maandag 29 augustus 2016

Franse waanzin

Ik zeg wel eens wat onaardigs over Nederland en Amerika, maar Frankrijk is geen haar beter. Mogelijk zelfs nog krankzinniger.
Misschien begrijp je al waar ik op doel: het boerkiniverbod op Franse stranden. Eigenlijk te idioot voor woorden en daarom zal ik er ook slechts weinige aan besteden, maar het zou niet goed zijn als mensen hierover in onwetendheid verkeerden, vandaar dat ik toch meen erover te moeten schrijven, zie je?

In tweeëndertig Franse gemeenten is een boerkiniverbod ingesteld. In vier hiervan is daadwerkelijk overgegaan tot het beboeten van moslima’s die in verhullende zwemkleding op het strand verschenen. Kennelijk is het op stranden verplicht halfnaakt te zijn. Zorg er dus voor je te hebben uitgekleed voordat je het strand betreed…
Of zit het anders? Het zit een beetje anders. Een boerkini wordt namelijk gezien als een religieuze uiting, en dat is sinds enige jaren verboden in Frankrijk. Een kruisje om je hals, bijvoorbeeld, kan je ook op een boete komen te staan. Zo bekeken niet verwonderlijk dat de politie van Nice erop gewezen werd dat er nonnen in habijt op het strand liepen. Ook die werd dus duidelijk gemaakt niet welkom te zijn.
Waarom zou dat echter alleen gelden voor het strand? De straat is ook een openbare gelegenheid; het ligt dus in de lijn der verwachting als nonnen of monniken in hun ordekleed ook de toegang tot de straat wordt ontzegd. Want Frankrijk heeft niet alleen de oorlog verklaard aan de moslims – wat het tot een logisch doelwit maakt van terroristische aanslagen – maar aan alle godsdienst. Dat is al begonnen met de Franse Revolutie in de achttiende eeuw – Ni Dieu, ni maître – en dat heeft zich geleidelijk verder doorgezet, de laatste jaren in stroomversnelling. Als het zo doorgaat volgt Frankrijk Turkije. “Turken zijn schurken,” zei me laatst iemand – zoals ze tekeer gaan tegen de Koerden in Syrië – en dat geldt zeker voor het kwade genius, Erdogan, met zijn politieke zuiveringen. Fransen zijn trouwens ook niet sympathiek – verkoop hen een machine waaraan op een dag iets kapot gaat, en ze blijven erover klagen tegen hun buren, ook als het gemaakt is; heel anders dan bijvoorbeeld Duitsers.

Maar zelfs in Frankrijk wonen nog weldenkende mensen. Enkelen van hen hebben een rechtszaak aangespannen tegen het boerkiniverbod, met als uitkomst dat de Franse Raad van State in een voorlopig besluit heeft geoordeeld dat het verbod ingaat tegen de burgerlijke vrijheden, zoals de krant het verwoordde. Het laatste woord is er nog niet over gezegd, maar het is te hopen dat gezond verstand en medemenselijkheid zullen zegevieren over de Franse godsdienstfobie die zomaar kan uitlopen op Duitsland-in-de-jaren-30-toestanden, met alle gevolgen van dien.


maandag 22 augustus 2016

Waardigheid

Mijn vakantie heb ik onder meer benut door het bijwonen van een rooms-katholieke kerkdienst in Zuid-Limburg. Opvallend was dat deze dienst voornamelijk werd bijgewoond door oudere mensen. Verscheidenen waren te dik, en de meesten waren niet op grond van duidelijke kenmerken als kleding en haar- of baarddracht onder te verdelen in mannen en vrouwen; misschien doe ik de mensen onrecht, maar op mij maakten ze deze indruk: kleurloze figuren, net als vrijwel alle al dan niet actief roomse Limburgers.

De dienst daarentegen bestond hoofdzakelijk uit vorm; het preekje was een voorgelezen praatje met weinig inhoud. Op zich een goed verhaal over medemenselijkheid, maar zonder diepgang, en over God ging het alleen in vaagtaal over licht, waar ook de ‘lichte’ protestanten in uitblinken.
Het was alsof de mensen geen hoop of doel meer hadden in het leven; God is hun laatste strohalm, maar ook Die biedt geen zekerheden meer. Alleen omzien naar andere hopeloze gevallen kan het leven draaglijk maken. Opnieuw, misschien doe ik de mensen onrecht, maar zo kwamen ze op me over.

Dan komt het hoogtepunt van de dienst: de eucharistie. Terwijl ik als protestant braaf blijf zitten observeren, naast het middenpad, komen de hopelozen langs me heen naar voren schuifelen om een ouweltje aan te nemen uit de handen van een misdienaar of hoe zo iemand ook mag heten; en dan gaan ze weer zoals ze gekomen zijn: vormeloos en doelloos.
Tot ik verrast opkijk: een vrouw in een wit gewaad en met een zwarte sluier – het ordekleed der Dominicanerzusters? – nee, twee, drie nonnen schrijden langs mijn zitplaats naar voren om eveneens de hostie in ontvangst te nemen. Met gebogen hoofd doch vriendelijk gezicht schrijden ze daarop terug naar hun bank. Ze zijn nog niet eens zo oud, al zijn de meeste haren grijs – maar niet kortgeknipt – onder de zwarte kap.
Na afloop van de dienst schrijden de drie kloosterzusters achter elkaar de kerk uit en dan naast elkaar over de brede stoep naar hun auto (een kleine dissonant). Wat een fantastisch idee: stijlvolle schoonheid uitstralen zonder bijzondere zorg voor het uiterlijk.

U merkt het al: de ‘ontmoeting’ met de nonnen voelde als een verademing. Zij bezaten wat de andere kerkgangers misten (of althans leken te missen): waardigheid, een levensdoel. Nederlanders in het algemeen en Limburgers in het bijzonder zijn hun levensdoel kwijtgeraakt, en vervolgens hun eerbiedwaardig uiterlijk (stijl, schoonheid) en daarmee hun waardigheid. De kloosterzusters echter laten zien dat het nog bestaat: een levensdoel, waardigheid. Laat die deugden niet uitsterven!

maandag 15 augustus 2016

Geen man, geen vrouw

De vlag mag uit. De regenboogvlag, wel te verstaan.

LHBT werd LHBTi, maar inmiddels dekt ook die afkorting de lading niet meer: naast lesbiennes, homo’s, biseksuelen, transseksuelen en interseksuelen zijn er inmiddels ook queers, questioners en aseksuelen. De vraag werd dan ook opgeworpen wat de nieuwe aanduiding zou moeten worden: lhbtqia’er of zoiets? Onzinnige vraag. Slechts één zinnige term komt in aanmerking: anders geaarde. Anders namelijk dan de meerderheid, die heterofiel is. Het heeft op geen enkele wijze te maken met denigratie; vergelijk het met hoe je niet-moslims in een islamitisch land zou aanduiden: "andersgelovige" in het algemeen of de juiste naam als een specifieke groep (bv. hindoes) bedoeld is.
(Wellicht ten overvloede: dat ik daarmee niet wil zeggen dat het om het even is wat je geloof heb ik eerder duidelijk gemaakt. En dat het, zij het om andere redenen, niet om het even is welke geslachtelijke neiging je bezit eveneens.)

Vooropgesteld: het kan flink beroerd zijn om als andersgeaarde je draai te vinden in een heteroseksuele samenleving. Die samenleving – althans wat politici en andere hotemetoten daaruit – heeft daarvoor een oplossing bedacht: emancipatie, het toverwoord.
Bij die emancipatie hoort de regenboogvlag (alsof roze in de regenboog zit). En zebrapaden in alle kleuren van de regenboog. En het afschaffen van het onderscheid tussen dames- en herentoiletten, om te beginnen op het stadhuis. Jammer voor de vrouwen die zich op een gemengde wc niet op hun gemak zouden voelen. Utrecht en Leiden namen het voortouw, Amsterdam volgt – tenminste, dat zal er wel van komen, want hoewel de ambtenaren ertegen protesteren, de gemeenteraad heeft besloten en die is de baas.

Jakkes, wat is die prachtig gekleurde regenboogvlag besmet, bezoedeld en besmeurd met de vunzigste associaties.
Clarendo van der Toorn schreef enige tijd geleden in de GezinsGids de volgende woorden, die ik met instemming herhaal:
Veel jongeren lezen de krant niet, en veel ouderen hebben geen Facebook, Twitter of Instagram. Maar het zebrapad, daar moet elke burger overheen. (…) Een geniaal idee om mensen te dwingen om te denken zoals het stadsbestuur dat doet. Moet er soms gedacht, gewacht en gelopen worden volgens de ideologische zebrapaden van de overheid? Heeft u wel eens van hersenspoeling gehoord? (…) Is kleurrijk het nieuwe zwart-wit?

Even onzinnig als degene die ik in het begin van dit stukje aanhaalde is de vraag hoe je over andersgeaarden die zichzelf man noch vrouw voelen zou moeten praten: "hij" en "zij" kunnen ongepast, zijn; wat wordt het dan? "Hen"? De dwaasheid gekroond. Er bestaat allang een woord voor: "het".
Sommige mensen zijn man, andere vrouw, andere iets ertussenin. Ach… Volgens min of meer dezelfde politici en andere hotemetoten mag het onderscheid wel op meer terreinen worden opgeheven: niet meer van deze tijd. Het wordt tijd dat ook mannen drie maanden zwangerschapsverlof kunnen krijgen.


maandag 8 augustus 2016

De betere pokémonjacht

Misschien doe jij het ook wel: op pokémonfiguurtjes jagen. Het kan pas een paar maanden, maar het is binnen de kortste keren uitgegroeid tot een razende rage. Virtuele wezentjes, die je gewoon op een moeilijk bereikbaar plekje in de echte driedimensionale wereld kun projecteren, of trainen, of vangen. En de zeldzame exemplaren zijn natuurlijk het leukst. Die moeilijk bereikbare plekjes kunnen variëren van een steile klif tot een brandweerkazerne. Dat kan tot gevaarlijke situaties leiden, en – ietwat pessimistisch, maar toch realistisch bekeken – tot onwenselijke toestanden.

Daarom heb ik voor die soortenjagers een beter idee: ga vogelen. Dat lijkt heel veel op pokémonjagen, alleen heb je er een verrekijker voor nodig in plaats van een internettelefoon (al kan die laatste ook een handig hulpmiddel zijn). Maar het grote voordeel is dat vogels werkelijk bestaande wezens zijn, en mooier dan pokémonfiguurtjes. De jacht is minstens even spannend, want hoewel iedereen die 'm ziet dezelfde vogel op z'n lijstje mag bijschrijven, blijft het altijd de vraag of het beest vanmiddag nog op dezelfde plek zit als waar hij vanmorgen werd gemeld. Zelfs kan het gebeuren dat zo'n beest alleen overvliegt, met de kans dat jij de enige waarnemer ben.

Spannend is vogelen zonder meer. Lees bijvoorbeeld een relaas van Guus Peterse over een nieuwe soort:
Blauwstaart bij Castricum, aziatische roodborsttapuit op Texel, vorkstaartmeeuw bij IJmuiden, keus te over de afgelopen dagen. Gisteren besloot ik de blauwstaart te proberen. Mede omdat zaterdag daar vlakbij ook nog een pallas boszanger was gevonden: een mooie dubbel in het verschiet.
Dat werd dus helemaal niks: allebei gedipt en ook verder niks gezien dat je je een week later nog zou herinneren. Toch wel zuur. Nou kon ik dat hebben, na de uitermate succesvolle voorbije maanden, maar het vroeg wel om een liefst snelle genoegdoening.
Die genoegdoening, die kwam er, en wel heel snel! Het leek Overtoom wel!

Toen maandag tussen de middag dat bericht uit Den Helder doorsijpelde: mogelijke, nee, vrijwel zekere langstaartklauwier op de Oude Vuilnisbelt, foto’s lieten eigenlijk geen ruimte voor twijfel, toen stond de halve Nederlandse vogelaarswereld op zijn kop en kreeg ook mijn dag een geheel nieuwe, onverwachte invulling. Want langstaartklauwier maar liefst: nieuw voor Nederland, vierde in Europa, achtste in de Western Palearctic, zeg maar Groot Europa met stukje Azië en Noord-Afrika erbij. Afkomstig helemaal uit zuidoost Azië, heel ver weg dus, en normaal naar het zuidoosten wegtrekkend, nog verder weg. Geen enkele reden om zo’n beest hier te verwachten, maar hij zat er toch maar.
En bovenal een prachtige vogel.
Dus als een speer naar huis gefietst, telescoop en een paar boterhammen gepakt want het zou wel laat worden, als een speer naar het station gefietst en met de trein naar Den Helder. Anderhalf uur gedwongen rust, de hartslag weer wat op orde brengen, gewoon een boekje lezen dat ik in de gauwigheid had mee gegrist, en in Den Helder zuid, nog anderhalf, misschien twee uur tot donker, op zoek naar een doorgang naar de andere kant van het spoor en daarna verstrikt geraakt in een netwerk van meest doodlopende wegen in ongerepte nieuwbouwwijken maar tenslotte ontsnapt en als een speer naar de duinrij gefietst waar ik al gauw de dichte drommen vogelaars in de duinen zie staan.
Kijk voor de nieuwste zeldzaamheden op www.waarneming.nl!

Misschien zeg je nu: vogels zijn haast net zo vluchtig als pokémons. Een soort op je lijstje, misschien een foto, maar niks tastbaars. Wel, dan heb ik nog een beter idee: leg een herbarium aan. Dat is ook spannend – het kan zijn dat je plantje hoog tegen een muur groeit, of aan de overkant van een brede sloot, in een diep ravijn of midden in een verraderlijk moeras; en je weet nooit of de stip op Waarneming.nl precies op de juiste plek staat. Maar als het lukt heb je iets tastbaars in handen. Drogen in een pers en opplakken in een map, om als je 500 of 1000 soorten heb trots te laten zien aan al je vrienden die minder gelukkig waren. En zo kom je nog eens ergens.


dinsdag 2 augustus 2016

Rusland bij de EU

Waarom hoor ik hier niemand over? Allerlei Oost-Europese landen zoeken aansluiting bij de Europese Unie en worden toegelaten, en zelfs Turkije, dat grotendeels in Azië ligt. Maar waarom Rusland niet?

Een paar feiten: Europa bestaat voor 38% uit Rusland. Zelf ligt Rusland voor 23% in Europa. Bovendien is de hoofdstad, Moskou, Europees.
Ter vergelijking: Europa bestaat voor 0,2% uit Turkije. Zelf ligt Turkije voor 3% in Europa. Bovendien is de hoofdstad, Ankara, Aziatisch.

Deze voor zich sprekende feiten kunnen worden aangevuld met ideële overwegingen. Poetin is geen beste, maar Erdogan is zeker niet beter. Turkije is (bezig zich te ontwikkelen tot) een islamitisch land, terwijl Rusland op godsdienstig gebied veel meer overeenkomt met vele EU-lidstaten. Als het waar is dat EU-lidmaatschap de bevolking ten goede komt, zouden we een goede daad doen door Rusland toe te laten als lid; de Russische bevolking heeft in de afgelopen eeuwen onuitsprekelijk veel geleden, of het nu was onder de tsaren, onder de communisten of ten tijde van de Duitse inval. En ten slotte: je kunt Rusland beter als bondgenoot hebben dan als vijand; dat voorkomt narigheid als boycots en koude oorlog of erger.
Zelfs al zou Poetin weigeren, dan heeft Brussel toch een sympathiek gebaar gedaan door Moskou uit te nodigen toe te treden. En een bondgenootschap zou in dat geval een uitstekend compromis wezen. Want stel je voor: een bondgenootschap dat de wereldbol omspant – NAVO wordt van Noord-Atlantische VerdragsOrganisatie tot Noord-Aarde-VerdragsOrganisatie – zou een grote steun voor de wereldvrede kunnen zijn.

Trouwens, het zwaartepunt van de EU is al jaren bezig langzaam naar het oosten te verschuiven, en dat is op zich niet fout.
Ik bied hier geen uitgewerkt plan; niet veel meer dan een proefballon. Maar ik ben ervan overtuigd dat het logischer en beter is Rusland toe te laten tot de EU dan Turkije.

maandag 25 juli 2016

Landbouw in de beklaagdenbank (5, slot): Biologisch heeft de toekomst?

De Nederlandse boer weet de hoogst mogelijke opbrengst van een vierkante meter grond te halen. Maar dat is niet kostenloos. Toenemende bedrijfsefficiëntie gaat ten koste van de natuur – de natuurlijke aard van het dier, de biodiversiteit in de omgeving en de draagkracht van de Aarde.
Een beetje boer zal tegenwerpen: met ecologische landbouw kun je de wereld niet voeden. Daar lijkt hij gelijk in te hebben, maar het is de vraag of het klopt.

Ten eerste is er in Nederland overproductie; er is wel uitvoer van landbouwproducten, maar niet naar de landen met voedseltekort. Dat is als ik me niet vergis in de jaren '70 gebeurd, met als gevolg dat de plaatselijke economieën dreigden in te storten. Die overproductie zorgt voor veel te lage prijzen waarbij de boer bepaald niet gebaat is. Overheid en belangenorganisaties als de LTO zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen om agrarische ondernemers tegen zichzelf (lees: elkaar) in bescherming te nemen.

Ten tweede concludeert een recent onderzoek dat biologische landbouw wél de hele wereld kan voeden. Hoewel de opbrengst lager is (hoeveel precies, dat verschilt sterk per gebied, landbouwmethode en onderzoeker), heeft biologisch onderhouden grond onder andere een groter watervasthoudend vermogen, wat bij droogte juist tot hogere opbrengsten zou kunnen leiden. En droogte zal op vele plaatsen op Aarde steeds vaker voorkomen, is de verwachting. Ten eerste door klimaatverandering die zorgt voor extremere weersomstandigheden, ten tweede doordat de irrigatie zoals die nu wordt toegepast in onder meer de Verenigde Staten en delen van Azië, niet eindeloos kan doorgaan: het grondwater trekt zich steeds verder terug in de diepte. Biologisch is daarentegen duurzaam, evenals een methode als Farming God's Way. Er zijn zelfs studies die aantonen dat bijvoorbeeld in Afrika oogsten verdubbelen door biologische methoden. Critici stellen echter dat dat in Afrika meer te maken heeft met primitief versus modern en dat er met gangbaar nóg hogere winsten te behalen zouden zijn, en dat de getallen uit pro-bio-studies niet kloppen. De discussie hierover (zie ook de boeiende gedachtenwisseling bij dit artikel) is nog niet ten einde, misschien wel nooit, maar dat toont op zich al aan dat er reden is te twijfelen aan de superioriteit van de gangbare landbouw, zeker op langere termijn.

Het belangrijkste is dat we leren verantwoord met voedsel en hulpbronnen om te gaan; verspilling is uit den boze. Dat geldt zowel voor wegwerpwesterlingen als voor houtkapnegers. Veeteelt, hoewel milieubelastend, blijft van belang in de mineralenkringloop. Hoewel een klassiek gemengd bedrijf dat rekening houdt met de natuur(lijke processen) en weinig of geen voedingsstoffen van buiten hoeft aan te voeren een stap in de goede richting is, ontkomen we anderzijds met de huidige, groeiende, wereldbevolking niet meer aan het toepassen van technologische vindingen. Maar hoe dan ook: een enkelspoorbeleid is funest, of dat nu is economie-voor-alles, geef-de-grond-terug-aan-de-natuur, gangbare landbouw, EKO of Demeter. Maatwerk, dus: biologisch waar het kan, gangbaar waar het moet; groententeelt waar het kan, veeteelt waar het moet; natuur waar het kan, woningbouw waar het moet; en waar ook maar enigszins mogelijk: vloeiende overgangen tussen deze zaken. Variatie en verweving zijn de sleutelwoorden voor de toekomst. Zullen we deze verandering vrijwillig inzetten, of zullen we ertoe worden gedwongen door ineenstorting van de democratie, de economie of het ecosysteem?


maandag 11 juli 2016

Landbouw in de beklaagdenbank (4): Boerenlandvlinders

De gangbare intensieve landbouw gaat ten koste van de biodiversiteit, beweer ik. Hoe kom ik daarbij? Dat zie ik – in de slootkanten, in de percelen. Is het ook te meten? Zeker.

Nederland heeft de pech gezegend te zijn met veel vruchtbare, vlakke grond. De pech, want door deze gunstige omstandigheden voor de landbouw schiet er niet veel over voor de natuur: waar landbouw bevorderd kan worden moet de natuur wijken, is de al dan niet bewuste redenering tegenwoordig. Als het melkquotum afgeschaft wordt slaan de boeren als een gek aan het bouwen. En andersom worden boeren – die inmiddels beschouwd worden als natuurvijandig – uitgekocht voor grootschalige natuur, denk aan de Hedwigepolder. Helaas – de natuur is juist gebaat bij niet al te intensieve landbouw. Een goed voorbeeld daarvan vormen de boerenlandvlinders.

Vlinders! Wie houdt er niet van? De bonte fladderaars die de zomer opvrolijken hebben het echter moeilijk. Het schijnt dat er ruim een halve eeuw geleden vijftig (!) keer zoveel vlinders rondvlogen als nu. Dit getal berust op schattingen; harde gegevens zijn er pas vanaf 1990, toen de Vlinderstichting begon met een landelijk meetnet. Daaruit blijkt dat van de 51 dagvlindersoorten die ons land rijk is (dwaalgasten niet meegerekend) er 23 in aantal achteruitgegaan zijn en 14 vooruit.
Een sterke stijger is bijvoorbeeld het Bont zandoogje, dat inmiddels één van de algemeenste vlindersoorten is. Een soort die vroeger algemeen was maar nu zeldzaam is de Argusvlinder.
De Argusvlinder is één van de vlindersoorten die gebruikt worden voor zowel de Europese als de Nederlandse Boerenlandvlinderindex. In dit boekje vind je plaatjes, grafiekjes, soortenlijstjes en het verhaal van het vlinderonderzoek. Daarvan bekijken we nu kort één onderdeel: de boerenlandvlinders.

Chris van Swaaij van de Vlinderstichting stelt: "De ruilverkavelingen en intensiveringen tussen 1950 en 1980 hebben alle vlinders weggevaagd van de boerengraslanden. Alleen op wegbermen en natuurgebieden zijn ze nog over." Dat is een boude uitspraak. Maar helaas klopt hij wel zo ongeveer, want er zijn maar weinig boerengraslanden waarboven nog vlinders vliegen, en dan nog alleen algemene soorten als het Klein geaderd witje; Argusvlinder, Bruin blauwtje, Bruin zandoogje, Groot dikkopje, Hooibeestje, Icarusblauwtje, Kleine vuurvlinder, Koevinkje, Oranje zandoogje, Oranjetipje en Zwartsprietdikkopje zijn weggedrukt naar de randen en naar natuurgebieden. (Wat een mooie naam hebben die vlinders touwens, hè?) Soorten als Geelspietdikkopje en Zilveren maan zijn inmiddels zelfs teruggedrongen tot een klein aantal natuurgebieden en verscheidene andere soorten zijn al helemaal uit Nederland verdwenen.
De term "boerenlandvlinders" is overigens niet zo goed gekozen; "graslandvlinders" zou juister zijn, want boerenland omvat meer dan alleen grasland. Hoewel… steeds vaker is dat niet het geval. Was vroeger bijna ieder boerenbedrijf (zo heette het toen nog niet; dat bedrijfsmatige is iets van de laatste decennia) gemengd, dus met zowel bouwland als vee + grasland, en voorzien van de nodige houtwallen en andere landschapselementen, anno nu is bijna iedere boer sterk gespecialiseerd. Al die specialisatie, herverkaveling, intensivering, ongedierte- en onkruidbestrijding en zware bemesting hebben een steeds hogere opbrengst per hectare opgeleverd – iets dat gezien de bevolkingsgroei veel waard is – maar zijn funest voor de natuur. Geen bloemen betekent geen bijen en geen vlinders. Nu is er onlangs een heuse topconferentie geweest over de zorgwekkende bijensterfte wereldwijd – bijen zijn van levensbelang voor de bestuiving van voedselgewassen; maar vlinders zijn veel minder in beeld, figuurlijk en letterlijk.

®    Boer? Kies een zonnige strook grasland om niet meer te bemesten, maar wel twee keer per jaar mee te maaien; na een paar jaar zie je als je je best doe bloemen en vlinders terugkomen.
®    Burger? Adopteer een vlinder.
®    Buitenmens? Ga een telroute lopen en lever zo een bijdrage aan het onderzoek.



i.v.m. zomervakantie zal de laatste aflevering van deze reeks niet volgende week maar over twee weken verschijnen (Deo volente)

maandag 4 juli 2016

Landbouw in de beklaagdenbank (3): Derogatie

Dat boeren nu en dan zelf bijdragen aan hun moeilijke positie geldt sterker nog dan bij het kalfjesprobleem bij iets anders. In de krant die ik in de eerste aflevering van deze reeks aanhaalde stond op dezelfde bladzij nog een ander opiniestukje, over derogatie. "Derogatie" is een term uit de juridische wereld, die duidt op een uitzonderingsbepaling ten opzichte van een wet. In dit geval gaat het om de Nitraatrichtlijn van de Europese Unie die bepaalt hoeveel EU-boeren hun land mogen bemesten, en waarvan lidstaten onder bepaalde voorwaarden mogen afwijken, vooral gebieden met veel neerslag waardoor de uitgereden stikstof (en fosfaat) niet maximaal kan worden benut. Nederland is één van de landen die van deze mogelijkheid gebruikgemaakt hebben en binnen Nederland 27.000 boeren. Eén van de voorwaarden is dat minstens 70% van de grond van het boerenbedrijf uit grasland moet bestaan en een andere is dat de overheid een monitoringnetwerk moet opzetten om de gevolgen, zoals uitspoeling naar het oppervlaktewater, te meten.
Dit is voor onze boeren ingegaan in 2006. Zijn ze er blij mee? Als ik me niet vergis de meesten wel; sterker nog: velen klagen dat hun land binnenkort te weinig bemest mag worden voor goede gewasgroei – er zou nu al opbrengstvermindering zijn. Anderzijds hielp de derogatie bedrijfsuitbreiding mogelijk te maken; het gevolg: akelig lage melk- en vleesprijzen. Boeren noemen elkaar collega, maar zien elkaar als concurrent: als ik meer koeien heb dan de anderen kan ik nog wat verdienen aan de melk. Dus stallen bouwen, die met deze prijzen niet kunnen worden terugverdiend. Een vicieuze cirkel, of nog sterker: een spiraal van onstuitbare schaalvergroting.
Het stukje waarop ik doelde was geschreven door Harmen Endendijk. Hij verzucht dat het heerlijk zou zijn als die hele derogatie teruggegooid kon worden naar Brussel. De boekhouding die die met zich meebrengt loopt de spuigaten uit. Endendijk heeft een betere oplossing: mestverwerking. Dat zou uiteindelijk goedkoper kunnen zijn, omdat de dikke fractie goed geëxporteerd kan worden – mits in het voerbeleid rekening gehouden wordt met de stikstof-fosforverhouding – en de dunne fractie doelmatig uitgereden kan worden over eigen land. Kortom, "Er zal wel een politieke agenda achter zitten, anders snap ik soms niet waarom we het ons zo moeilijk maken." Zou kunnen; misschien is het evenwel zo gekomen doordat mestverwerking in 2006 nog in de kinderschoenen stond en zo gebleven doordat we nu de weg terug niet meer weten.

Gewasopbrengst is de bestaansgrond van de boerenstand. Maar het is net als met de kalfjes: toenemende bedrijfsdoelmatigheid gaat ten koste van de natuur. Hoewel slimme nieuwe bemestingstechnieken de schadelijke gevolgen van overbemesting kunnen beperken wordt de ecologische woestijn die in grote delen van Nederland is ontstaan waarschijnlijk nooit meer de rijke natuur van 150 jaar geleden.

Mijns inziens zit ook de overheid op een verkeerd spoor. In plaats van investeren in milieusparende wetgeving zou ze meer geld beschikbaar moeten stellen voor boeren die oude waarden in stand proberen te houden: weidegang, kruidenrijk grasland, houtwallen enzovoort. De melkveehouder die zijn bedrijf maar net draaiend kan houden en uitrekent dat weidegang hem 4 of 5 eurocent per liter melk kost, waarvan hij er maar 1 terugziet, houdt zijn koeien liever binnen. De varkenshouder die al een paar jaar verlies draait denkt er niet over om zijn varkens buiten te laten lopen: minder voerefficiëntie, veel te veel grondgebruik.
Toch heeft het ook met instelling te maken. De meeste boeren zijn gespecialiseerd in kostendoelmatigheid, maar biologische producten, waarbij het draait om zachte waarden, kwaliteit en hogere prijzen, zijn op het ogenblik erg in trek. Omschakeling kost moeite, tijd en geld, maar verdient zich hoogstwaarschijnlijk terug. Er is echter mentaliteitsverandering nodig.

maandag 27 juni 2016

Landbouw in de beklaagdenbank (2): Misstanden in de varkenshouderij

Een varken in de wei is eigenlijk een hopeloos beest: het hele land ploegt hij om, onder zijn snuit verandert een mooi grasland in een maanlandschap. Daar komt bij dat hij op die manier erg veel energie verbruikt; de voederconversie – dat is de hoeveelheid voer die nodig is voor 1 kg groei – ligt voor een scharrelvarken beduidend hoger dan voor een varken in de bio-industrie. Dat betekent dat er meer voer én meer grond nodig is voor eenzelfde hoeveelheid varkensvlees, dus meer milieubalasting, zou je met een beetje kwade wil kunnen zeggen.

En toch, en toch… ga ik hier een pleidooi houden voor vrije uitloop voor varkens. En niet zo eentje die op tal van biologische bedrijven in gebruik is, een verhard erf waar ze nog niet kunnen wroeten, maar een echt wroetland waar een varken volop varken mag zijn.
Ik doe dat aan de hand van een campagne van de stichting Varkens in Nood begin dit jaar: 120 misstanden in de varkenshouderij.
Klik op de snelkoppeling en kijk onderaan de pagina bij de plaatjes. Honderdtwintig misstanden, dat is niet mis. Natuurlijk zit er wat overlap in en zijn er vrij wat die op lang niet elk bedrijf voorkomen, maar toch. Zaken als niet kunnen wroeten (6), geen modderbad (7), onvoldoende vluchtmogelijkheden (12), kreupelheid en ontstekingen (32) komen bij elke gangbare mesterij voor, en bewegingsbeperking (35), geen natuurlijke dekking (40), beperkt contact tussen moeder en biggen (54), te jong spenen (80) en vele andere bij elke gangbare zeugenhouderij, enzovoort.
Kortom: hoewel de meeste varkens misschien een redelijk leven hebben doordat ze niet beter weten, wordt er heel wat geleden voor ons karbonaadje. Om van de weeromstuit dan maar helemaal geen (varkens)vlees meer te eten gaat me te ver, maar er moet wel iets veranderen.
Volgens Varkens in Nood zou de oplossing liggen in het heffen van accijns op vlees. Bij accijns denk ik aan winst voor de overheid; het is dan maar te hopen dat de overheid dat geld doorgeeft aan de varkenshouders in ruil voor dierenwelzijnsverhoging, en niet uitgeeft aan andere projecten, of rijke zakenlui met de winst laat strijken.

Maar… de grootste misstand staat er niet bij. Wellicht heb je het vorige week wel op het nieuws gehoord: er zijn te veel varkensboeren; van de vijfduizend moeten er tweeduizend verdwijnen om de sector weer gezond te maken. Wat is dit voor waanzin? Waarom hoor ik niemand meer over minder varkens per bedrijf? Nederland is echt niet gebaat bij de op hol geslagen schaalvergroting van de afgelopen halve eeuw. Minder varkens per bedrijf zou de sector even gezond maken en tweeduizend banen behouden.

Minder dieren per bedrijf, dus. Dat moet ook wel met buitenvarkens. Bedrijfstechnische voordelen heeft scharrel trouwens ook. De belangrijkste problemen die een varken kan ondervinden in een betonnen stal zijn longontsteking en gewrichtsontsteking; twee zaken waarvan een scharrelvarken zelden last zal krijgen, door de frisse lucht, de zachte ligplek en de betere weerstand. Kortom: nauwelijks medicijn- en veeartskosten.
Voor wie het echt goed wil doen is er een mooi voorbeeld van een win-win-winsituatie: een Brabantse varkenshouder weidt zijn dieren in het bos, waarbij geen extra grond nodig is, geen buitenlands voer hoeft te worden aangevoerd en de boswachter geholpen wordt aan een kiembed voor jonge bomen. Natuurlijk kan dit op te weinig plekken voor al het varkensvlees dat Nederland nodig heeft, maar toch op meer plekken dan nu gebeurt.
Ook hier past dus de oproep die ik eigenlijk wel bij ieder landbouwonderwerp wil laten horen: Laat natuur en landbouw weer samengaan!


maandag 20 juni 2016

Landbouw in de beklaagdenbank (1): Kalfjes bij de koe

Drie weken geleden stipte ik een belangrijk onderwerp aan: moeten we doorgaan met veeteelt? Op die vraag ben ik toen al ingegaan, maar mijn uiteenzetting behoeft op één punt nuancering. Ik wekte de indruk dat de landbouw het slachtoffer is van veeleisende overheden en milieubewegingen. Dat is waar, maar nu en dan dragen de boeren daar zelf aan bij.
Misschien denk je meteen aan kalfjes die meteen na hun geboorte bij de koe worden weggehaald, en misschien zelfs worden doodgespoten omdat ze geen geld opbrengen. Dat laatste is de afgelopen tijd hier en daar gebeurd, maar inmiddels zijn er andere oplossingen gevonden. Het eerste is echter schering en inslag, doch – in februari is er in de Tweede Kamer een motie aangenomen die daar iets aan moet veranderen. Wim van Gruisen liet zich daarover kritisch uit in het vakblad Vee & Gewas:
Zijn al die boeren, die het kalf nu meteen bij de koe weghalen, ongevoelige, brute dierenbeulen? U en ik weten wel beter. Een boer die niet goed voor zijn dieren zorgt, die niet van zijn dieren houdt, is niet lang boer.
Ik ben het daar deels mee eens. Om boer te zijn moet je hart hebben voor dieren. Toch is het gewraakte gebruik allereerst ingegeven door bedrijfseconomische motieven, samen-op met hygiëne-overwegingen. Hoe langer namelijk het pasgeboren kalf bij de koe blijft, hoe groter de kans op o.a. coli-besmetting via de mest. Zo werkt dat in de moderne landbouw: de koe (Holstein-Frisian) is gefokt op zeer hoge melkgift, maar is kwetsbaar.

Maar helaas voor de kalfjesknuffelaars: de motie van Partij voor de Dieren is weer van de baan; de kalfjes mogen toch bij de koe vandaangehaald blijven worden. Aahhh.
Terecht? Mijns inziens niet. Kalf bij de koe houden kan ingepast worden in een moderne bedrijfsvoering, in zogeheten familiekoppels. Hoor bijvoorbeeld het relaas van Lunterse boer Cor den Hartog.
Inderdaad moderne bedrijfsvoering. Dat is de reden waarom ik nog steeds niet dol ben op een stal zoals van Den Hartog. Productie is daar nog steeds het hoofddoel, wat je al kun zien aan de koeien. Allemaal zwartbonte HF-dieren, en bovendien zonder hoorns. Dat laatste vind ik echt dieronterend, zie wat ik eerder schreef over onthoornen. In Zwitserland wordt er een volksraadpleging over gehouden. In Nederland zal het er wel niet van komen, want zelfs Wakker Dier heeft vorig jaar afgezien van acties tegen onthoornen: te moeilijk inpasbaar in de bedrijfsvoering (en te weinig dierenleed). De Zwitserse actiegroep echter wil financiële compensatie voor de boeren die hun koeien en geiten de hoorns gunnen; waarom kan dat in Nederland niet, vraag ik me dan af.
Eigenlijk zouden we het, als derde aandachtspunt, ook nog moeten hebben over stier bij de koe. Dat is namelijk bijna nergens meer het geval; de koeien worden kunstmatig geïnsemineerd. En zo is de koe geen koe meer (een paar uitzonderingen daargelaten van oude boertjes of biologisch-dynamische boeren bij wie de vleeskoeien of melkkoetjes nog echt koe mogen zijn); maar de consument wil het zo; en vooral: de Ahold-topmannen willen het zo, want dan kunnen zij het geld opstrijken. En de boer heeft er helaas veelal ook geen moeite mee.

Tja, kalfjes hebben niet meer zo'n best leven als vroeger, toen ze in de wei bij de moeder konden drinken wanneer ze maar wilden. Dat geldt overigens ook voor jonge mensjes; vanwege dezelfde financieel-economische redenen zijn er steeds meer Nederlandse moeders – inmiddels zelfs de meerderheid, als de geruchten waar zijn – die hun kleintjes niet meer de borst geven; beetje gek om het voor kalfjes wel te eisen. "Ondertussen brengt Marianne Thieme haar kind naar de opvang om het daar de hele dag alleen te laten, terwijl zij bedenkt hoe ze nog meer dieren kan redden," merkte Van Gruisen tot slot fijntjes op.

maandag 13 juni 2016

De mannen met het grote geld (2)

Anne: ,,Berend, vind jij rijk dom?”
Berend: ,,Vooral oneerlijk.”
Conrad: ,,Hé, zo’n opmerking vind ik oneerlijk. De meeste rijke mensen hebben hard voor hun centen moeten werken, en veel uren gedraaid.”
Berend: ,,En misschien hun gezin verwaarloosd. Maar ik bedoel dat het niet alleen onrechtvaarig is dat er zulke grote verschillen zijn tussen rijk en arm, maar dat bovendien een hoop rijke mensen op allerlei manieren proberen nóg rijker te worden. Denk bijvoorbeeld aan de Panama Papers, hoe rijkelui belasting omzeilen en steekpenningen aannemen.”
Conrad: ,,Hoeveel waren dat er? Maar een paar.”
Berend: ,,Hier in Nederland misschien, want de meeste Nederlanders hebben gelukkig niet zoveel op met topinkomens en bonussen. Al kan het best slechts het topje van de ijsberg geweest zijn, want wie weet welke manieren die mannen met het grote geld hebben om de pers te ontwijken.”
Conrad: ,,Jij bent wel voor de koning, hè? Die behoort tot de rijkste mensen van Nederland.”
Berend: ,, Ik heb niet de indruk dat Willem-Alexander fout met z’n geld omgaat, al zou hij misschien wel iets meer mogen weggeven aan minderbedeelden. Een koning mag van mij rijk zijn, verschil moet er wezen.”
Conrad: ,,Waarom een koning wel en een directeur niet?”
Berend: ,,Dat zou een ingewikkelde discussie over het koningshuis worden, maar laat ik het zo zeggen: Vooruit, voor de koning wil ik desnoods nog een uitzondering maken, maar eigenlijk zouden er geen zeer rijke en zeer arme mensen moeten zijn.”
Conrad: ,,Nivellering heet dat.”
Berend. ,,Klopt. In de natuur en in de taal is nivellering funest, maar in de samenleving zou er wel wat meer van mogen komen, omdat het daar gaat om mensen, die in beginsel gelijkwaardig zijn. Kijk naar de toestand in negerlanden en bananenrepublieken: een paar hoge pieten hebben geld als water, terwijl de bevolking amper water heeft, laat staan eten. In Nederland is het wat dat betreft beter geregeld, maar ik hoor geruchten dat het verschil tussen rijk en arm weer groter aan het worden is, en dat baart me zorgen.”
Berend: ,,Zou volgens jou iedereen hetzelfde moeten verdienen?”
Conrad: ,,Ach, een beetje verschil zou er wel mogen zijn, maar ik vind het oneerlijk dat het ene talent zo veel hoger beloond wordt dan het andere.”
Conrad: ,,Dat is niet oneerlijk, dat is juist rechtvaardig. Er is namelijk nogal een verschil tussen een machine draaiendhouden en een hele fabriek draaiendhouden. Een topman heeft recht op een topinkomen. Er zijn namelijk maar weinig mensen die een bedrijf goed kunnen laten draaien, terwijl er zat mensen zijn die een kantoor kunnen schoonmaken of een plantsoentje schoffelen.”
Berend: ,,En als ze het niet goed doen, zoals een tijdje terug Arnoud Kamerbeek van Delta, vertrekken ze alsnog met een gouden handdruk van acht ton. Bedankt, man. Acht ton, daar kun je heel wat mensen een jaar lang voor aan het werk houden, over werkgelegenheid gesproken.”
,,Hm. Jij noemde net de Bijbel. Heb je daarin ook gelezen dat rijkdom als een zegen van God wordt beschouwd? Denk aan Abraham, Job en vele anderen.”
,,Klopt. Maar er is ook een andere kant, en die krijgt juist in de Bijbel minstens evenveel nadruk. Overal, in de Thora, bij de profeten en in het Nieuwe Testament, wordt opgeroepen zorg te dragen voor de armen. De rijken redden zichzelf wel. Sterker nog, die maken vaak misbruik van hun macht. Niet altijd – er zijn mensen geweest zoals Louis de Geer in de Gouden Eeuw die zijn rijkdom besteedde voor de armeren in de samenleving, maar dat waren toch uitzonderingen.”
Anne: ,,En die rijke handelaars verdienden hun geld toch over de rug van de Indiërs, Afrikanen en indianen.”
Berend: ,,Inderdaad. Gelukkig is er dankzij de socialisten zoals ik al zei wel wat verbeterd, maar het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen.”
Conrad: ,,Juist rijke mannen als Bill Gates schenken veel geld aan goede doelen.”
Berend: ,,Dat is niet zo moeilijk, als je zoveel heb. Bovendien zijn ze dat in deze tijden ook wel een beetje verplicht, om hun sympathie niet te verspelen. Maar er zijn maar heel weinig rijken die niet in de eerste plaats aan zichzelf denken. Als je verdwaald ben moet je niet aan het hek van zo’n rijke stinkerd aanbellen om de weg te vragen, want die zal je waarschijnlijk niet helpen, bang als hij is dat zijn centen bedreigd worden. Dus nog één keer naar de Bijbel: lees hoe de profeet Amos en de apostel Jacobus van leer trekken tegen de rijken; en ten slotte de oproep van de apostel Paulus aan de gemeente van Korinthe:
In het tijdsgewricht van nu uw overvloed voor hun tekort,
opdat ook bij hen overvloed ontstaat voor úw tekort,
zodat er evenwicht ontstaat.
Anne: ,,Ik denk dat Berend het meeste gelijk heeft, ook al overdrijft hij soms en ook al zegt Conrad wel een paar zinnige dingen. Maar hedenmensen, wat kun je hier een verhitte discussie over krijgen.”
Berend: ,,Weet je nu ook het verschil tussen links en rechts in de politiek?”
Anne: ,,Ehm…”


maandag 6 juni 2016

De mannen met het grote geld (1)

Anne: ,,Wat is nu eigenlijk het verschil tussen rechts en links in de politiek?”
Berend: ,,Nou, simpel gezegd: Links komt op voor de armen, rechts voor de rijken.”
Conrad: ,,Wil je daarmee suggereren dat links beter is?”
Berend: ,,Eigenlijk wel, ja. Die rijkelui kunnen wel voor zichzelf zorgen, dat hoeft de overheid niet te doen.”
Conrad: ,,Ja, en weet je wat de mensen die jij zo smalend “die rijkelui” noemt nog meer doen? Heel veel belasting betalen, waarmee de regering uitkeringen kan verstrekken aan jouw armoedzaaiers die te beroerd zijn om te werken. Waarom zouden ze ook, als ze toch geld van de overheid krijgen?”
Berend: ,,Ja, een veel hoger loon dan die uitkering zouden de meesten van hen niet krijgen; vergelijk dat eens met die rijkelui, die tonnen per jaar verdienen. Er zijn heel wat van die topmannen die op twee of drie keer de Balkenende-norm zitten. Vind je het gek dat ze meer belasting moeten betalen?”
Conrad: ,,Mensen met een hoog inkomen brengen meer dan de helft van hun salaris naar de belasting. Schandalig hoe ze nu al uitgemolken worden! Als links de macht had zou het helemaal nergens meer op lijken.”
Berend: ,,Moet je kijken hoeveel ze dan nog overhouden. Een paar van de dikste auto’s, een huis van een paar miljoen, een zwembad in de tuin dat maar vervangen moet worden door een duurder als de buurman het zijne vernieuwt…”
Conrad: ,,Daarmee houden ze mensen aan het werk. In hun vrije tijd, en onder werktijd nog veel meer: de meesten met een goed salaris hebben een groot bedrijf waar heel wat mensen een baan vinden. Nog eens iets anders dan die armoedzaaiende uitvreters. De rijken houden de economie draaiend.”
Berend: ,,Barst met je economie. Ons economisch stelsel wordt nog eens onze ondergang. Kijk naar dat handelsverdrag TTIP met Amerika dat de regeringsleiders in het geheim aan het bekokstoven zijn. Wie zitten daar achter? De mannen met het grote geld; die worden er beter van. Of de derde-wereldlanden, boeren en het milieu naar de Filistijnen gaan, dat kan hen geen moer schelen. Ook het verdrag met Oekraïne waarover we onlangs moesten stemmen schijnt koren op de molen te zijn van een rijke Amerikaanse zakenman, en niet om daar arme Oekraïners te helpen. Je wil niet weten hoeveel eten er weggegooid wordt door rijkelui. En trouwens, de meeste echt rijken zijn volgens mij op slinkse manieren aan dat geld gekomen, zoals drugshandel en aandelenhandel.”
Conrad: ,,Wat een oneerlijke generalisatie! Het zijn er maar een paar die in de misdaad zitten; de andere hoge inkomens hebben gewoon een goedlopend bedrijf waarvan veel mensen een inkomen hebben.”
Anne: ,,Jullie kunnen er allebei wat van, mensen over één kam scheren.”
Berend: ,,Vooruit, ik overdreef. Maar ik reken aandelenhandel toch niet tot de nuttige werkzaamheden. Wat heeft de economische crisis van een jaar of wat geleden veroorzaakt? Al dat geschuif met massa’s fictief geld. En geld is macht. Als je de rijken hun gang laat gaan worden de armen alleen maar armer. De meeste rijkelui denken vooral aan zichzelf.”
Conrad: ,,En die armelui niet, zeker?”
Berend: ,,Misschien een hoop van hen ook, maar de SP’ers uit de middenklasse die voor de minderbedeelden opkomen tenminste niet.”
Conrad: ,,Vergis je niet, politici zijn altijd uit op stemmen, rechtsom of linksom.”
Berend: ,,Maar het is beter dat ze dan onderweg, uit politieke of uit menslievende overwegingen, mensen helpen die het moeilijk hebben, dan dat ze alleen maar mensen bevoordelen die zichzelf al prima kunnen redden.”
Conrad: ,,Ga dan naar Rusland of China, dan kun je zien waar jouw communistische ideeën toe leiden. De communisten zeggen: “Al het jouwe is het mijne.” En dat is ook wat jouw SP’ers en uitkeringstrekkers zeggen.”
Berend: ,,Jij lees ook de Bijbel, hè? Kijk dan eens hoe de eerste christenen leefden. Die zeiden niet “Al het jouwe is het mijne”, maar “al het mijne is het jouwe.” Dát zou het ideaal moeten zijn, en niet het communisme zoals dat in Rusland huisgehouden heeft. Want wie kregen daar uiteindelijk de macht? Niet de arbeiders, maar de partijbonzen. Die hadden geld zat, en de massa kon nog steeds niks anders dan ploeteren en hongerlijden. Wat dat betreft is het communisme niet anders dan het kapitalisme. De rijken hebben macht en daar maken ze graag misbruik van. Kijk hoe de fabrieksbazen – jouw bedrijfsleiders – in de negentiende eeuw hun personeel uitbuitten. Ten hemel schreiend. Het is dankzij de socialisten dat daar een einde aan gekomen is.”
Anne: ,,Dat is wel een goed punt.”


(wordt vervolgd)

maandag 30 mei 2016

Handelsovereenkomst met Amerika (2)

Landbouw in nood

Om de kwestie helder te krijgen is het goed op dit punt een uitstapje te maken naar de toestand in de landbouw.
Eigenlijk is het probleem al begonnen na het einde van de Tweede Wereldoorlog. De overheid ging bedrijfsuitbreiding stimuleren om te voorkomen dat er ooit weer een Hongerwinter zou uitbreken. Mechanisatie en chemicalisatie maakten dit mogelijk. Vervolgens werd de internationale markt steeds belangrijker, de meeste subsidies verdwenen en de noodzaak van kostenefficiëntie werd hoe langer hoe groter.
Onder druk van milieu-organisaties zijn er steeds strengere regels gekomen voor bemesting, bestrijdingsmiddelengebruik en dierenwelzijn. Terecht, maar zonder dat de boeren daarvoor voldoende schadeloos werden gesteld. Gevolg: verdergaande schaalvergroting, de kleine boertjes kunnen niet meer aan de regels en kostenefficiëntie-eisen voldoen. Nu zijn de normen in de EU rond o.m. dierenwelzijn waarschijnlijk de hoogste ter wereld; maar wat helpt dat als er via de achterdeur vlees en andere levensmiddelen worden ingevoerd uit gebieden (rundvlees uit Argentinië, legbatterij-eieren uit Oost-Europa enz.) waar de norm veel lager ligt? Het enige dat ermee bereikt lijkt te worden is dat de Nederlandse landbouw om zeep geholpen wordt.
Nu zullen er mensen zijn die dat als het gaat om de veehouderij nog zo gek niet vinden. Veehouderij zorgt voor veel broeikasgas en doet een grote aanslag op de wereldwijde grondoppervlakte en watervoorraad. Maar die aanslag is niet overal even groot. Zo is voor de productie van een ons rundvlees gemiddeld 1500 liter water nodig, maar in Nederland is het 650 liter. "Het is met name Amerika die de veeteelt om zeep helpt."
Ik zou sommige mensen inderdaad aanraden minder vlees te eten, al zijn er ook wel mensen die wel wat meer vlees zouden kunnen gebruiken. Hoe het ook zij, dit is wat er zou moeten gebeuren:
  1. op vruchtbare, voor akkerbouw geschikte gronden: gewassen telen voor menselijke consumptie;
  2. op voor akkerbouw ongeschikte grond als bergweiden en veenweiden: veeteelt;
  3. in zee en binnenwater: vis en schaaldieren vangen, maar niet meer dan de populaties toelaten;
  4. in woestijnachtige gebieden: sprinkhanenzwermen vangen, naast voedselproductie op basis van zonne-energie.
Dit alles natuurlijk naast ruimte voor natuur – oernatuur of met landbouw verweven halfnatuur, in ieder gebied.
Het blijft intussen ingewikkeld: milieu en dierenwelzijn lijken op gespannen voet te staan. Biologische landbouw kost meer grond dan gangbare; qua milieubelasting geldt oplopend kip–varken–rund, voor dierenwelzijn is de volgorde omgekeerd; een diervriendelijkheidsmaatregel is veelal ongunstig voor het milieu. Hier zie je dan ook een groot belang van gezamenlijk optrekken van boeren, milieubeschermers en dierenwelzijnsstrijders.

Terug naar TTIP. Wie er gelijk zullen krijgen, de sussende overheidspersonen of de protesterende activisten, zal moeten blijken, áls het akkoord er al komt. Maar de uitspraken van Greenpeace bevatten ten minste een kern van waarheid: "De EU en VS lijken de belangen van multinationals boven de bescherming van mens en milieu te stellen." Toegepast: auto's voor dierenwelzijn. En: dat er sprake is van een "gigantische verschuiving van de macht van burgers naar grote bedrijven". Economie pleegt aan het langste eind te trekken.
Dierenactivisten van onder meer Dierenbescherming en Wakker Dier doen de gangbare veehouderij in Nederland een hoop kwaad, niet geheel ten onrechte. Maar de grootste vijand van de Nederlandse boer (én van de Aarde) zijn niet de milieu- en dierenwelzijnsactivisten, maar de mannen met het grote geld.


maandag 23 mei 2016

Handelsovereenkomst met Amerika (1)

Monsterverdrag

Misschien heb je het al gehoord of gelezen: er is een groot handelsverdrag tussen de EU en de VS in de maak, Transatlantic Trade & Investment Partnership (TTIP) geheten. De onderhandelingen daarover geschieden trouwens achter gesloten deuren.

Wat houdt het plan in?
TTIP moet het grootste handelsverdrag ooit worden; sinds 2013 wordt erover onderhandeld. Reguleerden eerdere handelsverdragen vooral im- en exportheffingen, TTIP en de Canadese overeenkomst Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) moeten naast het afschaffen van handelstarieven de verschillen in wetgeving en standaarden aan weerszijden van de Atlantische Oceaan gelijktrekken. Het moet dus gemakkelijker worden goederen te verschepen die totnogtoe aan de overkant van de grote plas niet of nauwelijks mochten worden ingevoerd vanwege specifieke eisen.
Met TTIP zullen de EU en de VS de grootste vrijhandelszone ter wereld vormen.

Wie hebben er belang bij?
Onder de voorstanders bevinden zich in de eerste plaats overheden: de Amerikaanse resp. de Canadese en anderzijds de Europese, waaronder die van Nederland. Overigens zijn er onderlinge verschillen; zo is Duitsland vóór (o.a. om auto-export) en Frankrijk vooralsnog tegen. De belangen zijn van economische aard. Handel is winstgevend en in dit geval kunnen de verdragen miljarden euro’s opleveren aan beide kanten van de oceaan. Geld dat in de overheidskassen vloeit als inkomstenbelasting van grote bedrijven.
Die bedrijven vormen namelijk de andere groep belanghebbenden. Vooral multinationale, maar ook nationale ondernemingen zullen garen spinnen bij de slechting van in- en uitvoerbarrières. En dan moet je denken aan firma’s uit allerlei sectoren, hoewel de ene sector meer zal profiteren dan de andere. Zo kunnen baggeraars, scheepsbouwers en rederijen kansen verwachten – reden voor CU-SGP om vóór te stemmen – maar ook bedrijven die nu last hebben van belemmerende regels op ethisch gebied, zoals gentechnologiebedrijven. De vrees bij tegenstanders bestaat dat die grote, machtige firma's het Europese verbod op genetisch gemanipuleerd voedsel zullen laten opheffen doordat er dan toch al GM-spul uit Amerika komt; en ze zouden in geval van belemmerende regels torenhoge schadevergoedingen kunnen gaan eisen.

Voor wie is het minder gunstig?
Burgers kunnen via overheidsinkomsten een graantje meepikken van TTIP. Desondanks zijn het onder andere consumentenbonden die protesteren. Een veelgehoord bezwaar tegen de overeenkomst is voedselveiligheid; dat is echter een kwestie waarover ik me persoonlijk niet erg druk kan maken, zie dit bericht.
De tweede groep protesterenden wordt gevormd door derde-wereldorganisaties die vrezen dat landen in onder meer Afrika te lijden zullen hebben van Europees-Amerikaanse vrijhandel, tot een verliesfactor 5 ten opzichte van de grote winnaar, de VS.
De derde groep critici bestaat uit milieubeschermers. "Een beter milieu eindigt bij TTIP", luidt de slagzin van Milieudefensie. Decennialang hebben zij gestreden voor strenge milieu- en dierenwelzijnseisen in Europa, en met succes. In de VS gelden vele van die eisen echter niet, en Amerika lijkt ook niet bereid daar veel aan te veranderen. Milieudefensie wil daarom een referendum en organiseert een landelijke actiedag tegen de handelsverdragen.
Ten slotte zijn het boerenorganisaties die tegen het handelsverdrag zijn. Is de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) als geheel vóór vanwege de vergroting van de afzetmarkt voor zuivelproducten, zowel belangenverenigingen van melkveehouders als andere sectoren zijn tegen. Volgens de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) en Dutch Dairymen Board (DDB) zal de handelsovereenkomst de definitieve nekslag voor gezinsbedrijven in de melkveehouderij betekenen. Zijn dus de meningen onder melkveehouders verdeeld, sectoren als de varkenshouderij zijn eendrachtig huiverig voor het verdrag. De varkenshouderij wordt namelijk al lange tijd gekweld door steeds strengere milieu- en dierenwelzijnseisen en daartegenover de laatste jaren verminderde belangstelling voor varkensvlees bij de consument die de prijzen dramatisch laag maakt; bedenk daarbij dat de boer zelf nauwelijks macht heeft en grote bedrijven als Ahold des te meer – en u begrijpt het al: steeds meer boerenbedrijven moeten het veld ruimen. Als daar nu ook nog concurrentie vanuit Amerika bij komt, dan is het einde in zicht, is de vrees.

"De vrees bestaat dat door hun goedkopere productiemethoden Amerikaanse producenten de Europese markt overspoelen met voedingsmiddelen die in Nederland niet mogen worden geproduceerd." Goedkopere productiemethoden – eindeloze lappen grond die ooit van de indianen en de Bizons zijn afgepikt.
Milieu- en dierenwelzijnsorganisaties enerzijds en boerenbelangengroepen anderzijds hebben een soort monsterverbond gesloten dat doet denken aan wat er gebeurt als een door twist verscheurd land door een buitenlandse mogendheid wordt aangevallen, zoals in 1345 toen graaf Willem IV van Holland optrok tegen Friesland. Even zetteden Schieringers en Vetkopers hun strijd opzij om gezamenlijk te vechten tegen de indringers; maar meteen na de nederlaag van de Hollanders laaide de Friese burgeroorlog weer op, heviger dan ooit tevoren. Het is te hopen dat de dreigende handelsovereenkomst een duurzame eensgezindheid tussen de boeren en de milieumensen zal bewerkstelligen; laten we lering trekken uit de geschiedenis.

(wordt vervolgd)

maandag 16 mei 2016

Red een taal – red een mens

De Oost-Friezen in het noorden van Duitsland dreigen hun eigen taal te verliezen of actief de rug toe te keren. Vooral jongeren kiezen voor Nederduits waarmee ze in de hele streek, Hoogduits waarmee ze in het hele land, of Engels waarmee ze in de hele wereld terechtkunnen, zo las ik. En dat probleem – want dat is het; dat leg ik zo meteen uit – speelt niet alleen in Oost-Friesland, maar in de hele wereld. In Afrika, Azië, Amerika en Australië geven mensen hun stamtaal op ten gunste van de landstaal. En die landstaal kan tegelijkertijd een wereldtaal zijn, zoals Arabisch, Spaans, Frans of Engels. Het gevolg is dat plaatselijke talen in rap tempo verdwijnen, zelfs zo dat als de ontwikkeling geen halt wordt toegeroepen het gros van het aantal kleine talen binnen drie generaties verdwenen kan zijn, in streken als Paoea-Nieuw-Guinea wellicht binnen twee generaties, denkt Marian Klamer. Wij leven, zo stelde een groep Utrechtse taalwetenschappers vorig jaar, in de tijd van het "grote sterven der talen".

Ik noemde dat een "probleem". Lees eerst eens dit bericht, dan begrijp je het wellicht. Een taal laten uitsterven is zonde. Ann DeCraemer schrijft (met betrekking tot Vlaamse dialecten, maar het is universeel toepasbaar): "Het verlies van die variatie maakt ons als taalgebruikers allen een pak armer."
Ginny Naish schrijft in haar boek Kwetsbare talen dat bij indianen in de VS het besef begint door te dringen "dat verlies van de taal niet alleen maar verlies van erfgoed betekent, maar ook verlies van de essentie van hun bestaan". Helaas is dat besef op de meeste plaatsen nog niet doorgedrongen, of zijn tegenkrachten vele malen sterker. Zo schrijft Naish verder:
Er bestaan vele bedreigingen voor de talen in Zuid-Amerika. Hoewel er verscheidene programma's in het leven zijn geroepen ter bevordering van tweetaligheid en ter bescherming van de cultuur van deze inheemse groepen, is er door economische en sociale factoren nog steeds sprake van een grote migratiestroom van het platteland naar de stad.
Hierdoor vervreemden inheemse bevolkingsgroepen van hun thuis en hun tradities, en zijn ze geneigd een taal te gaan spreken die beter bij de sociale en mentale inrichting van hun nieuwe stedelijke omgeving past. Sommigen stappen over op een grotere inheemse taal zoals het Guaraní en het Aymara, maar vele anderen gebruiken het Spaans of Portugees nog als enige taal, keren hun inheemse wortels de rug toe en laten hun culturele identiteit voorgoed achter zich.
Het artikel waarnaar ik in de eerste alinea verwees sluit af met een overzicht van de vijf factoren voor taalbehoud of taalverlies: economisch, status, demografisch, steun en culturele verwantschap. De meeste komen in het bovenstaande citaat (over verstedelijking) terug.

Her en der, in alle werelddelen, strijden eenzame laatste sprekers voor het behoud van hun taal, slechts zelden met succes. Kwetsbare talen beschrijft een aantal aansprekende voorbeelden, zoals dit: De laatste twee sprekers van het Ayapaneco in Mexico hebben vanwege een ruzie al jaren geen contact meer met elkaar.
Maar er is één ontwikkeling die ik nog niet heb genoemd en die kan helpen voor ten minste een aantal talen het tij te keren.

Bijbelvertalers van Wycliffe en verscheidene andere organisaties zijn hard bezig mensen in afgelegen gebieden de gelegenheid te bieden de Bijbel in hun moedertaal te lezen of te horen.
-          ongeveer 7000 talen zijn er wereldwijd;
-          in 554 talen is de volledige Bijbel beschikbaar;
-          in 1333 talen alleen het Nieuwe Testament;
-          in 1045 talen slechts gedeelten van de Bijbel.
Dat betekent dat er maar liefst nog 3955 talen zijn waarin geen enkel Bijbelgedeelte beschikbaar is; het gaat om een half miljard mensen. Wel is er voor vijf miljard mensen de gehele Bijbel in hun moedertaal, maar voor 57% van het aantal taalgroepen wereldwijd bestaat nog geen enkel bijbelgedeelte en in de meeste gevallen evenmin andere teksten. Vaak gaan bijbelvertaling en alfabetisering namelijk hand in hand. Nu ga ik geen lans breken voor alfabetisering op zich, maar je had misschien al in de gaten dat dit stukje niet toevallig op Tweede Pinksterdag is geplaatst; misschien zag je al de verwijzing naar 2013.
Kijk, bijbelvertalers begrijpen ook wel dat het niet uitkan de Bijbel te vertalen in het Tuscarora, het Júma of het Ngawun, maar ze zien wel in hoe belangrijk het is mensen te kunnen aanspreken in hun moedertaal. Een pastor op het eiland San Andrés zei onlangs: Het feit dat we nu het Nieuwe Testament in onze taal hebben, betekent dat we ons niet langer tweederangs mensen hoeven te voelen. En daarom dit: 
Door bijbelvertalen worden talen levendgehouden en mensen (in geestelijke zin) levendgemaakt.

maandag 9 mei 2016

Bezeten door de geen-tijdgeest

Het is gek. Nooit hadden we zoveel vrije tijd en nooit hadden we zoveel tijdgebrek. Eén van de paradoxen van het kapitalisme. Stel je als contrast met onze gejaagde wereld met een doorsnee werkweek van slechts 36 uur,  het leven voor van een landarbeider uit pakweg het Midden-Oosten. Zes dagen per week van 6 tot 6 zwoegen in de hitte op het land van de graanteler of wijnbouwer. Dan terug naar je tent en de komende vier uren tot het slapengaan geen andere verplichtingen dan ‘gezelsen’ met je familie. Je kinderen zijn blij dat je thuis ben, je oude vader vertelt verhalen uit vervlogen tijden om je geest op te scherpen, en dan heerlijk slapen en de volgende dag van ’t zelfde laken een pak.

En dan wij. Eerst schoolgaan tot je hoofd barst van de kennis, daarna met een beetje pech een kantoorbaan die je dwingt om in je vrije tijd te gaan sporten, zakelijke en sociale contacten van over de hele wereld die je tijd opeisen, nieuws dat je aandacht vraagt, vul maar aan. Voor een lang gesprek hebben we geen tijd meer, dus we zeggen zo snel mogelijk alles wat we te zeggen hebben en we hebben geen tijd meer om te luisteren. Ontluisterend.

,,Hoe is 't? Druk?”
,,Ja, altijd, hè?”
,,Heb je volgende week woensdag tijd?”
,,Nee, sorry, bezet.”
De tijdgeest heeft de gedaante aangenomen van een geen-tijdgeest. Nooit hebben we zo weinig uren per week gewerkt, maar iedereen is drukker dan ooit. Tijd voor rust, stilte en bezinning is er nauwelijks. De kerken lopen leeg en de psychiatrische inrichtingen vol – en niet alleen maar met ongodsdienstigen, zo ingewikkeld is het ook nog eens. Steeds meer mensen snakken naar de rust van een klooster – voor een tijdje, maar bijna niemand wil zich er meer levenslang aan verbinden, waardoor het kloosterleven in onze streken een uitstervende zaak aan het worden is. In de plaats daarvan rijzen yoga-, mediatie- en terug-naar-de-natuurcursussen als paddenstoelen uit de grond. Oosterse goeroes helpen je de weg terug te vinden naar jezelf, en bovenal: onthechting. Loskomen uit het verstrengelende web van verplichtingen waarin wij westerlingen onszelf geworsteld hebben; los van de aarde die je naar beneden trekt en de materie die je gevangen houdt; en ten slotte loskomen van jezelf en geestelijk opgaan in het Al, de ultieme bevrijding, het nirwana. Bijvoorbeeld Tibetaanse monniken beheersen die kunst, en zij houden westerse kapitalisten een spiegel voor: kan het zijn dat jij iets mis wat wij wel kennen, en dat jij dingen heb die je beter kwijt kun zijn dan rijk?

In het grijze verleden schijnt het veelvuldig voorgekomen te zijn, en er gaan geruchten dat het hier en daar nog steeds bestaat: bezetenheid. Een huiveringwekkend verschijnsel, als je je er een beetje in verdiep. Mensen die de macht over zichzelf grotendeels of zelfs volledig zijn kwijtgeraakt en worden bestuurd door een duistere geestelijke macht die op één of andere wijze in hen huist. Bijvoorbeeld in de hooglanden van Tibet komt dit naar verluid nog betrekkelijk veel voor.
Als ik het goed begrijp zit joost-met-de-horentjes-en-de-bokkenpoten hier achter. En… alle duivels. Linke soep. Schaapskleren kunnen gevaarlijker zijn dan zwarte drakenvleugels. Met stroop vang je meer vliegen dan met azijn en met materialisme meer verlichte westerlingen dan met occultisme. In overdrachtelijke zin gebruikt is bezetenheid namelijk geen zeldzaamheid; hele volksstammen zijn bezet, zo niet bezeten, door de geen-tijdgeest, verduiveld. Ik raad je: pas daarvoor op.


maandag 2 mei 2016

Koningsdag 2016

Prinses Amalia in Zwolle

Was ik al langer van mening dat 'sociale' media als Kwetter en Fakebook niet besteed zijn aan weldenkende mensen, de afgelopen week werd dat vooroordeel nog eens bevestigd. Het slachtoffer was onze kroonprinses.
Heel opvallend: waren de al dan niet officiële (massa)media lovend over Amalia's optreden in Zwolle op Koningsdag – haar stralende glimlach, vriendelijkheid en diplomatie –, op Twitter en Facebook zongen ook heel andere berichten rond. Zoals over Amalia's jurk die niet mooi zou zijn; akkoord, na de foto's te hebben bekeken moet ik ook zeggen dat ik het jurkje van Alexia mooier vond – het zou niet gek zijn als mode-ontwerpers in binnen- en buitenland ter navolging van prinses Alexia talloze witte kanten jurkjes op de markt brachten. Maar in hoeverre bepalen die meisjes zelf hun kleding? Ik vind dat je het niet kunt maken een dertienjarig prinsesje af te rekenen op haar kleding. Wees dan flink en schrijf een brief naar het Koninklijk Huis of zo; ga niet lafhartig allerlei onaardige dingen over een jong prinsesje met je internetvriendjes delen. Dat geldt helemaal wat betreft Amalia's postuur. Wou je soms een prinses met anorexia?
Pesten is verwerpelijk; dat geldt al voor 'gewone' scholieren onderling, maar het pesten van een minderjarig kind van onze koning zou strafbaar moeten zijn. Amalia, Hollands welvaren, is een mooi meisje, evenals haar schattige zusjes; maar buiten dat – verschil moet er zijn, anders kunnen we het koningshuis net zo goed afschaffen.
Dat laatste wordt uiteraard door velen geroepen, zeker rond dagen als deze. Het mag echter duidelijk zijn dat ik het daar niet mee eens ben. Het voert te ver om daarvoor nu een rij argumenten aan te dragen, maar de belangrijkste wil ik toch noemen: om de herinnering aan de Vader des Vaderlands en zijn illustere opvolgers levend te houden.
Een belangrijk tegenargument, de kosten, is vrij eenvoudig te weerleggen met een verwijzing naar de kosten van bijvoorbeeld een Amerikaanse president. Ons koningshuis kostte vorig jaar een goede 40 miljoen euro; € 2,35 per inwoner. De kosten voor de huidige Amerikaanse presidentsverkiezingen worden geraamd op 5,8 miljard dollar – omgerekend ruim 5 miljard euro, € 15,60 per inwoner. En dan hebben we het nog niet eens gehad over beveiliging, salaris en de andere kosten van een zittende president.

Maar toch wordt er door velen neerbuigend gedaan over de leden van het Koninklijk Huis. Als je het mij vraagt hebben ze dat voor een deel aan zichzelf te wijten. Zoals ik al zei, verschil moet er wezen; het gewoonheidsstreven van koning Willem Alexander en zijn gezin is enerzijds prijzenswaardig, maar slaat anderzijds soms wel wat door; ik denk aan 's konings aanwezigheid bij voetbalwedstrijden.

Dus wel een 'monarch' (een woord dat "alleenheerser" betekent, dus in Nederland allang een loze kreet), wat mij betreft. Dat die tegenwoordig niet veel meer dan een ceremoniële functie heeft vind ik nu we eindelijk weer een koning hebben jammer, maar met het oog op de toekomst mag dat van mij zo blijven, want voor een koningin lijkt me dat prima (regeren beschouw ik als vrouwonwaardig werk).
Daarbij zijn mooie jurken onmisbaar. Ik zeg niet "dure"; voor honderd euro kun je al een prachtig gewaad kopen. En zeker hoeft er niet elke keer iets nieuws te komen, want dat vind ik echt grote onzin. Maar ik vind het sneu als kleine meisjes die graag een prinsessenjurk dragen zich slechts kunnen laten inspireren door sprookjes. Van mij mogen de Oranjeprinsessen ook uitblinken in fraaie kleding.

Oranje boven!

O ja, en zullen we asociale media in de ban doen?

maandag 25 april 2016

Het leven is taai

In onze door jongeren en jong-willen-blijvende volwassenen gedomineerde cultuur lijkt het leven misschien eindeloos, maar dat is niet altijd zo geweest. Toen ouderen de dienst uitmaakten zag de gangbare kijk op de duur van het leven er heel anders uit.
Er bestaat namelijk een merkwaardig verschijnsel dat – in tegenstelling tot dat van vorige week – bepaald niet zeldzaam is; sterker nog: iedere volwassene kent het uit eigen ervaring, de één wellicht bewuster dan de ander. Het is namelijk zo, dat hoe ouder je word, hoe sneller het leven lijkt te gaan. Lijkt te gaan, uiteraard, want het feitelijke tijdsverloop gaat voor ieder mens even snel. Toch is de schijnbare toename in tijdsverloopsnelheid – tot wel een factor 15 of zo; precies kun je het niet zeggen, omdat het niet te meten is – zo opvallend dat, terwijl de meeste jongeren het gevoel hebben dat het leven traag voorbij kruipt, oude mensen terugkijkend beweren dat hun leven voorbijgevlogen is. Gek, nietwaar?

Dan dient zich de boeiende vraag aan: wie heeft er gelijk, de jongere of de oudere? Duurt het leven lang of kort? Het antwoord is: dat valt niet uit te maken, want alles is relatief. Vergeleken met een Pimpelmees leeft de mens zeer lang; vergeleken met een Zomereik vrij kort. Met betrekking tot de veronderstelde ouderdom van de Aarde (4,5 miljard jaar) of het heelal (bijna 14 miljard jaar) of de duur van de eeuwigheid (oneindig lang) is een mensenleeftijd verwaarloosbaar kort. Kortom: ieder die roept dat het leven kort duurt, of dat het lang duurt, heeft gelijk.

Vooral in het het-leven-is-kort-kamp doet de gedachte opgeld dat ons leven tevens broos is. Immers, hoevele doodsoorzaken bestaan er niet? Op welke wijzen kan er niet al een einde komen aan een mensenleven!
Dat laatste is natuurlijk waar. Maar de slotsom dat het leven dus broos en kwetsbaar is deel ik niet. Sterker nog: een mensenleven is uiterst taai. Talloos vele verdedigingsmechanismen zitten in ons lichaam ingebouwd om het tot het uiterste te verdedigen tegen bedreigingen van buitenaf of zelfs van binnenuit. Slechts geweld en list zijn in staat een einde aan te maken aan een gezond jong mensenleven. Ieder die wel eens rondgelopen heeft met zelfmoordgedachten (schrik hier niet van; wie regelmatig mijn stukjes leest weet dat ik ongezouten mijn mening ten beste geef) weet dat. Zelfs levensgevaarlijke gebeurtenissen als een auto-ongeluk (geweld) of een vergiftiging (list) blijken lang niet altijd dodelijk (laat staan roken).

Het leven is taai. Bij deze woorden denken sommigen misschien aan "taai" in de tegenwoordig hier en daar gangbare betekenis "saai". Ook dat kan waar zijn, maar als je daar last van hebt moet je misschien opnieuw even terugschuiven naar het stukje van vorige week, of bijvoorbeeld doorklikken naar dat van drie jaar geleden.

Zoals je wellicht weet bezoek ik regelmatig een kerkdienst. Het gaat daarin nog wel eens over de eeuwigheid en "eeuwig"; merkwaardigerwijze wordt dat door menig prediker uitgesproken als “evig” – waarschijnlijk onbewust, maar je weet nooit, want er zijn er ook die in een preek over pakweg Abraham gerust durven zeggen dat die “even geleden” leefde.
Onder de predikanten bevinden zich namelijk velen uit het het-leven-is-kortkamp en zo hoeft het je niet te verbazen dat in sommige kringen regelmatig de woorden van Moosjè (‘Mozes’) uit Psalm 90 worden aangehaald: "en wij vliegen daarheen" (te weten, naar het einde – van ons leven, van de wereldgeschiedenis). Onlangs voegde één van hen hier aan toe: "Zorg dan wel dat je de juiste vlucht hebt."
Dat was ik dan weer wél met hem eens.


maandag 18 april 2016

Ode aan de vreugde

Freude, schöner Götterfunken, Tochter aus Elysium,
Wir betreten feuertrunken, himmlische, dein Heiligtum!
Deine Zauber binden wieder, was die Mode streng geteilt;
Alle Menschen werden Brüder, wo dein sanfter Flügel weilt.

Rampen... kunnen verbroederen. Welk leed ze ook mogen aanrichten, vaak hebben ze onbedoeld gunstige bijwerkingen. Zoals dat mensen gaan nadenken over de oorzaak en hoe ze wellicht in de toekomst herhaling kunnen voorkomen of de schadelijke gevolgen beperken. Maar ook verbroedering; mensen die eerst niet naar elkaar omzagen gaan elkaar helpen. Het kan ook in het klein; de beste manier om onbekenden in de trein met elkaar in gesprek te brengen is hem een paar uur op het platteland te laten stilstaan. Wel zal dat gepraat deels bestaan uit gemopper. En bij grote rampen worden mensen echt niet allemaal beter – ook het slechtste in de mens komt naar boven.

Een betere manier om mensen bij elkaar te brengen en de wereld te verbeteren is daarom: vreugde. Alleen al het luisteren naar muziek als de 9e Symfonie van Beethoven maakt je blij; of het nu de volledige orkestversie is of een muzikantenoploop op straat.
Een blij mens zal niet zo snel iemand bestelen, bedriegen of vermoorden. Vrolijke mensen beginnen geen oorlog. Kortom: met meer vreugde wordt de wereld een betere plek.

Ik had een studiegenoot die altijd vrolijk was; opgeruimdheid lag in zijn aard. "Een blije jongen" noemde hij zichzelf. Hij is boswachter geworden en ging excursies leiden waarmee hij ongetwijfeld tal van mensen blij heeft kunnen maken. Nu ben ikzelf anders geaard – o nee, dat is tegenwoordig een verkeerde uitdrukking; wel: ben ik niet zo'n lolbroek, heb ik niet zoveel met blije geiten, maar toch: ze zouden er meer moeten zijn. Het zou de mensheid ten goede komen.
Dus zonder oppervlakkig te willen doen (lees slechts mijn andere berichten) wil ik je oproepen: wees eens wat vaker (en langer) vrolijk. Hoe? Misschien door boswachter te worden en natuurexcursies te leiden. Of naar goede muziek als van Beethoven te luisteren. Of te zoeken naar schoonheid: in de natuur, muziek, in kunst, kleurrijke kleding, in prachtige karakters, in taal. Het mooiste woord ter wereld is "jabulani". Proef het eens op je tong, zing het, roep het in koor: jaa-boe-laa-nie! Dat woord geeft vreugde, want het betékent "vreugde". Hetzelfde geldt voor het Duitse "Wonne".

Er bestaat een raadselachtig verschijnsel – zoals de wereld vol is met raadsels – dat psychologen een harde noot te kraken geeft. Er is een oud verhaal van twee mannen in een Romeinse kerker met hun voeten in het blok, die zo blij waren dat ze midden in de nacht zaten te zingen – en niet zachtjes, maar zo dat de hele gevangenis kon meegenieten. En dat terwijl ze een paar uur tevoren gegeseld waren en op valse gronden gevangengezet – stellig zonder geestverruimend drankje.
Het gekke is dat zulke dingen, net als in de Romeinse tijd (er zijn uit die eeuwen veel meer dergelijke verhalen bekend), nog steeds gebeuren.
In de twintigste eeuw, waarin de Roemeense predikant Richard Wurmbrand vertelde over de vreugde die hij en medegevangen kenden in de gevangenis onder het communistische bewind. In de eenentwintigste eeuw, waarin een Nederlandse predikant (i.v.m. met privacy kan ik geen detailinfo verstrekken) onverwacht veel tegenstand kreeg vanuit zijn gemeente, waardoor hij er psychisch aan onderdoor ging, maar desondanks achteraf kan vertellen nooit zo'n diepe vreugde te hebben gekend als in die tijd. Zo zijn er meer voorbeelden – en niet alleen van predikanten –, al zijn ze schaars, want het heeft iets bovenmenselijks.

Er kan dus vreugde bestaan terwijl alle redenen ervoor ontbreken of in ieder geval lijken te ontbreken. Ik vind dat een fascinerend verschijnsel. Je zult er een pittige kluif aan hebben het psychologisch te verklaren; misschien komt een godsdienstpsycholoog er in de buurt, maar dan nog blijft er – schrijf ik intuïtief, ik ben geen godsdienstpsycholoog – iets geheimzinnig onverklaarbaars. Eigenlijk vermoed ik dat de verklaring voor het raadsel – en daarmee (althans een deel van) het geheim van vreugde zonder uitwendige aanleiding – verband houdt met de Nederlandse versie (Vreugde, vreugde, louter vreugde) van Schillers Ode an die Freude, en met dit nummer.


maandag 11 april 2016

In memoriam: het Korhoen

1940                10.000
1950                3500
1960                3000
1970                1000
1980                176
1985                67
1990                40
1995                37
2000                20
2005                13
2010                7
2012                2

Zo ziet de aantalsontwikkeling van Korhanen in Nederland eruit; traditioneel worden namelijk de hanen geteld; de hennen zijn door hun schutkleur en verborgen leefwijze te moeilijk te vinden voor een betrouwbare telling.
Begin april bolderen de Korhanen en vindt de jaarlijkse telling plaats – maar er wordt niet veel meer gebolderd en dus valt er niet veel meer te tellen. Het Korhoen: het enige Nederlandse ruigpoothoen, beroemd om de balts (het bolderen) van de prachtige hanen en om zijn onstuitbare achteruitgang. Ooit zagen pasgemaaide korenvelden zwart van de Korhoenders; J.A. Eygenraam beschreef de situatie op de Noord-Veluwe rond 1912, het hoogtepunt voor de Korhoenders in Nederland, aldus:
Kwam de boer om den oogst op te laden, dan moest het paard bij den kop worden gehouden om te voorkomen dat het op hol sloeg voor het machtige gesnor der vleugels, wanneer deze troepen opnamen.
Het Korhoen kwam toen in alle provincies voor. Rond de Tweede Wereldoorlog zette de achteruitgang echt in, totdat in 1988 de laatste Korhoenders gemeld werden op de Veluwe en in de jaren '90 in Noord-Brabant. Rond die tijd stierven ook de laatste Overijsselse populaties uit, op één na: de Sallandse Heuvelrug, het allerlaatste bolwerk. Maar de factoren die de achteruitgang van de vogel op hun geweten hadden – vooral verdwijning van leefgebied en broedbiotoop, uitbreiding van infrastructuur, voedseltekort als gevolg van intensivering van de landbouw en luchtvervuiling, en vervolgens verzwakking en predatie van de laatste vogels – gingen Overijssel niet voorbij. Het grootste probleem werd echter pas rond 2013 duidelijk: vrijwel alle kuikens díé nog uit hun ei kropen stierven binnen een paar weken doordat het voedselaanbod te beperkt was en een verkeerde stikstof-fosforverhouding had. En nu het is waarschijnlijk te laat om nog grote kruiden- en insectenrijke graanakkers op de Sallandse hei te gaan aanleggen.
Dus nu kunnen we de balans opmaken: er leeft op dit moment nog hooguit één wild Nederlands Korhoen: een hen uit 2008. Deze laatste overlevende is op 20 april 2015 door Edwin Winkel gefotografeerd in een eik – meteen een historische foto. Het is onduidelijk of de vogel nog in leven is, maar de kans is niet groot.

Daarmee komt er een einde aan de aanwezigheid van wilde Korhoenders in Nederland. Nu zijn er nog twee landen over waar Laaglandkorhoenders (en variant of ondersoort van het Korhoen) voorkomen: België, met alleen nog een eveneens op uitsterven staande populatie in de Hoge Venen, en Duitsland, dat op de Lüneburger Heide nog een levensvatbare populatie bezit van zo'n tweehonderd hanen. Dit aantal is echter te laag om te veroorloven hier hanen weg te vangen om ze op de Sallandse Heuvelrug uit te zetten. Daarom worden ze nu uit Zweden gehaald, omdat er daar nog genoeg zijn. Dat de Scandinavische vogels, hoewel genetisch verwant, niet erg zijn aangepast aan ons klimaat, is dan jammer; een betere optie is er niet. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat er op de Hoge Veluwe deze eeuw honderden gefokte Laaglandkorhoenders zijn uitgezet, die stuk voor stuk het loodje legden, hetzij ten prooi gevallen aan rovers als Vos en Havik, hetzij anderszins. Een andere oorzaak voor het mislukken van het Hoge-Veluweproject zou trouwens liggen in het feit dat een eenmaal verdwenen korhoenderpopulatie niet meer terugkomt; wat een reden te meer is alles op alles te zetten voor de Overijsselse populatie, voor zover daarvan nog sprake is.
Dus volgt in 2012 de eerste bijplaatsing van Zweden: vier hanen en een hen. Het volgende jaar worden vijfentwintig Zweedse korhoenders in Overijssel losgelaten. Na een korte pauze is er in 2015 een vergunning verleend voor het bijplaatsen van vijfentwintig Korhoenders per jaar tot 2021. Tja, Zweedse vogels die wel in betere gezondheid verkeren dan de door inteelt verzwakte laatste Nederlandse Korhoenders, maar qua lichaamsbouw en gedrag niet echt aangepast aan ons klimaat – ik blijf de ontwikkelingen met belangstelling volgen, maar mijn verwachtingen zijn niet hooggespannen. Voor mij is het Nederlandse Korhoen (op één hen en enkele half-Nederlandse jonge vogels na?) uitgestorven. Hiermee volgt het de Kuifleeuwerik die een paar jaar geleden verdween als Nederlandse broedvogel, niet lang na Duinpieper en Ortolaan. Wie volgt?