnselen die te boek staan als echtheidskenmerk.
Mijn conclusie luidt dan ook: verscheidene van de genoemde effecten (met name onder A, C en D) zijn geen aanwijzing voor een echte graancirkel, maar van een krachtige aardenergie op die plek, hetzij positief, hetzij negatief, hetzij ‘neutraal’.
Dit wordt (deels) ook wel door sommige graancirkelonderzoekers onderkend. Sjaak Damen is een Brabantse akkerbouwer die zeer geboeid is door graancirkels en het bovennatuurlijke. Sinds 2009 heeft hij uitgebreid onderzoek gedaan naar de kieming van graan uit graancirkels. Zijn ervaring is namelijk dat kenmerken als buiging en knoopuitrekking evengoed voorkomen buiten graancirkels. Graancirkelonderzoeker Robert Boerman erkent dat, maar merkt daarbij op dat het vooral voorkomt in windworp, en dat bepaalde delen van bepaalde akkers daar bijzonder gevoelig voor zijn – hoogstwaarschijnlijk de plekken met een extra hoge aardenergie, inderdaad.
Op grond van valgetal (meelkwaliteit; analyse door een laboratorium) en kiemsnelheid (eigen proeven van Damen) bleken van 18 onderzochte graancirkels er 4 als echt te kunnen worden beschouwd; van de meeste andere was er niets met zekerheid te zeggen. Voortgaande kiemproeven toonden van graan uit één formatie drie genetische veranderingen:
-          verdwijnen kafnaalden;
-          grotere aar;
-          resistentie tegen een groeiremmer.
Deze kenmerken verdwenen weer geleidelijk in volgende generaties. Bij een ander ras bleken juist kafnaalden te verschijnen, evenals een grotere resistentie tegen schimmels. Verder bleken deze veranderingen overeen te komen met die van blootstelling aan magnetronstraling van een bepaald vermogen gedurende een bepaalde tijd. (Herinner je de theorie van Haselhoff uit aflevering 5 over elektromagnetische straling.) Op deze wijze heeft Damen een nieuw tarweras (‘Agnes’) weten te kweken met een veel hogere opbrengst, waarnaar hij nog verder onderzoek doet, maar waarvan hij inmiddels al meel heeft gemalen en brood gebakken. Zijn conclusie luidt:
"De mogelijkheid bestaat dat straling stress veroorzaakt en dit een DNA-verandering te weeg kan brengen en dat dit erfelijk is in de ruimste zin van het woord.” Hij suggereert dat het goed is nader onderzoek te doen naar graan dat groeit onder een hoogspanningsleiding of windturbine. Dat is opmerkelijk.

maandag 3 juli 2017

intermezzo - Brandweervrouwen

Even tussendoor een reactie op een vreemd nieuwsbericht van de afgelopen week: brandweervrouwen klagen over de nieuwe conditietest, die voor veel vrouwen te zwaar zou worden. De het hoofdkantoor neemt deze kritiek naar verluid ernstig en overweegt de eisen voor mannen en voor vrouwen verschillend te maken, net als in de sportwereld gebeurt.

Een brandweervrouw, wat is dat eigenlijk? De vrouw van een brandweerman, zou je misschien denken, maar tegenwoordig kun je ook de man van een brandweervrouw zijn en is je vrouw dus degene die uitrukt voor een brand of ander rampje. De omgekeerde wereld, toch? Er zijn beroepen waarvan ik, en vele gewone mensen met mij (alleen politici, opiniemakers en andere wijsneuzen niet, althans in het openbaar), vind dat het echt een mannen- dan wel vrouwenberoep is en zou moeten blijven. Brandweer is zo’n mannenberoep. Een brandweerman is een mannetjesputter, een macho, en alleen andere echte mannen en manwijven sluiten zich bij hem aan, lijkt me.
Toegegeven, de brandweerman moet niet alleen stoer zijn maar ook sociaal, en graag mensen helpen c.q. redden. Als dat de reden is voor ‘vrouwen’ om brandweervrouw te willen worden is dat op zich prijzenswaardig (wat het niet is als het ze gaat om het redden van in een boom geklommen katten), maar er zijn beroepen waar ze die taak minstens even goed kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld in de verpleging. Bovendien kunnen ze daar ook echt vrouw zijn.
Met klagen over te zware conditietraining maken brandweervrouwen zich pas goed belachelijk. “Ik wil graag net zo stoer wezen als een man, maar dat kan ik niet en dat is gemeen!” (Een kleine zeven jaar geleden schreef iemand naar aanleiding van een oproep van een Australische burgemeester aan "uiterlijk minder bedeelde vrouwen" om naar zijn vrouwenarme stad te komen: "Elk klein wissewasje waar mogelijkerwijs het hele vrouwenemancipatie bij betrokken kan worden, lijkt een soort nationale menstruatiecyclus op gang te brengen met als effect dat alle vagina-dragenden in de wereld hun gezonde verstand bij het grofvuil zetten en zich enkel laten leiden door emoties.")
Kom op, dwaze vrouwen die zo nodig een mannenberoep willen uitvoeren, kom tot bezinning en durf weer vrouw te zijn. Een echte vrouw is een zeer waardevol wezen met bijzondere eigenschappen waar een man niet aan kan tippen en ze is gek als ze die wil verruilen voor de kwaliteiten die nodig zijn voor een mannenberoep.

Mocht de brandweer echt zo dwaas zijn om de eisen voor vrouwen lager te gaan stellen dan voor mannen, dan hoop ik wel dat wij als ons huis in brand zou raken gered worden door brandweermannen en niet door brandweer‘vrouwen’.

maandag 26 juni 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 7)

Op www.circlemakers.org bieden Engelse graankunstenaars een handleiding voor hoe graancirkels te maken. Een belangrijke voorwaarde is ongezien te werken, dus ’s nachts. Toch worden er ook overdag formaties gevormd. Een beroemd geval is ‘The Julia Set’ bij Stonehenge in Wiltshire. De formatie ontstond langs een drukke weg op 7 juli 1996 tussen 5:30 u. (toen een piloot met een dokter in zijn vliegtuigje over het veld vloog zonder dat daar wat bijzonders te zien was) en 6:15 (toen de piloot er opnieuw overheen vloog en nu de formatie zag liggen) en telde 149 cirkels en was 280 bij 150 meter groot. Geen van de bezoekers van Stonehenge die de enorme formatie zagen toen hij er eenmaal lag, had iets zien gebeuren.
In de ochtend van 3 augustus 2007 verschijnt er bij het Zuid-Engelse Pewsey een formatie. Een hardloopster kijkt om 8:10 u. over een veld uit en constateert teleurgesteld dat er nog steeds geen formatie ligt op deze prachtige locatie. Als ze er een uur later in de auto langs rijdt ziet ze een enorme formatie in het veld liggen.
Op 7 augustus 2001 zijn Eltjo Haselhoff, Robert Boerman en Jan Willem Bobbink in een graanveld bij Stadskanaal om een uit 8 cirkels bestaande formatie, in een schorpioenvormig patroon, op te meten en te bemonsteren. Als de metingen zijn gedaan en er foto’s zijn genomen gaat Robert nog even naar de staart van de formatie voor meer foto’s en ziet tot zijn verbazing dat er een negende cirkel bijgekomen is. Niemand heeft iets zien gebeuren, er is niemand anders in het veld en ze hebben hooguit tien minuten niet naar de formatie gekeken. Als ook de anderen bij de plek gekomen zijn merken ze dat het graan warm aanvoelt en blijkt van twee fotocamera’s de batterij razendsnel leeg te lopen. Ook krijgt één van de drie een vreemde pijn in zijn benen en een ander in zijn hand en pols. Later vertelt de eigenaar van de akker dat hij daar meermalen bliksem heeft zien inslaan.

Zonder iets te kunnen bewijzen vind ik dit soort gevallen wel sterk op een niet-menselijke oorzaak duiden (althans in gewone zin; later nog wat over een ongewoner optie). Toch worden ervaringen zoals die leeglopende batterijen en pijnlijke gevoelens door velen niet beschouwd als exclusief voor graancirkels. Terwijl de circlemakers en passant de spot drijven met de goedgelovigheid van graancirkelonderzoekers, die vaak ieder bijzonder kenmerk beschouwen als een bewijs van ‘echtheid’, geven ze ook aanwijzingen voor de juiste plek om een formatie neer te leggen die als ‘echt’ beschouwd zal worden. Maar laat ik eerst eens een aantal anomalieën ('bewijs' 3 uit afl. 5) op een rij zetten die beschouwd worden als aanwijzing voor authenticiteit van een formatie.

  1. Verschijnselen in het graan:
1.     verdwenen zaad
2.     uitgerekte of ontplofte knopen
3.     buiging, verwringing
4.     afwijkende zaadkieming
5.     sporen van hitte
6.     bijzondere ligging van de stengels (lay, weefpatroon)

  1. Verschijnselen in lucht en bodem:
7.     vreemde stoffen
8.     hoge concentratie meteorietstof
9.     kristalgroei kleibodem
10. atmosferische verschijnselen
11. geestafdruk (ghost)

  1. Invloed op elektronische (of magnetische) apparatuur:
12. leeglopende batterijen
13. weigerende camera’s of flitsers
14. foto’s vertonen rare lichteffecten
15. geen bereik mobiele telefoons
16. haperende tv's of afgaand alarm in omgeving
17. apparatuur in overvliegend vligtuigje of langsrijdende trekker verstoord
18. kompas slaat op tilt

  1. Invloed op mens en dier
19. verstoord zicht, gevoel van zwaarte, kramp, pijn, misselijkheid, vermoeidheid, onregelmatige of hervatte menstruatie, verhoogde bloeddruk, metaalsmaak, oorsuizen enz., honger of dorst
20. opwinding, warmtegevoel, tintelende en vlekkende handen en voeten, ontspanning, verstoord tijdsgevoel, enz.
21. genezingen (verdwijnen chronische pijn, tijdelijke opheffing vernauwing urineleider, hooikoorts, botontkalking, Parkinson, artritis)
22. dieren alarmeren tijdens ontstaan, honden mijden formatie of vreten verwoed graancirkelplanten, vogels durven er niet overheen te vliegen

maandag 19 juni 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 6)

In de nacht van 7 juli 2007 houdt de Engelsman Winston Keech een nachtwake op Knap Hill, met uitzicht op het beroemde East Field, waar ieder jaar de mooiste graancirkels ontstaan. Vijftien jaar geleden heeft hij eens een graancirkel gevormd zien worden (door lichtbollen) maar had helaas geen camera bij zich. Sindsdien is hij erop gebrand het nog eens mee te maken om het wél vast te leggen. Duizenden uren waken en filmen heeft hij erop zitten, maar nog steeds zonder resultaat. In de loop van de tijd heeft hij steeds betere apparatuur aangeschaft en vanavond heeft hij drie vaste filmcamera’s opgesteld plus nog één in de aanslag. Rond half 2 krijgt hij bezoek van Gary King en zijn vriendin Paula. Keech tast het stikdonkere East Field af met de losse lichtgevoelige camera, maar er is niets te zien. Vervolgens praten de drie wat, tot ze iets na 3 uur worden opgeschrikt door een lichtflits. Dat herinnert Keech eraan dat het tijd is de videobanden te verwisselen. In het veld is niets te zien, totdat het heel langzaam licht begint te worden en de infraroodcamera laat zien dat er een nieuwe formatie in het veld ligt. Honderdvijftig cirkels, met een totale lengte van 315 meter en breedte van 152 meter; bijna een hectare graan is platgegaan. Gary en Paula gaan het nog donkere veld in en betreden de formatie, waarbij het nog onbeschadigde graan in de formatie onder hun voeten breekt als was het glas.
De komende dagen onderzoekt Winston zijn videobeelden en ziet dat één camera bij het lichter worden de nieuwe formatie onthult alsof er een schaduw overheen trekt, in 9 minuten tijd, kort na de lichtflits, die een andere camera heeft vastgelegd. Echter, een groep jongelui eist de formatie op en beweert dat de filmbeelden vals zijn.
Later onderzoek geeft echter een andere verklaring: de filmbeelden zijn echt, maar de conclusie van de nachtwakers was onjuist. De flits op de ene camera zou te wijten zijn aan een fout aan het eind van de videoband (laatste seconden) en de opname die Keech rond half 2 maakte lijkt met behulp van speciale technieken toch iets te zien te geven, namelijk de helft van de formatie. De schijnbare vorming van de formatie rond kwart over drie op de derde opname zou veroorzaakt worden door het opkomende licht, al dan niet in combinatie met de maan die achter de wolken vandaan komt.
Ik heb niets kunnen vinden over de bewering van de jongelui, hoe ze het voor elkaar gekregen hebben in een paar een zo’n grote, mooie formatie plat te leggen, in een golvend veld. Maar ook dit ‘overtuigende bewijs van de authenticiteit van het graancirkelfenomeen’ is twijfelachtig.

Op YouTube vond ik nog een derde, recentere opname: lichtbollen doen op 25 juli 2009 een graancirkelformatie verschijnen in Soligny-les-Étangs. Ziet er leuk uit, maar er staat geen zinvolle toelichting bij, dus ik heb m’n twijfels over de echtheid van de opname.

Kortom: er is geen filmmateriaal dat onomstreden aantoont hoe een graancirkel wordt gemaakt zonder mensenhanden en -voeten. Hiervoor zijn drie verklaringen mogelijk:
  1. graancirkels ontstaan immers niet zonder inspanningen van de genoemde ledematen;
  2. het verschijnsel is zo zeldzaam en kortdurend dat het toeval zou zijn als het zou worden gefilmd, of toeval dat het nog niet is gelukt;
  3. er is een intelligentie aan het werk die het raadsel koste wat het kost een raadsel wil laten blijven, misschien om mensen te wijzen op hun beperktheid, of om welke reden dan ook (“alsof de duvel ermee speelt”, zouden we zeggen).

Als mijn indruk juist is worden de verklaringen 1 en 3 verreweg het meest aangehangen, en het mag duidelijk zijn door wie. Zelf neig ik naar een combinatie van alle drie de verklaringen; zoals Haselhoff al merkte, evenals alle graancirkelonderzoekers, zijn er bijna geen twee graancirkels precies hetzelfde. Dat geldt zowel voor vorm en afmeting als voor ontstaan als voor de naderhand in de formatie gevonden anomalieën.

maandag 12 juni 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 5)

Iemand vertelt een lichtbol te hebben waargenomen die vanaf een hoogte van vier meter een cirkel in een tarweveld maakte. Hij neemt contact op met onderzoeker Eltjo Haselhoff, die de tarwestengelknopen in de cirkel gaat onderzoeken, die in dikte blijken te zijn toegenomen ten opzichte van die in het omringende gewas. De bevindingen komen overeen met de gevolgen van straling vanuit een elektromagnetische puntbron op een hoogte van 4,1 meter. In een met zekerheid door mensen gemaakte cirkel elders in Nederland vindt dr Haselhoff deze kenmerken niet. Dit brengt hem tot de theorie dat althans sommige graancirkels gemaakt worden door een elektromagnetische puntbron, wat hij ook verwoordt in een artikel in het natuurwetenschappelijke tijdschrift Physiologia Plantarum.
Na zevenentwintig jaar studie naar het antwoord op de vraag "door wie, waarom en hoe" graancirkels worden gemaakt moet Haselhoffs antwoord echter luiden: Geen idee. Bijna geen twee graancirkels zijn namelijk hetzelfde. Maar, zegt hij op een symposium in 2015, “wie denkt dat alle graancirkels door mensenhanden worden gemaakt is gewoon dom.”

Toch zijn er nauwelijks echt harde bewijzen voor een niet-menselijke oorsprong van graancirkels. Er zijn:
  1. getuigenverklaringen;
  2. in graancirkels gevonden anomalieën;
  3. foto- en filmbeelden van het ontstaan, veelal vaag.
Om met punt 3 te beginnen: er zijn talloze foto’s van lichtbollen en andere lichtverschijnselen rond graancirkels, meestal genomen ná de gebeurtenis; ik heb geen foto’s kunnen vinden van lichtbollen tijdens het ontstaan van een formatie, of van het ontstaan zelf. Mocht u ze wel weten, dan hoor ik het graag. Plaats een reactie hieronder.
Tot een paar jaar geleden waren er slechts twee mensen die beweerden het ontstaan van een graancirkel te hebben gefilmd.

Op een koude nacht in 1996 houdt een Engelsman een nightwatch op een heuvel genaamd Oliver’s Castle. Als het begint te regenen kruipt hij in zijn waterdichte slaapzak, legt zijn videocamera aan zijn voeteneind en valt in slaap. Tegen de ochtend wordt hij wakker van een elektrostatisch geknetter en ziet boven de akker beneden zich lichtbollen over het graan scheren. Hij grijpt zijn videocamera en legt vast hoe de lichtbollen in een enkele seconde een graancirkelformatie doen ontstaan, alsof er al een soort blauwdruk lag die nu wordt ‘geactiveerd’.
In de ochtend van 11 augustus wordt er gebeld in de pub in Alton Barnes, een ontmoetingsplek van graancirkelliefhebbers, met de vraag of zekere graancirkelonderzoekers aanwezig zijn omdat de beller, die zich voorstelt als John Whaley of Wyeleigh (beide uitgesproken als [weelie]), beweert het ontstaan van een graancirkelformatie te hebben gezien én gefilmd.
Op verzoek van degene die de telefoon opneemt komt John naar het café en laat zijn opname zien. Intussen zijn de liefhebbers in het veld wezen kijken naar de nieuwe formatie, die er slordig uit bleek te zien. Op het scherm van Johns digitale videocamera zien de aanwezigen hoe lichtbollen over een schemerdonker graanveld scheren en dat er ten slotte een formatie ligt. John heeft echter haast en vertrekt, zijn film meenemend, vermoedelijk naar Amerika. De komende twee weken heeft hij sporadisch nog contact met enkele onderzoekers, waarna hij spoorloos verdwijnt. Intussen is Oliver’s Castle Footage overal bekend én berucht geworden. De ene filmkenner zegt dat hij echt is, de ander dat hij vervalst is. En de maker lijkt van de aardbodem verdwenen. Tot enkelen die hem hebben ontmoet in Alton Barnes in Bristol een filmmaker op het spoor komen met de naam John Wabe, die sprekend lijkt op ‘Welie’ en die met de opname in verband lijkt te staan. De man blijkt niet erg veel zin te hebben in media-aandacht en weet zich uiteindelijk weer onvindbaar te maken, maar de ‘rechercheurs’ hebben genoeg gezien en gehoord om ervan overtuigd te zijn dat hij de vervalser van de video is. Tien jaar later bekent een John Wabe voor de Engelse tv dat hij de beelden gemaakt en vervalst heeft, maar daarvan nu spijt heeft. Graancirkelgelovigen als Janet Ossebaard twijfelen echter aan de echtheid van deze bekentenis omdat zijn verhaal enige tegenstrijdigheden bevat en op grond van analyse van de oren van Wabe en Whayley (voor degenen die hen als identiek zien) of Wheyleigh (voor wie hen als verschillend beschouwt) die niet hetzelfde zouden zijn. Maar wat er dan met die Wheyleigh gebeurd is blijft een raadsel.

maandag 5 juni 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 4)

Laat in de zomer van 1992 trekt een groepje van drie cirkelmakers, na de nodige voorbereidingen aan de tekentafel, tegen de nacht een Engels graanveld in via de trekkersporen, zet met een lint de hartlijn van de bedachte formatie uit en tijgt aan de arbeid. Na een uur staan de mannen even de vorderingen te bespreken als een vreemd verschijnsel hun aandacht trekt. Een oranje bol ter grootte van een voetbal hangt bewegingloos een meter of twaalf boven het maaiveld. Na een paar seconden daalt de bal en vervaagt, totdat hij onzichtbaar is geworden. Als het dag is geworden is er van de lichtbol geen spoor. Wel blijken er dat jaar veel lichtverschijnselen te zijn gemeld, en de graankunstenaars vragen zich af: zijn we getuige geweest van een natuurverschijnsel of werden we geobserveerd door de echte cirkelmakers?

Lichtbollen, vaak kortweg aangeduid met de Engelse term "orbs", vormen een uiterst raadselachtig fenomeen. Op foto’s – vaak digitaal, maar ook wel analoog – worden regelmatig witte vlekjes aangetroffen die tijdens het fotograferen niet waargenomen werden en die ook niet te verklaren zijn uit fouten in de apparatuur (fotograaf Ed Vos analyseerde bijvoorbeeld zeer veel foto's voor zijn boek Orbs en andere lichtfenomenen). Soms worden ze zelfs gefilmd (onder meer door de Fransman Pierre Beake) en af en toe zijn ze ook met het blote oog te zien; vooral in het donker, krijg ik de indruk. Vaak zijn ze wit, maar ook geel, oranje, rood en paars komen voor.
Deze lichtbollen – die overigens niet altijd perfect bolvormig zijn – lijken echter niet overal voor te komen, maar zich te concentreren op bepaalde plekken, "krachtplaatsen" – plaatsen in het landschap waar in veel gevallen in voorchristelijke tijd al een heiligdom of ander heidens cultisch centrum was; Stonehenge is een beroemd voorbeeld, evenals het Witte Paard van Uffington en de steencirkel van Avebury. Maar zulke krachtplaatsen komen niet alleen in Engeland voor, want ze zijn wereldwijd.
Wichelen – prachtig woord, "wichel" – blijkt een eeuwenoud gebruik te zijn dat onder andere toegepast werd bij het kiezen van de juiste plaats voor een heiligdom – niet toevallig blijken dergelijke plaatsen gewoonlijk te liggen op een kruispunt van energiebanen. Het bleek zelfs zo te zijn, dat een reeks oude heidense heiligdommen in Engeland op een lijn bleek te liggen, een verschijnsel dat over de hele wereld bleek voor te komen. In de tweede helft van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw, een tijd waarin voor dergelijke vaagheden in wetenschappelijke kring geen ruimte meer was, slaagden onderzoekers erin dit oude patroon uit de vergetelheid op te diepen, totdat de bevindingen in 1921 opeens vorm kregen voor de ogen van Alfred Watkins. Op een zomerse dag reed hij te paard door de heuvels van Zuid-Engeland, toen voor zijn ogen plotseling het landschap veranderde. Op de grond verschenen vurige rechte lijnen, een rechthoekig patroon vormend over de heuvels en door de dalen zover het oog reikte. Op de meeste van de kruispunten stond een oude gewijde plaats – heiligdom, steenkring, grafheuvel, kasteel of zelfs kerk. Toen verdween het beeld weer.
Atkins verbond aan deze energiebanen het oud-Germaanse woord ley – gereinigde grond.

Volgens deze tekst uit Schaduw van de werkelijkheid (zie hiernaast) liggen de krachtplaatsen dus op een kruispunt van leylijnen. Weer zoiets raadselachtigs. Bestaan die leybanen echt? Vele paranormaal begaafden zijn overtuigd van wel. Niet toevallig plaatsten de oude Kelten en Germanen, met hun sjamanen, hun heiligdommen op een plek waar nu de wichelroedes uitslaan en verschijnselen als lichtbollen worden waargenomen.

Centra zijn gemeld in alle provincies; bijvoorbeeld onder de OLV-toren in Amersfoort, de plaats waar destijds de torens van de Salvatorkerk in Utrecht verrezen (nabij de Domtoren), de Cunerakerk in Rhenen, de Koningstafel op de Grebbeberg, de Duivelsberg bij Beek-Ubbergen, meerdere plaatsen in Ede en nogal wat in Drenthe, veelal op of nabij de plaats van een hunebed.
De Duivelsberg draagt die naam niet voor niets. Volgens oude verhalen spookte het er, er werden geesten en lichten gezien. Vreemde lichtverschijnselen zijn trouwens eveneens elders waargenomen, ook in ander verband. Wat bijvoorbeeld te denken van de spaaklichten op zee, die over de hele wereld worden waargenomen? Of de volksverhalen van brandende strobossen die jarenlang 's nachts werden waargeno-men nadat een boer zelfmoord had gepleegd; of dat verhaal uit Opende in de noordelijke provincie Groningen –
“Elke oavond om tien uur kwam der altyd in groat licht answeven by de Leidyk. Mem sei dan: "Wat kan dat toch sijn", want doar was in heel groat gat. Doar kon noait wat overheen rijdn. Dat licht kwam de kant fan Mearum út weg. Loater kwam de tram doar langs presys in deselfde tyd 's oavends tien uur. Dat het dat licht toen west.”
Een voorspellende intelligentie?

Tot zover Schaduw van de werkelijkheid. De vraag dringt zich op: vormen de aardenergiebanen een schaduw van de werkelijkheid? Een verbinding met een paralelle werkelijkheid misschien? Of gewoon een nog onverklaard natuurverschijnsel? Dat ze domweg verbeelding zijn is volgens mij niet vol te houden. Maar leybanen en lichtbollen onttrekken zich (vooralsnog) aan natuurwetenschappelijke toetsing, en dat is mede wat ze zo boeiend maakt.