maandag 3 juni 2013

Schoonheid in de kunst

Schoonheid is uit de kunst.

Ieder die zich wel eens waagt aan een schilderij, beeldhouwwerk, gedicht of ander kunstwerk kent de ervaring van de pottenbakker van Homerus. Eens had hij een inspiratie voor een schitterende vaas, dus hij toog aan het werk, maar… currit rota, urceus exit – het werd een simpele schotel.

Altijd wanneer een grote cultuur ontstaat ontwikkelt zij de kunst zich als was zij een kind dat vaardigheden aanleert. Een schotel wordt een kom, een kom een pot, een pot een vaas en de vaas wordt verder verfijnd tot een kostbaar versierd kunstwerk. Zo gaat het in de schilderkunst, de bouwkunst, de beeldhouwkunst, de dichtkunst en elke kunstvorm die er is. Uiteindelijk, na zes of zeven eeuwen, bereikt de cultuur haar hoogtepunt, waarin kunst van een ongekend hoog peil wordt voortgebracht.
Daarna verzakelijkt de cultuur, om uiteindelijk – volgens Oswald Spengler, zie bericht van 5 maart – over te gaan in de Beschavingsfase, waarbij wetenschap en techniek zich ontwikkelen ten koste van de kunst. En dat is precies wat wij in West-Europa hebben zien gebeuren. Grote namen als Rembrandt en Bach behoren definitief tot het verleden. Natuurlijk bestaan er nog altijd grote kunstenaars, maar als ontheemd, op zichzelf staand, veelal werkend binnen kaders die in een grijs verleden zijn bepaald.
Wat echt nieuw is voor de twintigste en eenentwintigste eeuw ontbeert schoonheid. Het duidelijkst is dat te zien in de beeldende kunst. Chaos en zinloosheid overheersen de moderne schilderkunst. Ondefinieerbare kladstukken, onafgemaakte schilderingen – van alles, behalve wat mooi is. Hierin ligt overigens het grote belang van de moderne kunst: waar de schilderkunst in de Gouden Eeuw een privilege was voor de elite, hoef je vandaag de dag geen kunstzinnig talent te hebben om kunstenaar te worden...

Intussen heeft de wereld behoefte aan schoonheid, en de uitzichtloosheid van het modernisme moet wel teleur stellen; steeds meer kunstenaars zullen teruggrijpen naar de gouden eeuwen der kunst. Niet dat er weer een groots kunsttijdperk zal aanbreken, maar iedere kunstenaar in zijn eigen stijl kan bijdragen aan een leefbare wereld. Schilders als Henk Helmantel, Léon van der Linden, Steve Hanks en John Fawcett bewijzen het.


Dit was mijn laatste bijdrage over schoonheid, hopend dat de toon is gezet om de wereld te verfraaien, om te zoeken naar alles wat goed, mooi en welluidend is, want schoonheid kan de wereld redden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen