maandag 27 januari 2014

Is schoonheid subjectief? (II)

Esthetisch gevoel en het belang van schoonheid

In het stukje van vorige week ging het steeds over schoonheidsgevoel. Is het dan toch een kwestie van gevoel in plaats van van harde maatstaven? Deels; en dat komt voor een deel door gebrek aan kennis van die maatstaven. Vergelijk het met taalgevoel. Heel wat taalfouten (van bijvoorbeeld een buitenlander) in jouw moedertaal zie je door taalgevoel, zonder precies te kunnen beredeneren waarom het fout is. Zelf kan ik op basis van taalgevoel bijvoorbeeld feilloos aangeven wanneer je "zichzelf" moet gebruiken en wanneer "hemzelf", hoewel ik geen idee heb van de regels daarover. Desondanks blijft het ervaren van schoonheid zuiver gevoel.
Ik hoor iemand denken: nu sluit dat buitenbeentje dat hamert op het belang je te onderscheiden van de massa zich toch aan bij de mening van de massa, het schoonheidsgevoel van de mensheid. Klopt. Hier zit mijns inziens namelijk de belangrijkste uitzondering op de 'regel' van Nicolas Chamfort "Men kan ervan opaan dat alle eeuwenoude overtuigingen, alle gevestigde meningen, dwaasheid zijn, juist omdat ze door de grote massa werden aanvaard": vele eeuwenoude, massale overtuigingen zijn een uitdrukking van de natuurorde (vergelijk de "ideeënwereld" van Plato) en dus is juist verwerping daarvan dwaasheid. (Desgewenst kan ik daar nog eens een bijdrage aan wijden.)

Een sarabande of een Wit-Russische volksdans ís mooier dan een dansje in de discotheek. Wie het daar niet mee eens is heeft een andere definitie van "mooi" dan "vol schoonheid".
Kortom, er bestaat universele en dus objectieve schoonheid. Zo besluit ook een wijsgeer als Kant, die als maatstaf ter beoordeling noemt dat een object doelmatig moet zijn, dat wil zeggen: de onderdelen moeten kloppen, in harmonie zijn. Er zouden wel meer aspecten te noemen zijn, bijvoorbeeld: afwijken van het gewone (dat maakt sneeuw voor ons mooi), maar geen uitersten (een volslanke vrouw is mooier dan een moddervet of graatmager exemplaar). Vaak is het een combinatie van kenmerken dat bepaalt in hoeverre iets mooi is.
Doordat er objectieve schoonheid bestaat heb ik afgelopen lente kunnen schrijven hoe belangrijk die is. Nog een paar voorbeelden en gedachten als vervolg daarop.
"Alleen schoonheid kan de wereld redden" schreef Fjodor Dostojevski. De schoonheid die de Orthodoxe dorpskerk bood bracht het leven van de arme plattelandsbevolking op een hoger plan. Dostojevski had het geluk niet meer te hoeven meemaken hoe het communisme de kerk verving door de kloeb, een betonnen doos waarin vooral propagandatoespraken werden afgestoken. Het volk raakte afgestompt en verloor zijn levenslust. De oude volksdansen, een belangrijk element in de dorpsgemeenschap, werden onderdrukt en de alternatieven vonden nauwelijks ingang. (Ook het verdwijnen van het geloof droeg bij aan de afstomping; de Russische schrijver Astafjev vertelt: "… veel geboden volgens welke onze voorouders leefden hebben we simpelweg afgeschaft (…) maar ongeloof heeft in veel gevallen geleid tot verlies van de nationale waardigheid en maakt dat we ons nu in bochten wringen en via luidsprekers schreeuwen en soms de duivel moge weten wat naäpen.")
Romanschrijfster Marlo Schalesky besluit een dialoog tussen een klein meisje en haar moeder als volgt:
(…) Ze voelde aan een stukje kant. ‘Iedereen is mooi in deze jurk.’
Nora keek op naar haar dochter. ‘Kleren maken niet de man, Ellie Jean. Wat de mensen ook denken. Soms zien ze alleen de buitenkant. Soms zien ze de waarheid pas onder ogen als die mooi is ingepakt.’
Een mooie toespraak leidt de aandacht niet af van de boodschap, maar laat die des te dieper doordringen. De schoonheid van de natuur spoort je ertoe aan de gezonde buitenlucht op te zoeken. Schoonheid maakt het leven draaglijk (pessimist), geeft het leven Schwung (optimist).

Hoe zou in de hemel iedereen met volle teugen kunnen genieten zonder objectieve schoonheid? Of zou van iedereen die straks op de nieuwe aarde mag leven vooraf het schoonheidsgevoel aangepast worden aan het landschap daar ter plaatse? De vraag stellen is haar beantwoorden. Dat kan niet de bedoeling van de schepping zijn. Er moet een ingeprogrammeerd universeel schoonheidsgevoel bestaan, bij sommigen nog werkzaam, bij velen bedolven onder dikke modderlagen, sluimerend.


Tot zover deze vrij uitgebreide behandeling van een mooi onderwerp. Mocht je het er toch niet mee eens zijn, of er meer over willen zeggen of horen, reageer dan gerust.


maandag 20 januari 2014

Is schoonheid subjectief? (I)

Universele schoonheid

Is een IJsvogel mooier dan een maraboe? Een paradijsvogel dan een kraai? Een passiebloem dan een Eendagsbloem? Of is dat allemaal relatief, afhankelijk van je smaak?
Is schoonheid subjectief, oftewel afhankelijk van de beschouwer? Deels wel, dat geef ik toe. Maar er is objectieve schoonheid, er bestaan universele maatstaven voor wat fraai is en wat niet. Die maatstaven zijn echter tamelijk moeilijk vast te stellen en dat is naar mijn mening de verklaring voor het feit dat tallozen schoonheid beschouwen als iets louter subjectiefs.
Ik kan het niet bewijzen, maar ik vermoed dat men in de achttiende eeuw, toen de Avondlandse cultuur op zijn hoogtepunt was, er niet aan twijfelde of schoonheid was een natuurgegeven en de mate waarin iets die bezat niet afhankelijk van de beschouwer; en dat doordat de hoogstaande cultuur geleidelijk teloorging en alle absolute waarheid ter discussie werd gesteld, ook de kennis van universele schoonheid dieper wegzakte.

Bestaat er objectieve schoonheid? Ja. Ik zal dat bewijzen met een voorbeeld. Zouden Miss-verkiezingen mogelijk zijn zonder enige overeenstemming over schoonheid? Natuurlijk worden de winnaressen bepaald op grond van aantal stemmen, maar de lelijkste mokkels (mijn verontschuldigingen aan onknappe lezeressen, van wie misschien de meesten meer inhoud hebben dan degenen met een leuke buitenkant) zul je er niet aantreffen. Het ene jurylid houdt van een lief gezichtje, een ander van een brutaal smoelwerk, maar desalniettemin zien we tegen de achtergrond van deze wedstrijden enkele duidelijke lijnen zich aftekenen:
a)     Een regelmatig gezicht is mooier dan een asymmetrisch gezicht.
b)     Lang haar is voor een vrouw mooier dan kort haar.
c)     Kunstmatige schoonheid (beschilderde gezichten, oorhangers en dergelijke) moet het afleggen tegen natuurlijke schoonheid.
d)     Een jurk is mooier dan een broek.
e)     Een fleurige, zwierige jurk is mooier dan een strak pakje.
De punten a, b en d spreken voor zich en ieder met enig gevoel voor schoonheid zal ze zonder meer beamen. Ze maken onderdeel uit van een universeel schoonheidsideaal. De andere twee behoeven enige toelichting.
Om met het laatste te beginnen: niet voor niets kenmerken folkloredansen, waarin schoonheid een centrale plaats inneemt, zich door kleur en zwier. Bij moderne popdansen gaat het om andere zaken en dus wordt daar andere kleding gedragen. Wijde kleding richt de aandacht op zichzelf, strakke kleding richt de aandacht op het lichaam.
Wat betreft punt c: Ten eerste is kunstmatige schoonheid, bijvoorbeeld verkregen door plastische chirurgie, bedoeld om afwijkingen van het natuurlijke schoonheidsideaal tot een minimum terug te brengen.
Het natuurlijke schoonheidsideaal – zit gevoel voor schoonheid, en zelfs de bijbehorende maatstaven, dan in de natuur ingebouwd, ingeschapen? Ja, daarvan ben ik overtuigd, althans wat de mens betreft. Universeel esthetisch gevoel is het schoonheidsgevoel van de mens, want het heeft geen zin het esthetisch gevoel van een beer of van een ster hierbij in beschouwing te nemen. Dus als het gaat om de vraag of iets mooi is zijn er criteria waarover de hele wereld, ondanks alle culturele verschillen, het min of meer eens is. En dat komt waarschijnlijk heel eenvoudig doordat de hele mensheid afstamt van een enkel mensenpaar; en ik durf nog een stap verder te gaan: doordat de Schepper iets van Zijn schoonheidsideaal in de mens 'geprogrammeerd' heeft. En daarmee is het schoonheidsideaal werkelijk universeel.
En nu zien we het tweede argument waarom natuurlijke schoonheid het wint van kunstmatige: als een schoonheidsideaal en gevoel voor wat mooi is in de natuur zit (in onze genen om precies te zijn), dan moet dat berusten op natuurlijke schoonheid.


wordt vervolgd

maandag 13 januari 2014

Weg met de koopzondag!

Vorig jaar heeft het parlement een wetsvoorstel van GroenLinks en D666 aangenomen om voortaan gemeenten zelf te laten beslissen over winkelopenstelling op zondag. Hiermee verviel de randvoorwaarde van toerisme. Dat laatste is wel enigszins begrijpelijk, gezien de rechtszaken die er gevoerd zijn over de vraag of een betreffende gemeente nu wel of niet toeristisch was. Maar nu is het hek van de dam. Amersfoort, Roosendaal en Raalte hebben al verregaande verruimingsmaatregelen getroffen en andere gemeenten volgen.
Ook in mijn eigen woonplaats Veenendaal blijft de koopzondag op de agenda. Eind vorig jaar is een initiatiefvoorstel voor een wekelijkse koopzondag verworpen. De VVD, die landelijk voorstemde, stemde in Veenendaal tegen vanwege het huidige coalitieakkoord. Maar dat vervalt met de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Met name de christelijke partijen zijn tegen de koopzondag. Begrijpelijk. De CU-fractie in Veenendaal verwoordt het zo: "De partij vindt de rustdag geen juk dat ons in onze mogelijkheden beperkt, maar juist een briljante gave waarmee de week mag worden gestart. Een ritme dat zich bewezen heeft."
Maar niet alleen is de wekelijkse rustdag een bijbels gebod en in Nederland een deel van ons joods-christelijke erfgoed – om die reden zou ook de PVV tegen verruiming moeten zijn, maar op Wilders is zoals bekend geen staat te maken –, maar ook zijn er belangrijke sociaal-economische redenen waarom zondagsopenstelling van winkels onwenselijk is.
(Dat de eigenlijke rustdag de laatste dag van de week is, dus zaterdag, is een discussie die we hier buiten beschouwing moeten laten; en voor het misverstand dat maandag de eerste dag van de week zou zijn heb ik nu evenmin ruimte.)

Naast de drie christelijke partijen is alleen de SP tegen koopzondagen. En zij heeft daar goede argumenten voor. Niet voor niets is de SP de enige partij met iets van "sociaal" in haar naam.

Een euro kan maar één keer worden uitgegeven. Algehele zondagsopenstelling zal dus geen omzetvergroting opleveren, maar slechts een spreiding of herverdeling. Het gevolg is een 24-uurseconomie die bepaald bevorderlijk is voor de psychiatrie en bepaald niet voor het milieu en de winkelier.
Uit onderzoek blijkt trouwens dat de meeste mensen (twee derde) hechten aan de vrije zondag. Alleen denken ze er dan niet allemaal bij na dat ook af en toe op zondag een winkel bezoeken kwaad zou kunnen. Vooral kleine winkeliers met weinig personeel verzetten zich tegen zondagsopenstelling. Sommige gemeenten leggen winkels zelfs de verplichting op hun winkel op (bepaalde) zondagen open te stellen, anders kunnen ze sluiten. Maar ook zonder gemeentelijke verplichting kan een winkelier voor dit dilemma komen te staan: klanten lopen weg, naar de grote jongens die graag op zondag open zijn. Het Midden- en Kleinbedrijf dreigt zodoende een zware aderlating te moeten ondergaan, waardoor de schaalvergroting in een stroomversnelling zal komen. Een partij als de VVD heeft daar zoals bekend geen bezwaar tegen, maar socialisten en anderen voor wie de economie niet het hoogste goed is staan toch anders in het leven.
Om tegen deze dreigende sanering een vuist te kunnen maken hebben winkeliers zich verenigd in de Stichting Tegen Verruiming Koopzondagen. Uit onderzoek blijkt keer op keer dat MKB'ers de dupe zijn van de nieuwe winkeltijdenwet. Met wisselend succes, maar met tal van sterke argumenten voert deze organisatie daarom actie om het aantal koopzondagen te beperken. Die argumenten kun je ter plaatse nalezen, voor zover hierboven nog niet genoemd. Ik sluit af met een aardig geval.

In het dorp Doorn (dat sinds enige jaren deel uitmaakt van de kunstmatige fusiegemeente Utrechtse Heuvelrug, die onlangs een koopzondagenproef is begonnen) ligt een stukje verhard terrein al vele jaren ongebruikt; waarschijnlijk zwaar vervuilde grond. Wat er ooit gestaan heeft is nauwelijks meer te zien. Alleen één tekst prijkt nog altijd trots op een metershoge zuil: "óók zondags geopend!"

Het lot van zondagsopenstelling…

dinsdag 7 januari 2014

Zondagmorgen

Langzaam, bijna aarzelend ontwaak ik na een heerlijke nacht slaap. Vers zonlicht dat door het gordijn mijn kamer binnensijpelt wekt het sluimerende bewustzijn voorzichtig voor de nieuwe dag. Zondag. Ik merk dat aan de stilte, meer dan welkom na de jachtige hectiek van de werkweek. Ons droomhuis ligt nog in diepe rust – onze kerk begint pas laat – en buiten wordt de stilte slechts doorbroken door het zachte gefluit van een enkele vogel. Verder ademt alles rust en vrede, een weldadige stilte waar ik een tijdlang stil van lig te genieten.
Totdat de rust verstoord wordt door het geronk van een automotor. Als bij toverslag is het gedaan met mijn rust. Ik spring mijn bed uit en schuif het gordijn van voor het raam. Wie moet er nu zo nodig op zondagmorgen door de straat rijden? Vanuit mijn torenkamertje heb ik zicht op de straat en kan ik de auto die zojuist voorbijlawaaide helemaal volgen, tot waar hij het plein van de kerk opdraait. Ah, juist. Een kerkganger. En ook nog eentje die zo nodig op het kerkplein moet parkeren, hoewel de wagen bepaald niet de indruk wekt dat zijn eigenaar slecht ter been is.
Intussen is het druk geworden; de straten zijn vol kerkgaande auto’s die kriskras door elkaar elk naar de kerk van hun voorkeur rijden. Zo hoort dat, schijnbaar. Vergelijk dat dan eens met vroeger, toen de zondagmorgenstraten vol waren met wandelende kerkgangers. Weer een reden om terug te verlangen naar de goede oude tijd.
Zuchtend keer ik me af van het raam. Ook op zondagmorgen is de rust van korte duur. Nu wordt dat evenwel niet veroorzaakt door de ‘wereld’, maar door die fijne kerkgangers die de mond vol hebben over zondagsrust en zondagsheiliging...