dinsdag 15 augustus 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 12)

Een nieuwe tak van onderzoek werd geboren: ufologie. De geopperde mogelijke verklaringen voor de vele gemelde ufo-waarnemingen zijn onder te verdelen in drie categorieën:

  1. Militaire luchtvaartuigen, weerverschijnsel, verbeelding of soortgelijke logische verklaring. Dit is waarschijnlijk waar voor de meeste ovo-waarnemingen, maar, zo stellen Ross, Samples en Clark in hun boek Lights in the Sky and Little Green Men: "Respected ufologists agree that there must be something real at the bottom of some UFO reports." Wat is dat 'werkelijke'? Op het internet merkt iemand op: "Uit het oog wordt verloren dat de wetenschap ook stelt dat het bestaan van intelligente levens vormen buiten de aarde zeer waarschijnlijk is en bovendien dat 95% van de materie, die aanwezig is in het heelal, blijkens de zwaartekracht, niet zichtbaar is en geen interactie toont met de andere wetten van onze fysica."
  1. Buitenaardse wezens. De Dogon-stam telt nauwelijks tweehonderdduizend leden en leeft in een uithoek in het Noord-Afrikaanse Mali. Hoewel de Dogon betrekkelijk modern leven zijn ze niet in het bezit van hoogdravende wetenschappelijke geleerdheid. Daarop is echter één uitzondering. Reeds honderden jaren beschikken de Dogon-priesters over nauwkeurige kennis van het sterrensysteem van de Sirius – waartoe naast de bekende Sirius A en B nog een derde ster zou behoren – waaronder de omwentelingstijd van de betreffende sterren en het feit van de grote dichtheid van Sirius B, de ster waarop volgens de overlevering de schepping begon. Lang geleden bezocht een ruimteschip vanaf die ster de (mogelijk oorspronkelijk uit Griekenland afkomstige) Dogon, waarmee zij in contact kwamen met een soort 'amfibische' goden – half vis, half mens – zoals ook de Babyloniërs kennen. Dit komt overeen met wat ontvoerders en andere buitenaardse wezens zelf zeggen als ze in contact komen met mensen: dat ze deel uitmaken van een duizenden jaren oude, hoog ontwikkelde beschaving ver in het heelal. En dit komt overeen met wat alternatieve oudheidkundigen ontdekten over de herkomst van de oude goden van Babylonië, Egypte enzovoort: dat die een herinnering zijn aan buitenaardse bezoekers in een ver verleden. Alleen, hoe kunnen die door het universum reizen? Ossebaard denkt aan wormgaten, een kosmologische hypothese omtrent 'kromming van ruimtetijd' waardoor het mogelijk zou zijn in een mum van tijd ongelooflijke afstanden te overbruggen (op sommige NASA-foto's zouden moederschepen te zien zijn op weg naar Aarde). Alleen biedt dat nog geen verklaring voor hoe ze de kosmische straling kunnen overleven, alsmede voor het feit dat er elders in het heelal überhaupt leven kan voorkomen. Daarom denken Ross, Samples & Clark, evenals Gary Bates in zijn boek Alien Intrusion and the Ufo Connection, aan iets anders:
  1. Interdimensionale wezens. Dat zijn wezens die niet zijn gebonden aan ons drie-dimensionale heelal, en dus niet op een verre planeet leven, maar vanuit een hogere dimensie wanneer ze maar willen onze wereld kunnen binnendringen. Misschien zijn deze wezens drie-dimensionaal, misschien niet, daar kom je niet achter; het spreken in dimensies is trouwens slechts een poging het onbevattelijke bevattelijk te maken. Maar dat er een hogere, noem het geestelijke, wereld bestaat, dat staat buiten kijf. En dat die wereld contact kan maken met de onze eveneens. Lees de Bijbel. Lees Ouweneels Het domein van de slang, of één van de andere gedegen boeken die over dit onderwerp zijn verschenen. Volgens genoemde bronnen bestaat die hogere wereld uit een lichte en een duistere kant en het heeft er alle schijn van dat het hele 'buitenaardse' deel van zowel het ovo-gebeuren als van het graancirkelfenomeen tot slechts één van beide kampen behoort. Welk dan, licht of donker, goed of slecht?

maandag 7 augustus 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 11)

Op een middag ligt Sjaak Damen op z'n gemak in een graancirkel als hij een vrouwenstem zijn naam hoort roepen. Hij kijkt op, maar er is in de verste verte geen vrouw te bekennen. Hij gaat weer liggen, maar weer wordt hij geroepen. Voor de grap pakt hij zijn kladblok en noteert een bericht dat de stem hem vervolgens geeft: ,,Wij zijn de makers van het universum en komen met een boodschap. Wij komen van ver en onze levensvorm begrijpen jullie nog niet. Wij komen en gaan. Wees zuinig op de planeet. Bestudeer de Oudheid. De toekomst ligt in het verleden. Geloof in de almachtige Schepper. Het uiteenwaaien van het heelal is de vorm van deze graancirkelformatie. Je ziel zal voortleven. De tijd zal dat leren.”
Later vertellen mysterieuze ‘buitenaardsen’ Sjaak dat zij de stem hebben laten verschijnen middels een bij de mensen nog onbekende nieuwe techniek.
Herinner je de ervaring van Janet in de eerste aflevering van deze reeks en voeg er nog talloze aan toe van mensen die boodschappen doorkrijgen in een graancirkel, die samengevat kunnen worden in de volgende volzin: We staan op de drempel van een nieuw tijdperk, waarin geen plaats meer is voor een godsdienst uit een Bijbel, maar waarin de verlichte mens zijn eigen goddelijkheid leert kennen. Verlichte extradimensionale entiteiten zijn aanwezig ter ondersteuning van de mens op die weg.
Dat klinkt heel erg als New Age, hoewel veel graancirkelaars bepaald niet bevriend zijn met New Agers; ook in die zweverige hoek is dus heel wat meningsverschil.
Maar, zal een scepticus tegenwerpen, waarom zou je deze ‘boodschappen’ niet gewoon psychologisch kunnen verklaren? Goed, ik reken mezelf niet tot de psychologen en ik weet niet hoe ver hun vermogen vreemde verschijnselen weg te verklaren gaat. Wel is er nog een andere mogelijke verklaring voor het ontstaan van graancirkels, die nog niet aan bod gekomen is en verband houdt met psychologie, alleen dan een omstreden aspect ervan: telepathie. Misschien worden graancirkels toch door mensen gemaakt, alleen op een verrassende wijze.
Op een zomer in Engeland kopen Annemieke Witteveen en een vriendin beiden zonder het van elkaar te weten een halshanger die een godin voorstelt. Als ze elkaar daarna ontmoeten in een pub praten ze erover en hoe leuk het zou zijn als er nu een graancirkel verscheen in de vorm van die godin. Ze besluiten de ‘graancirkelmakers’ te vragen om die Godess. Helaas is de terugreis al geboekt en een paar dagen later moeten ze vertrekken zonder dat de godin in het graan is verschenen. Maar dan, net als ze weg zijn, gebeurt het toch. Een grap van de buitenaardse cirkelmakers? Robert Boerman, die in zijn boek Graancirkels, goden en hun geheimen nog goden uit de oudheid, die nog altijd zouden bestaan in een buitenaardse beschaving, ervoor verantwoordelijk hield, denkt in zijn boek De grap van de graancirkel dat wij (of ten minste de cirkeljagers onder ons) zelf verantwoordelijk zijn voor het verschijnsel, en wel doordat onze gedachten worden opgeslagen in een soort kwantumveld (Ossebaard: “een onzichtbare verzamelplaats van wat was, is en ooit zal zijn”) en daar door meditatie uit kunnen komen in de vorm van graancirkels. Hoe dat gaat is nog niet precies bekend, maar volgens Boerman spelen geluidsgolven (ook een vorm van energie) daarbij een v rol. Een ingewikkeld verhaal waarin ook de kwantumfysica een voorname rol speelt, het wetenschapsgebied waarin het onmogelijke mogelijk is (zoals een enkel deeltje dat tegelijkertijd door twee spleten gaat, "hetgeen meer is dan een spook vermag", aldus Arthur Koestler). Telepathie bestaat, dat is naast de vele verklaringen van mensen die het hebben meegemaakt aangetoond door een onderzoekje van Eltjo Haselhoff en zijn dochter, die elkaar door de telefoon telkens vroegen welk plaatje ze aanwezen, waarbij ze zo vaak het goede antwoord gaven dat volgens Haselhoffs berekening de kans dat dat op toeval berustte 1:10.000 was. Zo zouden dus ook graancirkels kunnen ontstaan, denken mensen als Boerman, Haselhoff en Janssen.
Maar er is nóg iets dat niet klopt.

Het is 24 juni 1947. Gezeten in zijn kleine vliegmachine ziet een Amerikaanse zakenman vreemd vliegtuig – een negental schotelachtige voorwerpen, welker snelheid hij schat op pakweg 2000 kilometer per uur, drie keer de snelheid van de snelste jagers indertijd.
Het verhaal over deze 'vliegende schotels' veroorzaakt opschudding. Het ufo-tijdperk is begonnen. De verhalen volgen elkaar op, van waarnemingen van verre, snel bewegende lichtjes aan de nachtelijke hemel tot heuse ontvoeringen door buitenaardsen, zoals het volgende verhaal.
In 1961 zijn Barney en Betty Hill op weg naar huis als ze boven hun auto een lichtgevend voorwerp zien naderen, tot het op een hoogte van veertig meter schuin boven de auto blijft hangen. Barney zet de auto aan de kant en kijkt met zijn verrekijker naar het vaartuig, waar hij achter een rij raampjes gezichtjes ziet bewegen. Angstig snelt hij terug naar de auto en rijdt weg. Thuisgekomen blijkt de reis twee uur 'te lang' te hebben geduurd. Een paar jaar later komt het echtpaar in contact met een hypnotherapeut, en ontdekt wat er in die twee zoekgeraakte uren is gebeurd – in de ovo (zoals Kees het noemt in Schaduw van de werkelijkheid) werden ze onderworpen aan wrede medische proeven. Toen Betty aan de wezens vroeg waar ze vandaan kwamen werd haar een sterrenkaart getoond met een deel van het sterrenbeeld Net, dat Betty tijdens de hypnose in staat was nauwkeurig na te tekenen. Het vreemde was dat de bewuste sterren pas jaren later werden ontdekt, juist gelegen zoals het Betty Hill tijdens de ontvoering was getoond.

maandag 31 juli 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 10)

Het lijkt er dus op dat er voor graancirkels een natuurlijke verklaring bestaat. Dat is niet nieuw; in het verleden zijn reeds allerlei mogelijkheden geopperd, van parende herten tot heksenkringen. Voortschrijdend onderzoek heeft de meeste van dit soort 'verklaringen' doen verwerpen, maar een paar zijn er dus overgebleven: plaatselijke wervelwind, aardenergie, plasmawervelingen en lichtbollen; al dan niet gecombineerd. Dat voor twee daarvan, aardenergie en lichtbollen, nog geen natuurwetenschappelijke verklaring bestaat, hoeft niets te zeggen; misschien heb ik wel eens het voorbeeld aangehaald van bolbliksem, een zeldzaam verschijnsel dat door wetenschappers (of wetenschapsgelovigen, fysicalisten) lacherig terzijde werd geschoven als fantasie, tot er een natuurlijke verklaring voor werd gevonden. Met aardenergie en lichtbollen zal het net zo gaan, vermoed ik.
Dat onder graancirkelonderzoekers veel discussie is over welke 'echt' zijn en welke een hoax, dus door graankunstenaars gemaakt – de schattingen lopen uiteen van "bijna alle" tot "bijna geen" – doet hiervoor niet ter zake.

Een opmerkelijk gegeven daarbij is een zeldzaam verschijnsel dat ik noemde in de lijst anomalieën (afl. 7), maar nog niet heb toegelicht: ghost, de geestafdruk.
Het klinkt fascinerend, en dat is het ook. Soms verschijnt er na de oogst, na het ploegen of in het volgende gewas een vage ‘afdruk’ van de graancirkelformatie die er die zomer gelegen heeft. Een spookformatie. In 1999 verscheen er bij Barbury Castle in Engeland een graancirkel in tarwe. Het volgende jaar zaaide de boer het land in met gerst. Op de plek waar de tarweformatie had gelegen bleek de gerst donkerder en groter te zijn dan eromheen. In dat jaar ontstond er niet ver daar vandaan, bij Avebury, een andere formatie in tarwe. Ook hier zaaide de boer het volgende jaar de akker in met gerst, maar die bleek op de plek waar de graancirkel gelegen had zo slecht te groeien dat er hele plekken kaal bleven. In andere gevallen bleef ’s winters sneeuw het langst liggen waar die zomer een formatie was gevormd, of smolt er juist eerder weg. Hoe is zoiets in vredesnaam mogelijk?
Er zijn verschillende verklaringen voor geopperd. Eén ervan is dat door drukke betreding door bezoekers het bodemleven verstoord wordt. Janet Ossebaard bestrijdt dit echter door een verwijzing naar een graancirkel die geen bezoekers trok en toch een spookformatie voortbracht. Sjaak Damen oppert virusinfectie of bodemverdichting als gevolg van straling. Als het bodemverdichting is kan dat mijns inziens niet komen door de stampende voeten van cirkelmakers, want dan zou het graan te zeer beschadigd moeten zijn en zou je ook alle sporen van de maaidorsers moeten terugvinden, wat voor zover ik weet niet het geval is. Kortom, meent Janet, de kristallijne structuur van de bodem is veranderd als gevolg van de (elektromagnetische) energie die de cirkels vormde. Overigens denkt ze niet dat alle door ‘buitenaardsen’ gemaakte cirkels een spookformatie opleveren, maar wel omgekeerd dat een spookformatie een ‘postuum’ bewijs is van ‘echtheid’ van de formatie. Of dat waar is kan ik niet beoordelen, maar dat het spookverschijnsel het graancirkelraadsel alleen maar groter maakt lijdt geen twijfel.

Parallel daaraan schijnt er ook een soort blauwdruk te bestaan voorafgaand aan het ontstaan van een formatie. Ossebaard haalt een bron aan onder de Britse piloten van de Royal Air Force, die zegt dat zij met hun infraroodvizier formaties waarnemen waarvan vele nooit plat gaan. Dat maakt dus dat Ossebaard de Oliver's Castle Footage (zie afl. 5) uitlegt als een door lichtbollen geactiveerde blauwdruk. Of die conclusie juist is valt te betwijfelen, maar het is een interessante gedachte.

Sommige graancirkels zijn met zekerheid door mensen gemaakt. Sommige met zekerheid niet. Zo liet Eltjo Haselhoff eens foto’s zien van zijn onderzoek naar een kleine formatie in een bonenveld bij Hoeven. Het was ’s morgens vroeg. De afgelopen dagen had het flink geregend en de kleigrond was zacht, de voeten van de onderzoekers zakten er bij elke stap een halve decimeter in weg. Toch waren hun voetstappen de enige in het veld.
Ook een kleine formatie in Engeland was vrijwel zeker niet door graankunstenaars gemaakt; Roeland Beljon vertelt hoe na de ontdekking geen mens de cirkel durfde te betreden, zo’n sterke negatieve energie hing er. En Beljon is echt niet één van de gevoeligste cirkeljagers.
Zomaar een paar voorbeelden.
Maar wie maakt ze dan wel? We hebben natuurlijke verklaringen besproken, maar er zijn een paar dingen die niet kloppen. Ten eerste het feit van de geometrie, uitgebreid onderzocht door onder anderen Bert Janssen; daar moet volgens onderzoekers als Ossebaard wel een intelligentie achter zitten. Is dat zo?
Bloemblaadjes groeien vaak in een hoek van 137,5° ten opzichte van elkaar; zo vangen ze samen maximaal zonlicht. Dit wordt de "gulden hoek" genoemd, een geval van de in de wiskunde bekende gulden snede, die verband houdt met de rij van Fibonacci, een getallenreeks die onder meer terug te vinden is in de groei van konijnen- en bijenpopulaties. Vergeet daarnaast ook symmetrie niet. Onder meer gewervelde dieren zijn tweezijdig symmetrisch, terwijl bijvoorbeeld zeesterren meervoudig symmetrisch zijn. En dan heb je nog kristalstructuren in gesteente, in sneeuw en ga zo maar door. Op microniveau lijken atoomkernen te voldoen aan wiskundige regels. Kortom, de natuur maakt gebruik van wiskunde. Maar zulke complexe wiskunde als nodig is voor de ingewikkeldste formaties? Ik denk dat Janet gelijk heeft dat daar een denkende intelligentie achter zit. Dat zou dan gewoonweg het creatieve brein van graankunstenaars kunnen zijn, maar er is nog iets dat niet klopt.

maandag 24 juli 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 9)

Afgelopen april verscheen in het populair-wetenschappelijke tijdschrift Weet een artikel van geneticus dr P. Borger getiteld "De oertijdcode".
Op zaterdagavond 17 december 1988 kwam de Zwitserse tv met een opmerkelijk verhaal. Chemicus Guido Ebner en zijn assistent Heinz Schürch toonden een Tongvaren, maar dan zo groot als alleen bekend uit steenkool. Hoe kwamen ze daaraan? Wel, zelf gekweekt door sporen van Mannetjesvaren bloot te stellen aan een elektromagnetisch (elektrostatisch) veld. Op diezelfde wijze hadden ze maïsplanten gekweekt met 10-12 kolven per stengel (i.p.v. de gebruikelijke 1-3), die beter bestand waren tegen ziekten. En niet alleen planten; ook hadden ze eitjes van de Regenboogforel in het elektrostatische veld gelegd, met als uitkomst een forel die groter, schuwer, sterker en wilder was en een net als een zalm een vooruitstekende onderkaak bezat – kortom: een al 150 jaar uitgestorven oerforel. Opmerkelijk was verder dat de 'nieuwe oersoorten' na 3 of 4 generaties hun bijzondere kenmerken weer verloren en 'terugvielen' in de gewone Mannetjesvaren, Maïs dan wel Regenboogforel.
De scheikundigen hadden destijds geen verklaring voor de waarnemingen, maar gingen door met hun kweekproeven, waarvoor hen patent werd verleend (tot 1999), maar na een paar jaar verdween om onduidelijke redenen de aandacht voor het verschijnsel. Toch bleven de opvolgers van Ebner en Schurch hun ontdekkingen zien als veelbelovend en verantwoord alternatief voor genetische manipulatie en gewasbeschermingsmiddelen.
Borger verklaart de bevindingen als "epigenetische regulatie van genexpressie": de DNA-sequentie zelf verandert niet, maar de wijze waarop die tot uitdrukking komt verandert; simpel gezegd: er komt een andere verdeling van welke genen 'aan' staan (dus invloed uitoefenen) en welke 'uit' staan. Vermoedelijk zijn transposons (kleine stukjes DNA die kunnen verspringen) of vergelijkbare variatie-inducerende genetische elementen hiervoor verantwoordelijk. Hoe de activiteit van transposons precies wordt beïnvloed door elektrische velden is nog niet bekend, maar wel weten we dat hun activiteit wordt verhoogd door UV en andere straling, wellicht ook door straling van een magnetron. Tot zover Borger.

Een vrij lange uitweiding, maar een ook voor het graancirkelfenomeen interessante, omdat die een verklaring kan bieden voor de kweekproeven van Sjaak Damen en daarmee een elektromagnetisch element in het gebeuren bevestigt, een verklaring die (zoals gezegd) door Haselhoff werd aangedragen en aansluit op het werk van Burke, Levengood en Talbott (BLT Research Team, Michigan), de eersten die wetenschappelijk onderzoek deden naar biofysische afwijkingen van graancirkelplanten.

Er is echter nog een andere verklaring, die wordt verdedigd door Terence Meaden en anderen van het BLT Research Team: de plasmavortextheorie. Plasma is de vierde fase naast vast, vloeibaar en gasvormig: geïoniseerd. "Vortex" is het Engelse woord voor "werveling". Onder bepaalde omstandigheden kan plasma (elektrisch geladen lucht) in de atmosfeer (bijvoorbeeld in de ionosfeer) gaan wervelen, en naar beneden stoten. Dit gaat gepaard met sterke energie: een magnetisch veld en een soort microgolven. Volgens de theorie zou deze energie, wanneer zo'n wervelende plasmakolom naar het aardoppervlak stort, in een graanveld de gevonden veranderingen teweegbrengen: in het klein de buiging van graanstengels, vergrote of ontplofte knopen en soms verschroeide aren en andere sporen van hitte, alsmede een middels een redoxtest meetbare hoge concentratie vrije radicalen in de ('getraumatiseerde') planten; en in het groot de cirkels en andere structuren. Ook de vaak in graancirkels gevonden hoge concentraties meteorietstof (tot een factor 800 van wat gebruikelijk is) kunnen zo verklaard worden als meebracht vanuit de ionosfeer.

Janet Ossebaard combineert de twee theorieën als volgt:
Samenvattend kan gesteld worden dat – volgens de huidige wetenschappelijke theorie – het overgrote deel van de graancirkels worden gevormd door elektromagnetische puntbronnen die vrijkomen op het moment dat een plasmavortex (met een sterk elektromagnetisch veld en andere energievormen verwant aan microgolven maar tot op heden ongeïdentificeerd) vanuit de ionosfeer het aardoppervlak raakt.

maandag 10 juli 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 8)

Nu snel weer verder over graancirkels, want er staan nog vele onopgeloste vragen open. De lijst uit de vorige aflevering (twee weken geleden) is niet uitputtend. Buitendien treden er meestal maar enkele op in één formatie. Soms geeft de ene cirkel andere effecten dan een andere in dezelfde formatie.

Het advies van de circlemakers luidt: zoek naar leylijnen. Met een wichelroede, bijvoorbeeld. Als je je cirkels op een kruispunt van zulke energiebanen weet te leggen krijg je geheid vreemde verschijnselen die te boek staan als echtheidskenmerk.
Mijn conclusie luidt dan ook: verscheidene van de genoemde effecten (met name onder A, C en D) zijn geen aanwijzing voor een echte graancirkel, maar van een krachtige aardenergie op die plek, hetzij positief, hetzij negatief, hetzij ‘neutraal’.
Dit wordt (deels) ook wel door sommige graancirkelonderzoekers onderkend. Sjaak Damen is een Brabantse akkerbouwer die zeer geboeid is door graancirkels en het bovennatuurlijke. Sinds 2009 heeft hij uitgebreid onderzoek gedaan naar de kieming van graan uit graancirkels. Zijn ervaring is namelijk dat kenmerken als buiging en knoopuitrekking evengoed voorkomen buiten graancirkels. Graancirkelonderzoeker Robert Boerman erkent dat, maar merkt daarbij op dat het vooral voorkomt in windworp, en dat bepaalde delen van bepaalde akkers daar bijzonder gevoelig voor zijn – hoogstwaarschijnlijk de plekken met een extra hoge aardenergie, inderdaad.
Op grond van valgetal (meelkwaliteit; analyse door een laboratorium) en kiemsnelheid (eigen proeven van Damen) bleken van 18 onderzochte graancirkels er 4 als echt te kunnen worden beschouwd; van de meeste andere was er niets met zekerheid te zeggen. Voortgaande kiemproeven toonden van graan uit één formatie drie genetische veranderingen:
-          verdwijnen kafnaalden;
-          grotere aar;
-          resistentie tegen een groeiremmer.
Deze kenmerken verdwenen weer geleidelijk in volgende generaties. Bij een ander ras bleken juist kafnaalden te verschijnen, evenals een grotere resistentie tegen schimmels. Verder bleken deze veranderingen overeen te komen met die van blootstelling aan magnetronstraling van een bepaald vermogen gedurende een bepaalde tijd. (Herinner je de theorie van Haselhoff uit aflevering 5 over elektromagnetische straling.) Op deze wijze heeft Damen een nieuw tarweras (‘Agnes’) weten te kweken met een veel hogere opbrengst, waarnaar hij nog verder onderzoek doet, maar waarvan hij inmiddels al meel heeft gemalen en brood gebakken. Zijn conclusie luidt:
"De mogelijkheid bestaat dat straling stress veroorzaakt en dit een DNA-verandering te weeg kan brengen en dat dit erfelijk is in de ruimste zin van het woord.” Hij suggereert dat het goed is nader onderzoek te doen naar graan dat groeit onder een hoogspanningsleiding of windturbine. Dat is opmerkelijk.

maandag 3 juli 2017

intermezzo - Brandweervrouwen

Even tussendoor een reactie op een vreemd nieuwsbericht van de afgelopen week: brandweervrouwen klagen over de nieuwe conditietest, die voor veel vrouwen te zwaar zou worden. De het hoofdkantoor neemt deze kritiek naar verluid ernstig en overweegt de eisen voor mannen en voor vrouwen verschillend te maken, net als in de sportwereld gebeurt.

Een brandweervrouw, wat is dat eigenlijk? De vrouw van een brandweerman, zou je misschien denken, maar tegenwoordig kun je ook de man van een brandweervrouw zijn en is je vrouw dus degene die uitrukt voor een brand of ander rampje. De omgekeerde wereld, toch? Er zijn beroepen waarvan ik, en vele gewone mensen met mij (alleen politici, opiniemakers en andere wijsneuzen niet, althans in het openbaar), vind dat het echt een mannen- dan wel vrouwenberoep is en zou moeten blijven. Brandweer is zo’n mannenberoep. Een brandweerman is een mannetjesputter, een macho, en alleen andere echte mannen en manwijven sluiten zich bij hem aan, lijkt me.
Toegegeven, de brandweerman moet niet alleen stoer zijn maar ook sociaal, en graag mensen helpen c.q. redden. Als dat de reden is voor ‘vrouwen’ om brandweervrouw te willen worden is dat op zich prijzenswaardig (wat het niet is als het ze gaat om het redden van in een boom geklommen katten), maar er zijn beroepen waar ze die taak minstens even goed kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld in de verpleging. Bovendien kunnen ze daar ook echt vrouw zijn.
Met klagen over te zware conditietraining maken brandweervrouwen zich pas goed belachelijk. “Ik wil graag net zo stoer wezen als een man, maar dat kan ik niet en dat is gemeen!” (Een kleine zeven jaar geleden schreef iemand naar aanleiding van een oproep van een Australische burgemeester aan "uiterlijk minder bedeelde vrouwen" om naar zijn vrouwenarme stad te komen: "Elk klein wissewasje waar mogelijkerwijs het hele vrouwenemancipatie bij betrokken kan worden, lijkt een soort nationale menstruatiecyclus op gang te brengen met als effect dat alle vagina-dragenden in de wereld hun gezonde verstand bij het grofvuil zetten en zich enkel laten leiden door emoties.")
Kom op, dwaze vrouwen die zo nodig een mannenberoep willen uitvoeren, kom tot bezinning en durf weer vrouw te zijn. Een echte vrouw is een zeer waardevol wezen met bijzondere eigenschappen waar een man niet aan kan tippen en ze is gek als ze die wil verruilen voor de kwaliteiten die nodig zijn voor een mannenberoep.

Mocht de brandweer echt zo dwaas zijn om de eisen voor vrouwen lager te gaan stellen dan voor mannen, dan hoop ik wel dat wij als ons huis in brand zou raken gered worden door brandweermannen en niet door brandweer‘vrouwen’.

maandag 26 juni 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 7)

Op www.circlemakers.org bieden Engelse graankunstenaars een handleiding voor hoe graancirkels te maken. Een belangrijke voorwaarde is ongezien te werken, dus ’s nachts. Toch worden er ook overdag formaties gevormd. Een beroemd geval is ‘The Julia Set’ bij Stonehenge in Wiltshire. De formatie ontstond langs een drukke weg op 7 juli 1996 tussen 5:30 u. (toen een piloot met een dokter in zijn vliegtuigje over het veld vloog zonder dat daar wat bijzonders te zien was) en 6:15 (toen de piloot er opnieuw overheen vloog en nu de formatie zag liggen) en telde 149 cirkels en was 280 bij 150 meter groot. Geen van de bezoekers van Stonehenge die de enorme formatie zagen toen hij er eenmaal lag, had iets zien gebeuren.
In de ochtend van 3 augustus 2007 verschijnt er bij het Zuid-Engelse Pewsey een formatie. Een hardloopster kijkt om 8:10 u. over een veld uit en constateert teleurgesteld dat er nog steeds geen formatie ligt op deze prachtige locatie. Als ze er een uur later in de auto langs rijdt ziet ze een enorme formatie in het veld liggen.
Op 7 augustus 2001 zijn Eltjo Haselhoff, Robert Boerman en Jan Willem Bobbink in een graanveld bij Stadskanaal om een uit 8 cirkels bestaande formatie, in een schorpioenvormig patroon, op te meten en te bemonsteren. Als de metingen zijn gedaan en er foto’s zijn genomen gaat Robert nog even naar de staart van de formatie voor meer foto’s en ziet tot zijn verbazing dat er een negende cirkel bijgekomen is. Niemand heeft iets zien gebeuren, er is niemand anders in het veld en ze hebben hooguit tien minuten niet naar de formatie gekeken. Als ook de anderen bij de plek gekomen zijn merken ze dat het graan warm aanvoelt en blijkt van twee fotocamera’s de batterij razendsnel leeg te lopen. Ook krijgt één van de drie een vreemde pijn in zijn benen en een ander in zijn hand en pols. Later vertelt de eigenaar van de akker dat hij daar meermalen bliksem heeft zien inslaan.

Zonder iets te kunnen bewijzen vind ik dit soort gevallen wel sterk op een niet-menselijke oorzaak duiden (althans in gewone zin; later nog wat over een ongewoner optie). Toch worden ervaringen zoals die leeglopende batterijen en pijnlijke gevoelens door velen niet beschouwd als exclusief voor graancirkels. Terwijl de circlemakers en passant de spot drijven met de goedgelovigheid van graancirkelonderzoekers, die vaak ieder bijzonder kenmerk beschouwen als een bewijs van ‘echtheid’, geven ze ook aanwijzingen voor de juiste plek om een formatie neer te leggen die als ‘echt’ beschouwd zal worden. Maar laat ik eerst eens een aantal anomalieën ('bewijs' 3 uit afl. 5) op een rij zetten die beschouwd worden als aanwijzing voor authenticiteit van een formatie.

  1. Verschijnselen in het graan:
1.     verdwenen zaad
2.     uitgerekte of ontplofte knopen
3.     buiging, verwringing
4.     afwijkende zaadkieming
5.     sporen van hitte
6.     bijzondere ligging van de stengels (lay, weefpatroon)

  1. Verschijnselen in lucht en bodem:
7.     vreemde stoffen
8.     hoge concentratie meteorietstof
9.     kristalgroei kleibodem
10. atmosferische verschijnselen
11. geestafdruk (ghost)

  1. Invloed op elektronische (of magnetische) apparatuur:
12. leeglopende batterijen
13. weigerende camera’s of flitsers
14. foto’s vertonen rare lichteffecten
15. geen bereik mobiele telefoons
16. haperende tv's of afgaand alarm in omgeving
17. apparatuur in overvliegend vligtuigje of langsrijdende trekker verstoord
18. kompas slaat op tilt

  1. Invloed op mens en dier
19. verstoord zicht, gevoel van zwaarte, kramp, pijn, misselijkheid, vermoeidheid, onregelmatige of hervatte menstruatie, verhoogde bloeddruk, metaalsmaak, oorsuizen enz., honger of dorst
20. opwinding, warmtegevoel, tintelende en vlekkende handen en voeten, ontspanning, verstoord tijdsgevoel, enz.
21. genezingen (verdwijnen chronische pijn, tijdelijke opheffing vernauwing urineleider, hooikoorts, botontkalking, Parkinson, artritis)
22. dieren alarmeren tijdens ontstaan, honden mijden formatie of vreten verwoed graancirkelplanten, vogels durven er niet overheen te vliegen

maandag 19 juni 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 6)

In de nacht van 7 juli 2007 houdt de Engelsman Winston Keech een nachtwake op Knap Hill, met uitzicht op het beroemde East Field, waar ieder jaar de mooiste graancirkels ontstaan. Vijftien jaar geleden heeft hij eens een graancirkel gevormd zien worden (door lichtbollen) maar had helaas geen camera bij zich. Sindsdien is hij erop gebrand het nog eens mee te maken om het wél vast te leggen. Duizenden uren waken en filmen heeft hij erop zitten, maar nog steeds zonder resultaat. In de loop van de tijd heeft hij steeds betere apparatuur aangeschaft en vanavond heeft hij drie vaste filmcamera’s opgesteld plus nog één in de aanslag. Rond half 2 krijgt hij bezoek van Gary King en zijn vriendin Paula. Keech tast het stikdonkere East Field af met de losse lichtgevoelige camera, maar er is niets te zien. Vervolgens praten de drie wat, tot ze iets na 3 uur worden opgeschrikt door een lichtflits. Dat herinnert Keech eraan dat het tijd is de videobanden te verwisselen. In het veld is niets te zien, totdat het heel langzaam licht begint te worden en de infraroodcamera laat zien dat er een nieuwe formatie in het veld ligt. Honderdvijftig cirkels, met een totale lengte van 315 meter en breedte van 152 meter; bijna een hectare graan is platgegaan. Gary en Paula gaan het nog donkere veld in en betreden de formatie, waarbij het nog onbeschadigde graan in de formatie onder hun voeten breekt als was het glas.
De komende dagen onderzoekt Winston zijn videobeelden en ziet dat één camera bij het lichter worden de nieuwe formatie onthult alsof er een schaduw overheen trekt, in 9 minuten tijd, kort na de lichtflits, die een andere camera heeft vastgelegd. Echter, een groep jongelui eist de formatie op en beweert dat de filmbeelden vals zijn.
Later onderzoek geeft echter een andere verklaring: de filmbeelden zijn echt, maar de conclusie van de nachtwakers was onjuist. De flits op de ene camera zou te wijten zijn aan een fout aan het eind van de videoband (laatste seconden) en de opname die Keech rond half 2 maakte lijkt met behulp van speciale technieken toch iets te zien te geven, namelijk de helft van de formatie. De schijnbare vorming van de formatie rond kwart over drie op de derde opname zou veroorzaakt worden door het opkomende licht, al dan niet in combinatie met de maan die achter de wolken vandaan komt.
Ik heb niets kunnen vinden over de bewering van de jongelui, hoe ze het voor elkaar gekregen hebben in een paar een zo’n grote, mooie formatie plat te leggen, in een golvend veld. Maar ook dit ‘overtuigende bewijs van de authenticiteit van het graancirkelfenomeen’ is twijfelachtig.

Op YouTube vond ik nog een derde, recentere opname: lichtbollen doen op 25 juli 2009 een graancirkelformatie verschijnen in Soligny-les-Étangs. Ziet er leuk uit, maar er staat geen zinvolle toelichting bij, dus ik heb m’n twijfels over de echtheid van de opname.

Kortom: er is geen filmmateriaal dat onomstreden aantoont hoe een graancirkel wordt gemaakt zonder mensenhanden en -voeten. Hiervoor zijn drie verklaringen mogelijk:
  1. graancirkels ontstaan immers niet zonder inspanningen van de genoemde ledematen;
  2. het verschijnsel is zo zeldzaam en kortdurend dat het toeval zou zijn als het zou worden gefilmd, of toeval dat het nog niet is gelukt;
  3. er is een intelligentie aan het werk die het raadsel koste wat het kost een raadsel wil laten blijven, misschien om mensen te wijzen op hun beperktheid, of om welke reden dan ook (“alsof de duvel ermee speelt”, zouden we zeggen).

Als mijn indruk juist is worden de verklaringen 1 en 3 verreweg het meest aangehangen, en het mag duidelijk zijn door wie. Zelf neig ik naar een combinatie van alle drie de verklaringen; zoals Haselhoff al merkte, evenals alle graancirkelonderzoekers, zijn er bijna geen twee graancirkels precies hetzelfde. Dat geldt zowel voor vorm en afmeting als voor ontstaan als voor de naderhand in de formatie gevonden anomalieën.

maandag 12 juni 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 5)

Iemand vertelt een lichtbol te hebben waargenomen die vanaf een hoogte van vier meter een cirkel in een tarweveld maakte. Hij neemt contact op met onderzoeker Eltjo Haselhoff, die de tarwestengelknopen in de cirkel gaat onderzoeken, die in dikte blijken te zijn toegenomen ten opzichte van die in het omringende gewas. De bevindingen komen overeen met de gevolgen van straling vanuit een elektromagnetische puntbron op een hoogte van 4,1 meter. In een met zekerheid door mensen gemaakte cirkel elders in Nederland vindt dr Haselhoff deze kenmerken niet. Dit brengt hem tot de theorie dat althans sommige graancirkels gemaakt worden door een elektromagnetische puntbron, wat hij ook verwoordt in een artikel in het natuurwetenschappelijke tijdschrift Physiologia Plantarum.
Na zevenentwintig jaar studie naar het antwoord op de vraag "door wie, waarom en hoe" graancirkels worden gemaakt moet Haselhoffs antwoord echter luiden: Geen idee. Bijna geen twee graancirkels zijn namelijk hetzelfde. Maar, zegt hij op een symposium in 2015, “wie denkt dat alle graancirkels door mensenhanden worden gemaakt is gewoon dom.”

Toch zijn er nauwelijks echt harde bewijzen voor een niet-menselijke oorsprong van graancirkels. Er zijn:
  1. getuigenverklaringen;
  2. in graancirkels gevonden anomalieën;
  3. foto- en filmbeelden van het ontstaan, veelal vaag.
Om met punt 3 te beginnen: er zijn talloze foto’s van lichtbollen en andere lichtverschijnselen rond graancirkels, meestal genomen ná de gebeurtenis; ik heb geen foto’s kunnen vinden van lichtbollen tijdens het ontstaan van een formatie, of van het ontstaan zelf. Mocht u ze wel weten, dan hoor ik het graag. Plaats een reactie hieronder.
Tot een paar jaar geleden waren er slechts twee mensen die beweerden het ontstaan van een graancirkel te hebben gefilmd.

Op een koude nacht in 1996 houdt een Engelsman een nightwatch op een heuvel genaamd Oliver’s Castle. Als het begint te regenen kruipt hij in zijn waterdichte slaapzak, legt zijn videocamera aan zijn voeteneind en valt in slaap. Tegen de ochtend wordt hij wakker van een elektrostatisch geknetter en ziet boven de akker beneden zich lichtbollen over het graan scheren. Hij grijpt zijn videocamera en legt vast hoe de lichtbollen in een enkele seconde een graancirkelformatie doen ontstaan, alsof er al een soort blauwdruk lag die nu wordt ‘geactiveerd’.
In de ochtend van 11 augustus wordt er gebeld in de pub in Alton Barnes, een ontmoetingsplek van graancirkelliefhebbers, met de vraag of zekere graancirkelonderzoekers aanwezig zijn omdat de beller, die zich voorstelt als John Whaley of Wyeleigh (beide uitgesproken als [weelie]), beweert het ontstaan van een graancirkelformatie te hebben gezien én gefilmd.
Op verzoek van degene die de telefoon opneemt komt John naar het café en laat zijn opname zien. Intussen zijn de liefhebbers in het veld wezen kijken naar de nieuwe formatie, die er slordig uit bleek te zien. Op het scherm van Johns digitale videocamera zien de aanwezigen hoe lichtbollen over een schemerdonker graanveld scheren en dat er ten slotte een formatie ligt. John heeft echter haast en vertrekt, zijn film meenemend, vermoedelijk naar Amerika. De komende twee weken heeft hij sporadisch nog contact met enkele onderzoekers, waarna hij spoorloos verdwijnt. Intussen is Oliver’s Castle Footage overal bekend én berucht geworden. De ene filmkenner zegt dat hij echt is, de ander dat hij vervalst is. En de maker lijkt van de aardbodem verdwenen. Tot enkelen die hem hebben ontmoet in Alton Barnes in Bristol een filmmaker op het spoor komen met de naam John Wabe, die sprekend lijkt op ‘Welie’ en die met de opname in verband lijkt te staan. De man blijkt niet erg veel zin te hebben in media-aandacht en weet zich uiteindelijk weer onvindbaar te maken, maar de ‘rechercheurs’ hebben genoeg gezien en gehoord om ervan overtuigd te zijn dat hij de vervalser van de video is. Tien jaar later bekent een John Wabe voor de Engelse tv dat hij de beelden gemaakt en vervalst heeft, maar daarvan nu spijt heeft. Graancirkelgelovigen als Janet Ossebaard twijfelen echter aan de echtheid van deze bekentenis omdat zijn verhaal enige tegenstrijdigheden bevat en op grond van analyse van de oren van Wabe en Whayley (voor degenen die hen als identiek zien) of Wheyleigh (voor wie hen als verschillend beschouwt) die niet hetzelfde zouden zijn. Maar wat er dan met die Wheyleigh gebeurd is blijft een raadsel.

maandag 5 juni 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 4)

Laat in de zomer van 1992 trekt een groepje van drie cirkelmakers, na de nodige voorbereidingen aan de tekentafel, tegen de nacht een Engels graanveld in via de trekkersporen, zet met een lint de hartlijn van de bedachte formatie uit en tijgt aan de arbeid. Na een uur staan de mannen even de vorderingen te bespreken als een vreemd verschijnsel hun aandacht trekt. Een oranje bol ter grootte van een voetbal hangt bewegingloos een meter of twaalf boven het maaiveld. Na een paar seconden daalt de bal en vervaagt, totdat hij onzichtbaar is geworden. Als het dag is geworden is er van de lichtbol geen spoor. Wel blijken er dat jaar veel lichtverschijnselen te zijn gemeld, en de graankunstenaars vragen zich af: zijn we getuige geweest van een natuurverschijnsel of werden we geobserveerd door de echte cirkelmakers?

Lichtbollen, vaak kortweg aangeduid met de Engelse term "orbs", vormen een uiterst raadselachtig fenomeen. Op foto’s – vaak digitaal, maar ook wel analoog – worden regelmatig witte vlekjes aangetroffen die tijdens het fotograferen niet waargenomen werden en die ook niet te verklaren zijn uit fouten in de apparatuur (fotograaf Ed Vos analyseerde bijvoorbeeld zeer veel foto's voor zijn boek Orbs en andere lichtfenomenen). Soms worden ze zelfs gefilmd (onder meer door de Fransman Pierre Beake) en af en toe zijn ze ook met het blote oog te zien; vooral in het donker, krijg ik de indruk. Vaak zijn ze wit, maar ook geel, oranje, rood en paars komen voor.
Deze lichtbollen – die overigens niet altijd perfect bolvormig zijn – lijken echter niet overal voor te komen, maar zich te concentreren op bepaalde plekken, "krachtplaatsen" – plaatsen in het landschap waar in veel gevallen in voorchristelijke tijd al een heiligdom of ander heidens cultisch centrum was; Stonehenge is een beroemd voorbeeld, evenals het Witte Paard van Uffington en de steencirkel van Avebury. Maar zulke krachtplaatsen komen niet alleen in Engeland voor, want ze zijn wereldwijd.
Wichelen – prachtig woord, "wichel" – blijkt een eeuwenoud gebruik te zijn dat onder andere toegepast werd bij het kiezen van de juiste plaats voor een heiligdom – niet toevallig blijken dergelijke plaatsen gewoonlijk te liggen op een kruispunt van energiebanen. Het bleek zelfs zo te zijn, dat een reeks oude heidense heiligdommen in Engeland op een lijn bleek te liggen, een verschijnsel dat over de hele wereld bleek voor te komen. In de tweede helft van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw, een tijd waarin voor dergelijke vaagheden in wetenschappelijke kring geen ruimte meer was, slaagden onderzoekers erin dit oude patroon uit de vergetelheid op te diepen, totdat de bevindingen in 1921 opeens vorm kregen voor de ogen van Alfred Watkins. Op een zomerse dag reed hij te paard door de heuvels van Zuid-Engeland, toen voor zijn ogen plotseling het landschap veranderde. Op de grond verschenen vurige rechte lijnen, een rechthoekig patroon vormend over de heuvels en door de dalen zover het oog reikte. Op de meeste van de kruispunten stond een oude gewijde plaats – heiligdom, steenkring, grafheuvel, kasteel of zelfs kerk. Toen verdween het beeld weer.
Atkins verbond aan deze energiebanen het oud-Germaanse woord ley – gereinigde grond.

Volgens deze tekst uit Schaduw van de werkelijkheid (zie hiernaast) liggen de krachtplaatsen dus op een kruispunt van leylijnen. Weer zoiets raadselachtigs. Bestaan die leybanen echt? Vele paranormaal begaafden zijn overtuigd van wel. Niet toevallig plaatsten de oude Kelten en Germanen, met hun sjamanen, hun heiligdommen op een plek waar nu de wichelroedes uitslaan en verschijnselen als lichtbollen worden waargenomen.

Centra zijn gemeld in alle provincies; bijvoorbeeld onder de OLV-toren in Amersfoort, de plaats waar destijds de torens van de Salvatorkerk in Utrecht verrezen (nabij de Domtoren), de Cunerakerk in Rhenen, de Koningstafel op de Grebbeberg, de Duivelsberg bij Beek-Ubbergen, meerdere plaatsen in Ede en nogal wat in Drenthe, veelal op of nabij de plaats van een hunebed.
De Duivelsberg draagt die naam niet voor niets. Volgens oude verhalen spookte het er, er werden geesten en lichten gezien. Vreemde lichtverschijnselen zijn trouwens eveneens elders waargenomen, ook in ander verband. Wat bijvoorbeeld te denken van de spaaklichten op zee, die over de hele wereld worden waargenomen? Of de volksverhalen van brandende strobossen die jarenlang 's nachts werden waargeno-men nadat een boer zelfmoord had gepleegd; of dat verhaal uit Opende in de noordelijke provincie Groningen –
“Elke oavond om tien uur kwam der altyd in groat licht answeven by de Leidyk. Mem sei dan: "Wat kan dat toch sijn", want doar was in heel groat gat. Doar kon noait wat overheen rijdn. Dat licht kwam de kant fan Mearum út weg. Loater kwam de tram doar langs presys in deselfde tyd 's oavends tien uur. Dat het dat licht toen west.”
Een voorspellende intelligentie?

Tot zover Schaduw van de werkelijkheid. De vraag dringt zich op: vormen de aardenergiebanen een schaduw van de werkelijkheid? Een verbinding met een paralelle werkelijkheid misschien? Of gewoon een nog onverklaard natuurverschijnsel? Dat ze domweg verbeelding zijn is volgens mij niet vol te houden. Maar leybanen en lichtbollen onttrekken zich (vooralsnog) aan natuurwetenschappelijke toetsing, en dat is mede wat ze zo boeiend maakt.

maandag 29 mei 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 3)

Spannende verhalen in de aflevering van vorige week, maar wat moet je ermee? Ooggetuigenverslagen die zeker tot de verbeelding spreken. Maar je zou ze de kost moeten geven die ze met gemak terzijde schuiven: “De verbeelding zal hen wel parten gespeeld hebben.”
Nu moet je van mij niet verwachten dat ik hier een sluitend bewijs zal leveren waarom die verhalen wel betrouwbaar zijn of juist niet. Graancirkels zijn namelijk veel te geheimzinnig om in een schema gevangen te kunnen worden.
En ze zijn er al eeuwen.

De Zoeloe-sjamaan Credo Mutwa vertelde aan onderzoeker Andreas Müller dat in Afrika al meer dan vierduizend jaar graancirkels ontstaan. In het Zoeloe worden ze "izishoze zamatongo" genoemd, tekens van de goden.
In 815 schreef Agobard, de bisschop van Lyon, over graancirkels in zijn omgeving, waarvoor hij buitenaardse 'Magoniërs' verantwoordelijk achtte.
In 1678 verscheen in een Engelse krant een verhaal over een graancirkel, met een afbeelding van een duiveltje dat met een zicht een kring in het staande graan maait.
Verscheidene boeren in Nederland vertellen hoe ze als kind op het land van hun (groot)ouders in graancirkels speelden. “De elfjes hebben weer kermis gehad,” zei men thuis dan.
Tegen het einde van de jaren zeventig kwam er een kantelpunt: er ontstonden steeds meer graancirkels, in steeds complexere vorm. En er kwamen ‘graankunstenaars’.

Wekenlang werken Remco Delfgauw en een groep handlangers aan een project dat de grootste graancirkel ter wereld moet opleveren. Regelmatig komen ze samen rond tekentafel en computer om de plannen door te spreken. Dan, op de avond van 6 juli 2009, worden de laatste voorbereidingen getroffen, want het ontwerp is klaar. Vijftig man telt de groep nu die de formatie in een Zeeuwse graanakker moet platleggen, verdeeld over zes ploegen die elkaar moeten aflossen tijdens het zware werk. Met busjes vol spullen en mensen rijden ze in het donker naar het veld, waar ze via trekkersporen het land in lopen, met GPS de coördinaten uitzetten om vervolgens met behulp van pvc-buizen de juiste banen en cirkels graan plat te leggen. Er wordt zorgvuldig gewerkt om zo min mogelijk sporen achter te laten. Vóór zonsopkomst is de klus geklaard en als het dag wordt onthullen luchtfoto’s een reusachtige vlinderformatie. Project Atlas trekt de aandacht van de media. Delfgaauw heeft bewezen dat graancirkels door mensen worden gemaakt; want tot nu toe werd aangenomen dat buitenaardsen de boosdoener waren.

Vreemd genoeg zijn er nog steeds mensen die geloven dat de meeste graancirkels door buitenaardsen worden gemaakt. Zijn die lui dan echt zo dom?

maandag 22 mei 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 2)

Op een warme, windstille dag in 1946 hoort H. Lagies tussen Welspang en Süderfahrenstedt in Duitsland opeens een fluitend geluid en ziet een drie meter brede tegen de klok in draaiende spiraal van plantenresten de lucht in gaan, gevolgd door vier smallere straalsgewijze eromheen – met de klok mee draaiend opstijgend tot een hoogte van zo'n achttien meter, op welke hoogte grote turbulentie ontstaat die de vijf kolommen samenbrengt tot een enkele wervelende zuil, opstijgend tot grote hoogte. Als de waarnemer op onderzoek uitgaat blijken er te plekke een grote centrale en vier smallere randcirkels te liggen, van dezelfde doorsnede als de graanzuilen.

In augustus 1985 ziet bakker Jean-Paul Goethals op weg naar zijn werk rond Assenede in België 's nachts drie witgrijze lichtende bollen boven een veld hangen. Na enkele seconden beginnen de bollen op en neer en rond te bewegen. Na enige tijd staan ze stil, om enkele ogenblikken later te verdwijnen. Op de terugweg vindt de bakker in het bewuste veld vier of vijf cirkels met een doorsnede van 6 tot 7 meter, de grootte van de waargenomen bollen.

In juli 1988 rijdt boer Tom Gwinnett uit Woolaston in Engeland op een avond langs een tarweveld, als plotseling de lampen van zijn auto doven. Meteen hoort hij een vreemd snorrend geluid en ziet hij in het aangrenzende korenveld een doffe rode bol ter grootte van een voetbal, die lijkt te bestaan uit vonkjes die afkomstig lijken uit de toppen van het graan. Een minuut of twee later verdwijnt de bol en gaan de koplampen van de auto weer aan. De volgende morgen vindt de boer op het veld op de bewuste plek een cirkel met een doorsnede van zo'n zes meter.

In 1998 waken David Kingston en anderen op Clay Hill in Engeland. Drie afzonderlijke lichtbollen met gekleurd licht en een doorsnede van ongeveer 1,8 meter zweven drie uren lang rond en boven de waarnemers op de top van Clay Hill. Op sommige momenten voegen ze zich samen in een enkele bol en scheiden zich vervolgens weer. Plotseling daalt één van de lichtbollen af en vliegt naar beneden in het veld aan de voet van de heuvel. Als de dag aanbreekt bemerkt Kingston een platgelegde cirkel in een veld tarwe.

Tijdens Walpugisnacht in 2000 waakt een grote groep graancirkelonderzoekers in de heuvels bij het Duitse Burghasungen. Om 1 uur lijken de lichten van het dorp aan de overkant van het dal geleidelijk te doven alsof er iets donkers van bovenaf voor schuift. Langzaam wordt de hele vallei onnatuurlijk donker en stil. Na een kwartier schijnt het Janet Ossebaard, Bert Janssen en de andere waarnemers toe alsof er langzaam een donkere stolp wordt opgetild, waardoor de elektrische lichten weer zichtbaar worden en de nachtgeluiden terugkeren. Een uur later gebeurt precies hetzelfde nog eens. De volgende morgen wordt na enig zoeken een verse formatie gevonden in één van de koolzaadvelden.

In augustus 2001 logeert Nancy Talbot in het huis van Robbert van den Broeke in het Noord-Brabantse Hoeven. Om 3 uur ’s nachts hoort zij koeien schor loeien en vijf minuten later opnieuw. Nog vijf minuten later wordt haar kamer door de dunne gordijnen heen een seconde lang helder verlicht door een zuil van licht die boven het bonenveld achter het huis moet hangen, en een seconde later een tweede en een derde keer. Robbert ziet het gebeuren vanuit de keuken. De volgende morgen blijkt er in het bonenveld een formatie te liggen.

In de namiddag van 7 juli 2003 zien drie tienerjongens boven een veld bij het Italiaanse Montegranaro een lichtbol verschijnen die een lichtbundel in het gewas neerzendt, waar de plek lijkt te gloeien. Als ze in het veld gaan kijken is er niets te vinden, maar de volgende dag ligt er een uit drie cirkels bestaande formatie.

Roy en Robbert zijn in de nacht van 3 op 4 juni 2014 onderweg naar huis als Robbert het gevoel krijgt dat er iets bijzonders gaat gebeuren in een bepaald tarweveld. Als ze de auto parkeren zien ze een gloeiende bol laag over de akker bewegen, die het hele veld oplicht. Via trekkersporen lopen ze het land in richting het licht, tot ze een luid ‘elektrostatisch gezoem’ horen en Robbert zegt: ,,Dit moet de plek zijn.” Op dat moment schiet de lichtbol pal voor hen door de toppen van het gewas en in het heldere schijnsel zien de mannen in één seconde vijf cirkels platgelegd worden in het jonge graan.

maandag 15 mei 2017

Graancirkels, wie maalt er nog om? (afl. 1)

Nieuws: de eerste Nederlandse graancirkels van 2017 liggen er weer. Nou ja, eigenlijk grascirkels, maar "graancirkel" wordt vaak gebruikt als pars pro toto voor allerlei al dan niet cirkelvormige structuren in gras, gewassen of zelfs in het bos, in zand, in sneeuw en in ijs. Meestal geometrische, twee-dimensionale patronen waarvan de oorzaak onduidelijk is. De meest uiteenlopende theorieën doen de ronde, zoals je bijvoorbeeld hier kun zien. Wat moet je daarvan denken?

Een jaar of twintig geleden waren ze volop in het nieuws, graancirkels. Maar van een aantal is aangetoond dat ze door grappenmakers zijn gemaakt en de verhalen die rond de overige de ronde deden waren vermoedelijk te vaag om de doorsnee Nederlander lang te boeien. En in elk geval is het nieuwtje eraf. Maar een kleine groep ‘gelovigen’ houdt zich onverminderd geestdriftig bezig met het verschijnsel. Want nog steeds verschijnen er graancirkels. Over de hele wereld, en ook in Nederland. Maar de indrukwekkendste worden nog steeds gevormd in Wiltshire in Engeland.

Op een late avond in 1995 zullen Janet Ossebaard en Bert Janssen een nachtwake houden op Knap Hill, een plek in het Zuid-Engelse heuvelland waar de mooiste graancirkelformaties ontstaan en waar regelmatig vreemde dingen worden gezien, zoals lichtbollen en andere ongeïdentificeerde vliegende objecten (ovo’s oftewel ufo’s). Als ze bij de voet van de heuvel komen worden ze opgewonden aangesproken door een Duitser die daar bivakkeert en vertelt de vorige avond op slechts een paar meter afstand een lichtbol te hebben gezien die op zeker ogenblik begon te stuiteren en daarna verdween. Toen hij op die plek ging kijken bleken er twee verse grascirkels te liggen. Hij laat ze zien aan Bert en Janet, die daarna de heuvel beklimmen. De eerste wacht is voor Janet. Na een uur hoort zij achter zich een “elektrostatisch geknetter”, zoals bij vochtig weer onder een hoogspanningsleiding te horen is. In plaats van zich om te draaien naar het geluid raakt ze in een gelukzalige toestand ("bliss" noemen de Engelsen dat, hoort ze later) waarin ze alleen maar gevoelens als liefde en harmonie ervaart en het niet bij haar opkomt Bert te wekken of het geluid op te nemen. Het geluid verplaatst zich, komt daarna dichterbij en opeens hoort Janet in haar hoofd: ,,Welcome, we are so glad you are here, we are so happy we finally meet…” Dan verdwijnt het.
Om half 3 is het tijd dat ze Bert wakkermaakt voor zijn wacht. Die vraagt of er nog iets bijzonders gebeurd is. ,,Nee,” antwoordt Janet, nog steeds met een gelukzalige glimlach, zonder te beseffen dat haar toestand vrij bijzonder is. Tien minuten later komt het geluid terug en hoort Bert het ook, en al ervaart hij niet zulke overweldigende gevoelens, ook hij voelt geen behoefte om de zaak te gaan onderzoeken.
Tegen de ochtend maakt Bert Janet wakker en zegt: ,,Zie je dat licht daar? Wat is dat?” Maar Janet ziet niets, ook al ziet Bert duidelijk een groot licht langzaam van rechts naar links bewegen. Dan dalen ze zwijgend de heuvel af en zien tot hun verrassing dat er een derde grascirkel is ontstaan, duidelijk zichtbaar in het lange gras aan de voet van de heuvel. Beiden hebben onlangs een wichelroede gekocht; “ik geloofde daar nog helemaal niet in; Bert ook niet, maar “nou ja, laten we het maar eens proberen” – nou, die gingen, terwijl ze hingen, tegen de zwaartekracht in omhoog, zó sterk” was de energie in de cirkel.

Janet omschrijft deze gebeurtenis later (in haar boek Graancirkels. Het bewijs en in de dvd Graancirkels, vingerafdrukken van de goden) als haar eerste ontmoeting met “de cirkelmakers”. Wat, cirkelmakers? Eerder in het boek en in de video geeft Ossebaard juist een natuurlijke verklaring voor het ontstaan van graancirkels. Wat is er aan de hand?

maandag 8 mei 2017

Van Emsteɔdem naar Joetҩekt

Het is alweer even geleden dat ik met de trein in West-Nederland was, maar toen waren er nog gunstige uitzonderingen. Ik hoop van nog steeds. Uitzonderingen in wat? In het verengelsen van Nederlandse plaatsnamen.
Next station: Skiphol.” Of “Sjiphol”, dat gebeurt ook.

In het novembernummer van het tijdschrift Onze Taal besteedde Riemer Reinsma aandacht aan dit verschijnsel. Misschien heb je je zelf wel eens schuldig gemaakt aan het verengelsen van de naam van onze hoofdstad tot “Emsteҩdem”. Ik wel, moet ik tot mijn spijt bekennen. Het gaat zo makkelijk, hè, in een gesprek met een Engelsman of anderszins Engelssprekend wezen. Het klinkt zo vreemd, nietwaar, “This is the road to Amsterdam.” Maar waarom niet? Riemer Reinsma beproeft enkele verklaringen, waarom het bijvoorbeeld meestal “Joetrekt” wordt in plaats van “Joetrecht”, waarom velen kiezen voor “Sloterdiek” in plaats van “Sloterdaik”, hoe je "Schiphol" kun verbasteren, of zelfs "Nijmegen" (“Naimeġġen”) en "Gouda" (“Goeda”). Hij is niet erg blij met deze gedrochten, maar ik mis iets in het artikel. Het lijkt er namelijk vanuit te gaan dat dit soort gehaspel onontkoombaar is. En dat is het zeer zeker niet.

1.     Er zijn (of althans waren in mijn tijd) nog altijd conducteurs die de betreffende namen wel netjes uitspreken: “Next station is Schiphol”.

2.     Het verduidelijkt weinig of niets; een buitenlander begrijpt “Amsterdam” net zo goed als “Emsteҩdem”. Misschien is voor een Engelstalige buitenlander “Joetɔekt” wat duidelijker dan “Uutrecht”, maar voor een Frans-, Arabisch-, Bulgaars- of anderstalige buitenlander die zich hier in het Engels probeert te redden echt niet.

3.     Cultureel gezien zouden we het niet moeten willen (vgl. Engels op de universiteit). In het buitenland gaan ze voor ons hun plaatsnamen echt niet op z’n Nederlands uitspreken; dat wij het andersom wel doen getuigt m.i. van een gebrek aan cultureel zelfbewustzijn, zoals Piet Gerbrandy het noemt en zoals ik eerder schreef naar aanleiding van een liedje van Jeroen van Merwijk.

Kortom: het radbraken van Nederlandse plaatsnamen tegenover buitenlanders is meer een uiting van gemakzucht dan van taalvaardigheid en meer een uiting van gebrek aan zelfvertrouwen – dus angst – dan van behulpzaamheid.
Als wij al zo slordig omspringen met onze eigen plaatsnamen als er toeristen in de buurt zijn, hoe moet het dan gaan met ons cultureel erfgoed? Nederland is beroemd om de Volendamse klederdracht, maar wordt die ‘in het echt’ nog wel gedragen? Klompen staan er weinig beter voor. De tulp is een uitheemse bloem. Toeristen komen af op de culturele eigenheid van een land, maar wij zijn hard bezig de Nederlandse te vernietigen. Denk bijvoorbeeld aan de verschillende agrarische landschappen en de dialecten en oude ambachten. En dan ook de plaatsnamen.
Laten we dus subiet ophouden met die flauwekul.

maandag 24 april 2017

In memoriam: de negentiende eeuw

Zaterdag een week geleden overleed op 117-jarige leeftijd de Italiaanse Emma Morano, de laatste mens die geboren was in de negentiende eeuw. Daarmee is het laatste draadje dat ons nog met die eeuw verbond doorgesneden. Onder de levende wezens resteren nu alleen nog bomen en een paar diersoorten die de jaren 1800 hebben meegemaakt. Maar aangezien planten en dieren zich weinig aantrekken van menselijke jaartellingen, en geschiedenisboeken en monumenten levenloos zijn, betekent het overlijden van Emma Morano het definitieve afscheid van de negentiende eeuw, ongeborenen buiten beschouwing gelaten (de Japanse Nabi Tajima en de Jamaicaanse Violet Brown zijn verwekt in 1899 en nu nog onder de levenden).

De negentiende eeuw heeft net als alle andere eeuwen oorlogen gebracht; ook bereikte het Europese kolonialisme er een hoogtepunt. In de Verenigde Staten van Amerika werden de laatste vrije indianen uitgeroeid.
In de negentiende eeuw kwam de industrialisatie op, met als gevolg milieuvervuiling en uitbuiting van fabrieksarbeiders.

Toch was de negentiende eeuw ook een mooie tijd. Ondanks de armoede die op veel plaatsen nog heerste was er in de westerse wereld veel schoonheid te vinden. In de mode, bijvoorbeeld; de negentiende eeuw was de tijd van de echte dames en heren, de tijd waarin de schoonheid van dameskleding een hoogtepunt bereikte. En dat gold ook voor de schone kunsten, met name de schilderkunst en de muziek.
Hoewel, eigenlijk was de Avondlandse cultuur al over zijn hoogtepunt heen. De muziek en schilderkunst waren nog van hoogstaande kwaliteit, maar de mogelijkheden raakten uitgeput, en de destructieve twintigste eeuw stond klaar. Alvorens zich in die rationeel-materialistische afgrond te storten blikt de negentiende-eeuwer nog eenmaal terug, mijmerend over zijn verloren jeugd, zoals Spengler het omschrijft; de Romantiek deed zijn intrede. De cultuur van ons Avondland is, op misschien wat te alledaagse wijze, te vergelijken met de beklimming van een huis: voorgevel, een oplopend zadeldak, na de nok (Barok) weer afdalen – de Romanticus slaagt erin, terugkijkend naar het schone verleden, nog enige tijd te blijven hangen in de dakgoot om dan als Rationalist op het platte keukendak te vallen.
Eigenlijk begon de Romantiek al in de achttiende eeuw met boeken als Goethes Die Leiden des Jungen Werthers, maar de negentiende eeuw was de eigenlijke eeuw van de Romantiek. Muziek, dans en realistische schilderkunst bloeiden als nooit tevoren, met prachtige feestavonden, lieflijke prieeltjes en kunstenaars als Albert Bierstadt, William-Adolphe Bourghereau, John William Godward, Daniel Ridgway Knight, Barend Cornelis Koekkoek en Edmund Leighton.
De schoonheid van de natuur werd herontdekt, bewonderd en bejubeld in welluidende gedichten.

Het Nederlandse cultuurlandschap was rond 1850 op zijn fraaist. Helaas waren de oerbossen ontgonnen (het laatste Nederlandse oerbos, het Beekbergerwoud, sneuvelde in 1871), maar wat ervoor in de plaats was gekomen was toch bijzonder rijk en kende de hoogste biodiversiteit ooit. Het verkavelingspatroon verschilde per streek en toonde feilloos de grondsoort en de geschiedenis. Schrale kavels met een zeer hoge soortenrijkdom aan planten en kleine dieren werden van elkaar gescheiden door houtwallen vol vogelnesten of sloten vol waterleven. Boeren werkten, zij het noodgedwongen, nog samen met de natuur en kenden over het algemeen aardig wat planten en dieren. Ook werkten ze samen met elkaar, bijvoorbeeld in de hooibouw, die nog volledig afhankelijk was van handwerk en paardenkracht. De koeien bezaten hoorns en misten lelijke oormerken. Lawaaierige machines en auto’s waren nog nagenoeg afwezig, mensen hadden de tijd om te voet met een koe of een mand vol eieren naar de markt te gaan en een praatje te maken met deze of gene.
De boeren voelden zich voor het welslagen van hun oogst nog ten volle afhankelijk van de hemel en bijna alle mensen geloofden nog in God. Dat was waardevol.

De twintigste eeuw heeft ons goede dingen gebracht, maar in vele opzichten was de voorgaande beter en mooier.
Vaarwel, negentiende eeuw. Vaarwel, goede oude tijd.

maandag 17 april 2017

Koeien in de wei

Lentefeest. De lente, daar horen eitjes bij, en bloemen. En koeien in de wei.

“Mei, koeien in de wei”, heette het vroeger. Tegenwoordig kunnen ze al in april naar buiten, maar toch liggen de meeste graslanden er verlaten bij. Daar moet verandering in komen, vond de politiek. En deze keer geef ik haar gelijk, ondanks dat het door hele volksstammen geroepen wordt, burgers die niks van boeren weten. Laatst schreef ik lovend over de SGP, maar op dit punt ben ik het toch met die partij oneens. Het “verdienmodel” van de boeren moet niet ten koste gaan van weidegang, want het achterwege laten van weidegang gaat ten koste van de beleving van het Nederlandse landschap en van de natuur. Begraasd weiland is namelijk, mits de begrazingsdruk niet te hoog is, aantrekkelijker voor insecten en voor weidevogels. Dus moeten de koeien weer naar buiten.

Ja, waarom niet? Vanwege het verdienmodel. Een boer rekende me voor: twee cent per liter melk aan gewasverlies, want koeien vertrappen gras en bemesten het te onregelmatig. Eén cent per liter aan kosten voor omheining en dergelijke; en twee cent verdriet. Oftewel: extra werk. Iedere dag de koeien naar buiten laten en later weer binnenhalen. Mooi werk, maar voor de zakelijk ingestelde boer te omslachtig. Tenzij de melkfabriek er extra geld tegenover stelt. Twee cent per liter.
Voor sommige boeren is dat net genoeg om hen over de streep te helpen toch weer te gaan weiden. Dat wordt lachen, want hoe weten koeien die hun hele leven op stal hebben gestaan hoe ze moeten grazen? Er schijnen weken overheen te gaan voordat ze het snappen, tenzij ze kunnen meelopen met koeien die het kunstje van tong om gras heen slaan en afsnijden nog kennen – dan kunnen de binnenstaanders het in een paar dagen leren.

Het is waar, beweiding is slecht voor het milieu. Meer ammoniakuitstoot, minder benutting van de grond. Maar een soortgelijke strijdigheid geldt voor de meeste landbouw- en milieugerelateerde zaken: weidevogelbeheer, scharrelkippen, onthoornen, windturbines, noem maar op. Mijn mening is dat de voordelen van beweiding opwegen tegen de nadelen.

In 2020 moet 80% van het aantal Nederlandse melkveehouders weidegang toepassen, anders wordt het verplicht. Het werkelijke aantal schijnt er nu, ondanks de lege weiden, niet ver onder te liggen. Deels zal dat komen doordat de meesten hun vee pas naar buiten doen na de eerste snee, het malse voorjaarsgras voor in de kuil. Deels ook doordat het minimum voor weidemelk ligt op 120 dagen per jaar 6 uur. Dat komt neer op slechts een twaalfde deel van de totale tijd. En da’s niks veul. Dus ik zou de koên mer lekker n’r bute doên, a‘k joe was. He’n ze schik van.

maandag 10 april 2017

De heilige koe

De postbode probeert het pakketje in de brievenbus te duwen, maar het blijft er voor de helft uitsteken. Dat is de ellende van die brievenbussen met de opening aan de zijkant; als die aan de bovenkant zit gaat het eigenlijk altijd. Nou ja, dan maar aanbellen. Hij stuurt zijn fiets met fietstassen naar de aan de zijkant van het huis geplaatste voordeur, langs de auto van de bewoners. Past precies. Afstappen is met die zware tassen niet altijd handig. Op aanbellen doet een mens van een jaar of vijfenzestig de deur open.
,,Pakketje, alstublieft.”
Geen bedankje, maar een berisping. ,,Wil je niet met je fiets langs mijn auto gaan?”
,,Het gaat helemaal goed, mevrouw. Ik heb het vaker gedaan.”
,,Ik zet mijn auto juist zo ver mogelijk op de oprit en jij fietst er maar langs. Pas had ik nog een kras op de lak.”
De postbezorger antwoordt niet meer, maar rijdt zijn fiets achteruit terug naar de straat. Sommige mensen zijn niet voor rede vatbaar.

In India heb je de heilige koeien. Hindoes zullen koeien nooit kwaad doen; vanwege het grote nut voor de mens heeft het dier in het hindoeïsme een heilige status gekregen. Wij in ons verlichte Westen doen niet aan heilige koeien; wij vereren heilig blik.

In Italië gaat de mensen wat nonchalanter om met auto’s. Tegen een muur of tegen een andere auto parkeren schijnt daar dagelijkse praktijk te zijn. Een verademing voor de postbode en andere mensen die wel eens in aanraking zijn gekomen met mensen die overbezorgd zijn over het uiterlijk van hun vervoermiddel – wie niet?
Goed, het is niet verkeerd om zuinig te zijn op je spullen, maar Nederlanders zijn compleet doorgeslagen als het om hun auto gaat. Hun auto is hun statussymbool, en het minste krasje kan blijkbaar hun status, hun zelfvertrouwen of hun welbevinden schaden, of misschien wel alle drie. Tja. Misschien hebben we niets anders om ons druk over te maken.

maandag 3 april 2017

Erdogan rukt op

Vrijheid van meningsuiting steeds meer onder druk

Tja, Frankrijk. Dat is een raar land, waar je zulke dingen van kun verwachten, zie bijvoorbeeld dit bericht. Zulke dingen – als het gaat om het inperken van de vrijheid van meningsuiting, onder het motto, of wellicht moeten we inmiddels zeggen "mom" van "vrijheid, gelijkheid en broederschap", de leus van de nietsontziende Franse Revolutie. In december is daar een wet aangenomen die verbiedt negatieve informatie over abortus provocatus te verspreiden die vrouwen die aan die optie denken zou kunnen overhalen ervan af te zien. Ook mocht het filmpje Dear Future Mom niet op tv worden vertoond. Het mediaregulerend gedrag van Poetin en consorten roept in een land als Frankrijk kennelijk bewondering op.

Turkse toestanden ook in Spanje. Tja, het land dat rond 1500 zijn joodse bevolking verdreef dan wel uitroeide, en rond 1600 op wrede wijze zijn protestanten uitmoordde. Dat was ten behoeve van het rooms-katholieke geloof; inmiddels viert er een ander geloof hoogtij.
In sommige regio's schijnen wetten seksuele voorlichting aan kleuters te verplichten, met bijzondere aandacht voor anders-geaardheid – de LHBT-lobby is er sterk. Dat bleek ook toen HazteOir, de Spaanse tak van de organisatie CitizenGo, geen toestemming kreeg een reclamecampagne te voeren tegen een onsmakelijke LHTB-reclame. Toen de organisatie daarom een bus met een tegenleus door Madrid liet rondrijden werd die door de autoriteiten opgesloten en kwam er een stroom van bedreigingen (!) op gang, gevolgd door heftige debatten over de vrijheid van meningsuiting. Dat nog wel.
Afgelopen week ging de organisatie met de gewraakte bus – nu met Engelstalige belettering – naar de VS om te demonstreren bij het VN-gebouw in New York ter gelegenheid van een vergadering van de Commissie voor de Status van Vrouwen. Wat denk je dat er gebeurt? De bus wordt beschoten. Beklad en doorzeefd met kogels; de chauffeur komt er met lichte verwondingen vanaf.

Maar het komt ook dichter bij huis. België is hard bezig zijn katholieke wortels te verbranden. Ook in België is de haat tegen alles wat riekt naar Pro Life (vóór het leven) groot. Anderhalve week geleden werd een gastdocent van de Université Catholique (!) de Louvain ter verantwoording geroepen omdat hij in een artikel had aangetoond dat abortus moord is. Kennelijk mag hierover op de universiteit geen discussie worden gevoerd.

En Nederland? Een land dat tot nog toe verschoond is gebleven van een terroristische aanslag in de reeks van de afgelopen anderhalf jaar en evenmin zulke uitspattingen kent als hierboven geschetst… Is het waar? We kennen al de verplichting voor trouwambtenaren, en ook in het (bijzonder) onderwijs worden de regels omtrent politiek welgevallig gedrag strenger, om maar wat te noemen. Ach ja, misschien moeten we het ook maar laten gaan. Het is tenslotte wel zo makkelijk als anderen voor je nadenken.


maandag 27 maart 2017

Papoea's en apps

Ze zijn aan de orde van de dag, sterker nog: voor hele volksstammen bepalen ze zo'n beetje hun complete leven: internettelefoons en daarop geïnstalleerde toepassingen. In de gebruikelijke modetaal: i-phones en smartphones met apps. Nu moet ik bekennen dat ik die termen niet graag gebruik; omdat ze onnodig Engels zijn en wat de laatste, "app" betreft, omdat het gewoonweg een afschuwelijk 'woord' is; ieder met enig esthetisch gevoel zal dat beamen, denk ik. Het is niet eens een woord, maar een afkorting, van "application", applicatie, toepassing. Ik praat daarom graag enigszins spottend van "aap", ook al heb ik het gevoel dat ik daarmee onze klauterende medeschepselen beledig. Maar goed, genoeg over de termen, het gaat me nu om de zaken zelf.

De aanleiding was het volgende. Wycliffe Bijbelvertalers is een organisatie die ongelooflijk veel nuttig werk doet door, de naam zegt het al, de Bijbel te vertalen, in zo veel mogelijk talen waarin de Bijbel nu nog niet beschikbaar is. Omdat de grotere talen inmiddels over een eigen bijbelvertaling beschikken werken de vertalers van Wycliffe tegenwoordig voornamelijk in de meest afgelegen gebieden op Aarde, zoals de binnenlanden van Afrika, de eilandjes in de Stille Oceaan en de berggebieden van Nieuw-Guinea. Vooral op dat eiland worden onwaarschijnlijk veel talen gesproken, het loopt tegen de duizend. Nog wel.

De Papoea's, die verantwoordelijk zijn voor deze grote verscheidenheid aan talen (iedere stam spreekt zijn eigen taal), komen in toenemende mate in aanraking met de westerse cultuur; eerst in de kustgebieden, vervolgens in de binnenlanden. Dat heeft onder andere tot gevolg dat ze scholing krijgen, Indonesisch en/ of Engels leren en dan hun oude taal en cultuur de rug toe keren. Een moeilijkheid waar Wycliffe tegenaanloopt in dit gebied is dat de Papoea's geen leescultuur kennen en die zich ook slecht eigen maken. En dat terwijl het onderwijs bijna alleen maar in het Engels plaatsvindt. Nu hebben de veldwerkers, om deze mensen toch de gelegenheid te geven de Bijbel te leren kennen en vooruit te komen in de wereld, apps te ontwikkelen waarmee ze Engels kunnen leren en de Bijbel kunnen lezen.
Nu zal ik niet ontkennen dat deze mensen het beste voor hebben met de Papoea's, en evenmin dat zij hen beter kennen dan ik. Toch meen ik een paar kritische kanttekeningen te moeten plaatsen.

De eerste betreft het gebruik van internettelefoons en de tweede de opmars van meerderheidstalen als het Engels; ze komen samen in één begrip: kolonialisme.
Het begon rond de zestiende eeuw toen Europeanen de aardbol gingen verkennen en vervolgens nederzettingen gingen stichten in nieuw-ontdekte gebieden. Wingewesten werden het, waar ze door ruilhandel met de 'wilden' grote rijkdommen vandaan haalden. Ook handel in wilden werd winstgevend.
Vele inboorlingen werden gedood door een Europese kogel of een Europese ziekte of werden gedwongen de leefwijze van de kolonisator over te nemen. Pas later kwamen er zendelingen die niet uit waren op eigen voordeel maar op het heil van hun medemensen. Helaas ging zending en missie vaak samen op met handel, dwangarbeid en 'ontwikkeling' van de achtergebleven volksstammen "die nog in het stenen tijdperk leven". Ondanks dat slavernij in onze streken inmiddels is verboden, de meeste voormalige koloniën inmiddels zelfbestuur kennen en het politiek incorrect is donkerhuidige mensen als minderwaardig te beschouwen, is het kolonialisme nog allerminst verdwenen. Dat "stenen tijdperk" klonk bekend, toch?
Nog altijd zijn allerlei bedrijven, overheidsinstanties en ontwikkelingsorganisaties erop uit de achtergebleven gebieden te 'ontwikkelen', beschaving en economische groei bij te brengen. Vaak met de beste bedoelingen. Intussen gebeuren er twee dingen, die ook weer met elkaar samenhangen:
A    Bestaande culturen, talen en gebruiken worden weggedrongen door dominante culturen en talen. Aanvankelijk door aggressief anti-minderhedenbeleid vanuit de overheid (in 'beschaafde' landen als Canada en Australië gebeurde dat nog tot na de Tweede Wereldoorlog en in sommige andere landen nog steeds). En nu doordat minderheden uit zichzelf overstappen op de dominante taal, naar de stad verhuizen en hun cultuur kwijtraken. Dat komt hierdoor:
A    Wij westerlingen hebben onze ontevredenheid geëxporteerd. Meer, meer, meer. Op tv zie je reclame voor iets, je buurman heeft het, jij wil het ook. Nieuwe smartphone op de markt? Die wil je ook. Al drie jaar bij dezelfde baas? Tijd voor een carrièresprong. Tien euro per uur verdienen is veel te weinig. Eén vakantie per jaar is veel te weinig. En dicht bie huus, da's jao veul te min. Als vrouw thuisblijven voor je kinderen is echt uit de tijd, je moet ook om jezelf denken.
En het is zielig dat sommige minder ontwikkelden die mogelijkheden niet hebben. Zijn ze niet gewend om te lezen? Goed, dan geven we hen toch een mobieltje met een taal-app, kunnen ze tenminste hun hele jeugd in de schoolbanken verslijten en straks in de stad carrière maken.
Beetje gechargeerd en over-idealistisch gesteld, maar toch. Culturele rijkdom toont net als biodiversiteit iets van de veelkleurige wijsheid van de Schepper. Ik ben van mening dat we exotische volken niet meer westerse cultuur moeten aanbieden (opdringen) dan het Evangelie, dat in beginsel niet westers is maar oosters.


maandag 20 maart 2017

Bizarre kanselruil

BARNEVELD – Gisteren heeft er een ongebruikelijke ‘kanselruil’ plaatsgevonden tussen twee van de grootste Barneveldse kerken. Ds J. Roos van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGN) preekte in de Midden-Nederland-Hallen (MNH) voor de Doorbrekers, terwijl de voorganger van die gemeente, Peter Paauwe, preekte in de Hoeksteen.

idealisten

Deze bijzondere gebeurtenis vond plaats nadat een klein groepje idealisten hierop jarenlang had aangedrongen bij de beide voorgangers. Deze laatsten hebben uiteindelijk toegegeven en hebben hun eigen kerkleiding weten over te halen de kanselruil eenmalig toe te staan en mogelijk te maken. Ongetwijfeld met de nodige moeite.
De ‘actiegroep’ werd geleid door Edwin en Eline van Gehly. Edwin: “De kerkelijke verdeeldheid in Nederland doet ons pijn. Een zo verdeelde kerk is niet Gods bedoeling. En het gaat niet alleen over verdeeldheid, maar vooral ook over eenzijdigheid. Kerken hebben zich zo sterk gespecialiseerd in één of twee bepaalde leerstellingen dat ze de rest van de bijbelse boodschap uit het oog verliezen. In Barneveld is die verdeeldheid des te opvallender doordat de tegenpolen zo’n beetje de grootste en snelstgroeiende gemeenten zijn.” Eline: ,,Een aantal jaren geleden verspreidde Elsevier een bijzondere uitgave over het protestantisme in Nederland, waarin de aandacht werd gericht op Barneveld, juist vanwege die grote en totaal verschillende kerken. Toen dacht ik al: moeten kerken zich nu zo polariseren? Kan daar niets iets tegen gedaan worden? Toen hebben we een gebedsgroep opgericht om voor dit probleem te bidden en te zoeken naar een mogelijkheid om onderling begrip en respect te bevorderen tussen de verschillende kerken. Want Barneveld heeft op kerkelijk gebied zó veel te bieden: reformatorisch, evangelisch, Vergadering van Gelovigen, rooms-katholiek en ga zo maar door.”
Vervolgens zijn er besprekingen gevoerd met de kerkleiding van de meeste Barneveldse gemeenten, en in het bijzonder die van de Doorbrekers en de GGN. ,,Vanuit de GGN en andere reformatorische kerkverbanden wordt regelmatig gewaarschuwd tegen de Doorbrekers en hun verderfelijke leer en wereldse levensstijl,” licht Edwin toe. ,,De Doorbrekers op hun beurt trekken veel mensen uit de ‘zware’ kerken en bekritiseren de leer in die kerken ook regelmatig. Wat zou het dan geweldig zijn, dachten wij, als we, al was het maar voor één keer, de predikant van de zwaarste kerk een keer konden laten preken in de moderne evangelische gemeente, en omgekeerd hun voorganger een keer op de kansel in de grootste en behoudendste kerk van Barneveld te laten preken. We hebben er jarenlang voor moeten praten en bidden, maar nu is het toch gelukt.” Eline: ,,Goddank! We hopen dat het velen de ogen zal hebben geopend, dat het zal zorgen voor wederzijds begrip en dat het voor velen in die kerken en daarbuiten tot zegen zal zijn. En hopelijk vindt het navolging.”

boosheid

Dat de kanselruil mensen aan het denken gezet heeft is zeker. Maar of het ooit herhaald zal worden is zeer de vraag. Mogelijk gaat het nog gebeuren in gemeenten die minder van elkaar verschillen en elkaar niet beschouwen als ketters, maar Roos en Paauwe zullen vermoedelijk niet vaker van plek ruilen.
Paauwe had voor de gelegenheid een colbertjasje aangetrokken, maar stak toch sterk af bij de zwarte broeders van de kerkenraad. De ouderling van dienst was geïnstrueerd de prediker gewoon voor de dienst een hand te geven om hem Gods zegen te wensen, maar had er na afloop zichtbaar moeite mee om hem opnieuw de hand te drukken ter betuiging van instemming met het gesprokene. Het was moeilijk uit te maken hoe het voor Paauwe was om na zovele jaren weer eens een traditionele kerkdienst mee te maken.
Roos was gewoon in zijn zwarte pak. Hij kwam echter pas binnen zodra hij aan de beurt was om te spreken, om niet de hele tijd de keiharde, ‘wereldse’ muziek te hoeven aanhoren en het gehos van de muziekgroep te hoeven zien.
Beiden bedankten tijdens hun preek de gemeente voor de mogelijkheid op die ongebruikelijke plaats te mogen staan, en uitten hun zorg over de kerkelijke verdeeldheid. Vooral echter maakten ze van de gelegenheid gebruik om aan te geven waarin de toehoorders en hun leiders dwaalden.
Dit alles zorgde voor nogal wat ophef, en bij velen boosheid. Wat moet die ketter hier preken? zullen velen gedacht hebben, want zowel in de Hoeksteen als in de MNH zijn mensen tijdens de dienst boos weggelopen.
Zo bleken deze kerken, hoe verschillend ook, toch onverwachte overeenkomsten te vertonen.