maandag 10 juli 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 8)

Nu snel weer verder over graancirkels, want er staan nog vele onopgeloste vragen open. De lijst uit de vorige aflevering (twee weken geleden) is niet uitputtend. Buitendien treden er meestal maar enkele op in één formatie. Soms geeft de ene cirkel andere effecten dan een andere in dezelfde formatie.

Het advies van de circlemakers luidt: zoek naar leylijnen. Met een wichelroede, bijvoorbeeld. Als je je cirkels op een kruispunt van zulke energiebanen weet te leggen krijg je geheid vreemde verschijnselen die te boek staan als echtheidskenmerk.
Mijn conclusie luidt dan ook: verscheidene van de genoemde effecten (met name onder A, C en D) zijn geen aanwijzing voor een echte graancirkel, maar van een krachtige aardenergie op die plek, hetzij positief, hetzij negatief, hetzij ‘neutraal’.
Dit wordt (deels) ook wel door sommige graancirkelonderzoekers onderkend. Sjaak Damen is een Brabantse akkerbouwer die zeer geboeid is door graancirkels en het bovennatuurlijke. Sinds 2009 heeft hij uitgebreid onderzoek gedaan naar de kieming van graan uit graancirkels. Zijn ervaring is namelijk dat kenmerken als buiging en knoopuitrekking evengoed voorkomen buiten graancirkels. Graancirkelonderzoeker Robert Boerman erkent dat, maar merkt daarbij op dat het vooral voorkomt in windworp, en dat bepaalde delen van bepaalde akkers daar bijzonder gevoelig voor zijn – hoogstwaarschijnlijk de plekken met een extra hoge aardenergie, inderdaad.
Op grond van valgetal (meelkwaliteit; analyse door een laboratorium) en kiemsnelheid (eigen proeven van Damen) bleken van 18 onderzochte graancirkels er 4 als echt te kunnen worden beschouwd; van de meeste andere was er niets met zekerheid te zeggen. Voortgaande kiemproeven toonden van graan uit één formatie drie genetische veranderingen:
-          verdwijnen kafnaalden;
-          grotere aar;
-          resistentie tegen een groeiremmer.
Deze kenmerken verdwenen weer geleidelijk in volgende generaties. Bij een ander ras bleken juist kafnaalden te verschijnen, evenals een grotere resistentie tegen schimmels. Verder bleken deze veranderingen overeen te komen met die van blootstelling aan magnetronstraling van een bepaald vermogen gedurende een bepaalde tijd. (Herinner je de theorie van Haselhoff uit aflevering 5 over elektromagnetische straling.) Op deze wijze heeft Damen een nieuw tarweras (‘Agnes’) weten te kweken met een veel hogere opbrengst, waarnaar hij nog verder onderzoek doet, maar waarvan hij inmiddels al meel heeft gemalen en brood gebakken. Zijn conclusie luidt:
"De mogelijkheid bestaat dat straling stress veroorzaakt en dit een DNA-verandering te weeg kan brengen en dat dit erfelijk is in de ruimste zin van het woord.” Hij suggereert dat het goed is nader onderzoek te doen naar graan dat groeit onder een hoogspanningsleiding of windturbine. Dat is opmerkelijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen