maandag 20 maart 2017

Bizarre kanselruil

BARNEVELD – Gisteren heeft er een ongebruikelijke ‘kanselruil’ plaatsgevonden tussen twee van de grootste Barneveldse kerken. Ds J. Roos van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGN) preekte in de Midden-Nederland-Hallen (MNH) voor de Doorbrekers, terwijl de voorganger van die gemeente, Peter Paauwe, preekte in de Hoeksteen.

idealisten

Deze bijzondere gebeurtenis vond plaats nadat een klein groepje idealisten hierop jarenlang had aangedrongen bij de beide voorgangers. Deze laatsten hebben uiteindelijk toegegeven en hebben hun eigen kerkleiding weten over te halen de kanselruil eenmalig toe te staan en mogelijk te maken. Ongetwijfeld met de nodige moeite.
De ‘actiegroep’ werd geleid door Edwin en Eline van Gehly. Edwin: “De kerkelijke verdeeldheid in Nederland doet ons pijn. Een zo verdeelde kerk is niet Gods bedoeling. En het gaat niet alleen over verdeeldheid, maar vooral ook over eenzijdigheid. Kerken hebben zich zo sterk gespecialiseerd in één of twee bepaalde leerstellingen dat ze de rest van de bijbelse boodschap uit het oog verliezen. In Barneveld is die verdeeldheid des te opvallender doordat de tegenpolen zo’n beetje de grootste en snelstgroeiende gemeenten zijn.” Eline: ,,Een aantal jaren geleden verspreidde Elsevier een bijzondere uitgave over het protestantisme in Nederland, waarin de aandacht werd gericht op Barneveld, juist vanwege die grote en totaal verschillende kerken. Toen dacht ik al: moeten kerken zich nu zo polariseren? Kan daar niets iets tegen gedaan worden? Toen hebben we een gebedsgroep opgericht om voor dit probleem te bidden en te zoeken naar een mogelijkheid om onderling begrip en respect te bevorderen tussen de verschillende kerken. Want Barneveld heeft op kerkelijk gebied zó veel te bieden: reformatorisch, evangelisch, Vergadering van Gelovigen, rooms-katholiek en ga zo maar door.”
Vervolgens zijn er besprekingen gevoerd met de kerkleiding van de meeste Barneveldse gemeenten, en in het bijzonder die van de Doorbrekers en de GGN. ,,Vanuit de GGN en andere reformatorische kerkverbanden wordt regelmatig gewaarschuwd tegen de Doorbrekers en hun verderfelijke leer en wereldse levensstijl,” licht Edwin toe. ,,De Doorbrekers op hun beurt trekken veel mensen uit de ‘zware’ kerken en bekritiseren de leer in die kerken ook regelmatig. Wat zou het dan geweldig zijn, dachten wij, als we, al was het maar voor één keer, de predikant van de zwaarste kerk een keer konden laten preken in de moderne evangelische gemeente, en omgekeerd hun voorganger een keer op de kansel in de grootste en behoudendste kerk van Barneveld te laten preken. We hebben er jarenlang voor moeten praten en bidden, maar nu is het toch gelukt.” Eline: ,,Goddank! We hopen dat het velen de ogen zal hebben geopend, dat het zal zorgen voor wederzijds begrip en dat het voor velen in die kerken en daarbuiten tot zegen zal zijn. En hopelijk vindt het navolging.”

boosheid

Dat de kanselruil mensen aan het denken gezet heeft is zeker. Maar of het ooit herhaald zal worden is zeer de vraag. Mogelijk gaat het nog gebeuren in gemeenten die minder van elkaar verschillen en elkaar niet beschouwen als ketters, maar Roos en Paauwe zullen vermoedelijk niet vaker van plek ruilen.
Paauwe had voor de gelegenheid een colbertjasje aangetrokken, maar stak toch sterk af bij de zwarte broeders van de kerkenraad. De ouderling van dienst was geïnstrueerd de prediker gewoon voor de dienst een hand te geven om hem Gods zegen te wensen, maar had er na afloop zichtbaar moeite mee om hem opnieuw de hand te drukken ter betuiging van instemming met het gesprokene. Het was moeilijk uit te maken hoe het voor Paauwe was om na zovele jaren weer eens een traditionele kerkdienst mee te maken.
Roos was gewoon in zijn zwarte pak. Hij kwam echter pas binnen zodra hij aan de beurt was om te spreken, om niet de hele tijd de keiharde, ‘wereldse’ muziek te hoeven aanhoren en het gehos van de muziekgroep te hoeven zien.
Beiden bedankten tijdens hun preek de gemeente voor de mogelijkheid op die ongebruikelijke plaats te mogen staan, en uitten hun zorg over de kerkelijke verdeeldheid. Vooral echter maakten ze van de gelegenheid gebruik om aan te geven waarin de toehoorders en hun leiders dwaalden.
Dit alles zorgde voor nogal wat ophef, en bij velen boosheid. Wat moet die ketter hier preken? zullen velen gedacht hebben, want zowel in de Hoeksteen als in de MNH zijn mensen tijdens de dienst boos weggelopen.
Zo bleken deze kerken, hoe verschillend ook, toch onverwachte overeenkomsten te vertonen.


maandag 13 maart 2017

Stem

Op een nacht verdwijnt de man van 'Shani' spoorloos. Hij was huiskerkleider en blijkt opgepakt te zijn door de autoriteiten en in de gevangenis te zijn beland, waar de ondervragingsmethoden bepaald niet zachtzinnig zijn. Shani is bang. Tot ze zelf ook wordt opgehaald.

Het is maar één van de talloze verhalen uit vooral Azië en Afrika, waar christenen en soms ook andere minderheden worden onderdrukt, opgepakt, mishandeld, vermoord; hetzij door de overheid, hetzij door buren die een ander, gewelddadiger, geloof aanhangen: islam, hidoeïsme, communisme. Sommigen van hen krijgen dankzij inspanningen van organisaties als Open Doors en Stichting De Ondergrondse Kerk (SDOK) internationale bekendheid. Bijvoorbeeld Asia Bibi (Aasiya Noreen), een jonge Pakistaanse christin die al jaren in een dodencel zit. De internationale aandacht heeft opgeleverd dat ze in hoger beroep kon gaan, maar dat heeft niet tot vrijspraak geleid. Sommige lotgenoten van haar zijn door internationale druk inderdaad vrijgekomen, maar anderen desondanks terechtgesteld. En het is slechts het topje van de ijsberg. Hoevele christenen (om het daar even bij te houden) worden er in elkaar geslagen, gevangen gezet, vermoord, zonder dat een buitenstaander ervan hoort?
Niet toevallig heet het tijdschrift van de SDOK "Stem van vervolgde christenen". Onschuldigen die worden onderdrukt om hun geloof verdienen onze steun. Ze hebben een stem nodig. Wij in ons vrije Westen zijn niet alleen op de wereld. Dat zij met hun standvastigheid de hemel 'verdienen' en uiteindelijk dus beter af zijn dan hun beulen moet voor ons geen reden zijn maar toe te kijken hoe Noord-Koreaanse christenen onder de meest mensonwaardige omstandigheden worden opgesloten in een werkkamp, hoe Nigeriaanse meisjes worden ontvoerd, hoe Syrische vrouwen worden verkracht en vermoord, hoe Indiase evangelisten in elkaar worden geslagen of vermoord, hoe Eritrese christenen worden opgesloten in een zeecontainer, hoe christelijke dorpen in Soedan worden gebombardeerd, hoe de wetgeving in verscheidene Aziatische landen steeds meer beperkingen oplegt voor niet-geregistreerde geloofsgroepen. Geef de onderdrukten een stem.

maandag 6 maart 2017

SGP, daar red je levens mee

Wie weet waar de afkorting "SGP" voor staat? Ik wel. Super goede partij.
Nja, beetje flauw misschien, zeker omdat ik het al eerder heb gezegd, maar 't is wel waar. Dan denk ik niet zozeer aan het landbouwbeleid – daar zou veel voor en tegen te zeggen zijn – en zeker niet het economisch beleid. Zelfs denk ik dan niet in de eerste plaats aan het feit dat de SGP het bijna als enige voor Israël opneemt, of het feit dat de oudste partij van Nederland als enige opkomt voor eenverdieners, die door de overheid op ronduit schandalige wijze worden uitgebuit. Of het feit dat de Staatkundig Gereformeerde Partij het als enige opneemt voor vrouwen, want daar komt het wel op neer. Of voor de vrijheid van meningsuiting.

De belangrijkste reden waarom ik jou en u aanraad SGP te stemmen heeft te maken met de verkiezingsleus: Stem voor het leven. Zoals dat gaat bij hedendaagse slagzinnen is ook deze dubbelzinnig. Dubbel zinvol.
De SGP, daar red je levens mee. Voor de zekerheid heb ik op het internet even gezocht naar deze uitdrukking, en hij blijkt eerder ook al door anderen te zijn bedacht. Nou ja, dat zij zo. Kennelijk is het een goede spreuk. Want waar is zij zeker.

Een heikel punt bij deze verkiezingen is de discussie rond 'voltooid leven'. Ouderen die niet ondraaglijk lijden maar gewoon vinden dat ze lang genoeg hebben geleefd zouden volgens sommigen geholpen moeten worden bij levensbeëindiging. Liefst met een pilletje dat bij de apotheek te krijgen is. ChristenUnie en SGP zijn hier terecht faliekant op tegen. Het gevolg van het gemakkelijk verkrijgbaar zijn van zelfmoordpillen zou namelijk kunnen zijn dat mensen die anders aarzelden nu ook de stap zetten een einde aan hun leven te maken. Bijvoorbeeld jongeren met liefdesverdriet. En in de tweede plaats kan het ervoor zorgen dat mensen die er bewust voor kiezen hun levenseinde niet in eigen hand te nemen op den duur niet meer de nodige verzorging kunnen krijgen omdat hun omgeving liever ziet dat ze worden opgeruimd. Lees bijvoorbeeld Winter in Gloster Huis van Vonne van der Meer. Een kille, liefdeloze maatschappij ligt op de loer.
Vanuit de levensbeschouwing van de seculiere partijen bekeken is dat geenszins verwonderlijk. De mens is immers ontstaan als product van miljoenen jaren strijd om het bestaan, waarbij de best aangepaste individuen overleefden en zo evolutie van primitief tot hoogontwikkeld mogelijk maakten. Verzorging van de zwakken werkt dat proces tegen.

Onbegrijpelijker is vanuit die levensbeschouwing echter het feit dat de allerjongsten onder ons vogelvrij verklaard zijn. "We leven in een samenleving waar alle mogelijk[e] seksuele perversiteiten aan de orde van de dag zijn en waar kinderen in de schoot van hun moeder vermoord worden. Laat u niet misleiden. Nederland is een barbaars land" schreef Willemien Gunnink in het blad Leef. CU en SGP strijden er nog steeds voor dit duistere gebruik in te dammen.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over de aandacht die deze twee partijen regelmatig vragen voor vervolgde, met de dood bedreigde christenen en andere minderheden wereldwijd. Of voor het voorkomen van overspel en echtscheiding, die (kinder)levens onherstelbaar beschadigen.

Kortom: samen met de CU is de SGP de partij waarin het leven centraal staat, dwars tegen de troebele hoofdstroom in die ontspringt uit de evolutiemythe. Het leven en de dood worden u voorgesteld. Stem voor het leven.


maandag 27 februari 2017

Huisdierkind

Gezinssamenstelling: vriend Max, zoon Sem, dochter Sanne, hond Saar, kat Reno. Zo zou de profielschets kunnen luiden van een Libelle-schrijfster. Hond en kat maken voluit deel uit van het gezin. Soms nemen ze een hond of kat om wat gezelligheid te hebben als er nog geen kinderen zijn. Komt er vervolgens een kind, dan komt ze voor een lastige keuze te staan: moeten we Reno houden of niet? Nee, ik kan geen afscheid van hem nemen, dus laten we hem alsjeblieft houden. Vervolgens wordt die lieve Reno echter jaloers op Sem, omdat die nu een deel van de aandacht opeist die altijd naar hem ging. Meneer wordt onhandelbaar, hij pist de kamer onder, krabt de banken aan flarden… wat een drama. Tranen met tuiten. Zouden we Reno dan toch naar een asiel moeten brengen?
Vooruit, in een asiel wordt nog goed voor Reno gezorgd en kan hij hopelijk een nieuw leven beginnen. Saar echter is niet jaloers, maar ziek. Geneeskundig onderzoek en geneesmiddelen hebben niet mogen baten – Saar zal het niet lang meer maken. Max en Lieke moeten daarom met pijn in het hart besluiten haar te laten inslapen. Misschien kan ze nog een goede begrafenis krijgen, in het gezin gevolgd door een niet te onderschatten rouwproces.

Marijke Verduyn schreef er een boekje over: Het dier is mens geworden. Het is een tweeluik; de andere kant is Het dier is ding geworden. Schoothondje versus plofkip. Overeenkomst is dat beiden mensen bezigheid bieden. Verschil is dat het ding-dier ook nuttig is voor anderen dan de eigenaar, terwijl de meeste mens-dieren slechts dienstig zijn voor hun eigenaar. Je zou dan verwachten dat je moet betalen om mens-dieren te mogen houden, terwijl je betaald krijgt voor ding-dieren. Het tegendeel is echter waar. Om landbouwhuisdieren te mogen houden moet je geld betalen, terwijl de opbrengst sterk wisselt. Voor het houden van gezelschapsdieren hoef je vaak alleen maar voer te betalen, wat dan ook grif wordt gedaan; het beste voer is nauwelijks goed genoeg voor onze blaffende of miauwende gezinsleden. Hondenbelasting bestaat niet overal (meer) en kattenbelasting voor zover ik weet nergens.

Vlees kost veel productiegrond en water, is een tegenwoordig veel gehoorde kritiek. Hoe koeien de wereld vernietigen. Kan zijn, maar laten we dan wel de juiste prioriteiten stellen. Eerst afschaffen wat voedsel en water kost zonder dat het wat tastbaars oplevert. Honden, katten, paarden. Ja, ook rijpaarden kosten de Aarde veel energie en ruimte. Met de invoer dan wel een forse verhoging van hondenbelasting, kattenbelasting en paardenbelasting kan de overheid geld binnenkrijgen om biologische landbouw te steunen – dat lijkt me een goede bestemming – en kan de Aarde langer mee.

Twijfel je of je katten wil of kinderen? Kies voor kinderen, want die hebben een aantal voordelen ten opzichte van huisdieren: je krijg er kinderbijslag voor, je kun ze meer leren, ze kunnen terugpraten als je wat zeg en ze kunnen jou later verzorgen als je oud ben. Natuurlijk is dat nog lang niet aan de orde, maar vooruitdenken is niet dom.

maandag 20 februari 2017

Jij ben

Het is toch "jij bent"? Volgens de officiële regels wel, ja. Maar volgens mij niet.

In het nog altijd hypothetische en Kornalijnen Boekje is al de regel opgenomen dat bij tweede persoon enkelvoud (jij) altijd stam zonder t moet worden gebruikt. Nu bevat dat boekje nog niet alle punten waarop ik van mening verschil met de taalkunde; zo zou ik de hen-hun-regel willen vereenvoudigen en "hun" alleen gebruiken als bezittelijk voornaamwoord en niet als persoonlijk voornaamwoord in het meewerkend voorwerp.
Maar "jij ben" enzovoorts gebruik ik al jaren consequent, zoals je misschien al eens is opgevallen. Met dit betoogje hoop ik ook Kees en jou te overtuigen. Al zijn er natuurlijk belangrijker dingen in het leven, maar je kun je toch niet je hele leven alleen met de belangrijkste zaken bezighouden.

Eigenlijk is het een heel vreemde regel, stam+t schrijven ná "jij" en enkel de stam ervoor. "Ga jij" versus "jij gaat". Hoe is dat zo gekomen? De Taaladviesdienst wist het:
Deze bijzonderheid van de persoonsvorm bij 'jij/je' komt voort uit de
ontstaansgeschiedenis van dit persoonlijk voornaamwoord. 'Jij/je' is ontstaan uit 'g(h)i'; in de Middeleeuwen werd dit als het achter de persoonsvorm stond daaraan vastgeplakt, vaak met een d ertussen: 'hebdi' ('hebt ge'), 'kundi' ('kunt ge'). Deze d werd in de loop der tijd verzacht; 'di' werd via 'dji', 'dzji', 'zji' tot 'ji',
waarna de i werd gereduceerd tot e, zodat 'ji' veranderde in 'je'. 'Hebdi' veranderde zo in allerlei tussenstappen in 'heb jij/je'. In de omgekeerde volgorde kon die t niet afslijten; zoals het vroeger 'g(h)i hebt' was, is het ook nu 'jij/je hebt'.
Een boeiende geschiedenis, grappig dat die zo terug te zien is in de spelling. Maar het zou veel logischer zijn als de tweede persoon enkelvoud altijd vergezeld ging van stam zonder meer. Informeel dan, want bij de formele vorm, u (of gij) moet wel stam+t.
Daarom zou het beter zijn de onlogische regel af te schaffen; om twee redenen:
- Hij is moeilijk te leren, zowel voor Nederlandse schoolkinderen als voor buitenlanders. Het is beter als taalregels logisch zijn.
- Hij kan leiden tot misverstanden. Zinsneden als "de groep mensen die je meeneemt" of "de hond die je uitlaat" – wat betekenen die? Vroeger, toen "je" nog niet zo veel gebruikt werd, kwamen zulke onduidelijkheden minder voor.
- "Jij gaat" is lelijk, net als "jij haalt" enzovoorts. Je zie trouwens dat veel mensen al wel "jij wil" schrijven, stellig omdat het ook "hij wil" is, maar misschien ook wel omdat "jij wilt" niet zo lekker bekt. En onlogisch is.

Laten we dus verstandige dialecten als het West-Veluws, waar gewoon gepraat wordt van "jie bin" volgen. Dit is mijn mening; ben jij het met me eens?

Jij ben.


maandag 13 februari 2017

Moderne dichtkunst

Mogelijk heb je het stukje van 7 maart gelezen en daar een Duitstalig citaat van wijsgeer Spengler gezien. Hopelijk begrijp je Duits, maar voor als dat niet het geval is hierbij een zinsnede: "Onder de ingenieurs van de eerste de beste machinefabriek vind je meer intelligentie, smaak en karakter dan in de hele hedendaagse Europese kunst."
Krasse taal. Maar terecht voor wat betreft de moderne kunst (bv. Karel Appel en consorten in de schilderkunst, en de atonale stroming in de klassieke muziek); inmiddels zijn er ook componisten en beeldend kunstenaars die teruggrijpen op oude vormen, want een echte kunststroming is er eigenlijk niet meer (het destructieve geknoei van het modernisme was de laatste van ons Avondland).
Ook de dichtkunst is een kunststroming. En ook die is in de twintigste eeuw gedegenereerd. Het is waar, gedichten kun je vandaag de dag aantreffen in alle soorten en maten, ook goede die nog de kenmerken uit de hoogtijdagen van onze cultuur hebben bewaard, maar het typische moderne gedicht is metrum- en rijmloos.
Laten we (de muziek indachtig) eerst eens naar liedteksten kijken.

Het is de combinatie van binnen- en eindrijm die Valerius' oude lied Merck toch hoe sterck nu in ’t werck sich al steld’ zo sterk maakt. In hedendaagse muziek geldt hetzelfde. Hoeveel blijft er over van de betovering van Femke Ouboters Dat ik je mis of van Kees Kraaijenoords God of the moon and the stars zonder rijm?
Het rijm in een liedje als Witsand van Stef Bos hapert, maar dat wordt nog net niet echt storend, al biedt die hapering zeker geen meerwaarde; in Boeregeneraal van de groep Wild Horse doet het echter duidelijk afbreuk aan het overigens mooie nummer.
Overigens kan rijmdwang – hoewel het de teksten van Drs P. juist sterk maakt – een liedtekst verzwakken. Als je al kun voorspellen dat na "mensen" de volgende regel zal eindigen op "wensen", dan is de rijm een stoplap en is er sprake van rijmelarij in plaats van dichtkunst. Daarentegen getuigt het creatieve rijm in talloze liedjes van Ellie en Rikkert van kunstzin.

Kortom: rijmelarij is geen dichtkunst, maar rijmloze dichtkunst is in de meeste gevallen weinig of niets beter.
Misschien zeg je – ik hoop het niet, maar het zou kunnen –: je zou het over niet over muziek hebben maar over gedichten. Vooruit dan. Ook buiten de muziek komt immers dichtkunst voor.
Ik pluk een willekeurige naam van het internet – Robin Kerkhof – die ik model laat staan voor een grote groep. Of hij één van de groteren is weet ik niet (al beweert hij zelf dat het werk van hem, Geert Zomers, Frans Terken en anderen het beste is wat de moderne poëzie te bieden heeft), maar ik ga niet beweren dat hij geen verstand van taal heeft, evenmin als ik beweer dat iemand als Willem Jeths geen verstand van muziek zou hebben.
Naar de gedichten van Kerkhof op de aangegeven internetpagina. 'Oorlogsweduwe' – de gedachte is mooi, maar de vorm hapert. Ik bespeur in de eerste twee regels een metrum (dactylus), maar dan stokt het al. Er is een poging gedaan tot eindrijm, maar in twee van de vier strofen is het mislukt. Misschien dat ik een paar stijlfiguren mis, maar klinker- of medeklinkerrijm vind ik niet.
'Zonder titel' – hierin is zelfs geen poging gedaan een metrum of rijm aan te brengen, en het zou me verbazen als een beetje veertienjarige een gedicht als dit niet had kunnen schrijven; het enige sterke punt zijn de tegenstellingen (antithese/paradox).
Voor de rest kun je het nu zelf. Wat heet nog dichtkunst? Wel, dit: regels en bladzijden slechts gedeeltelijk volschrijven. 'Welkom in Nederland', om een willekeurig 'gedicht' van "dichter des vaderlands 2016" Anne Vegter te nemen, bevat enkele diepe gedachten, maar ik zie niet in waarom het een gedicht moet heten; in goed geschreven proza kan hetzelfde. Verwoord een mooie gedachte, een gevoel of associatie, knip je regels in stukjes, en ziedaar: een modern gedicht. De nieuwe "dichter des vaderlands", Ester Naomi Perquin, brengt ten minste een metrum aan in haar gedichten, maar ook hier is de degeneratie van de dichtkunst duidelijk waarneembaar.

Kortom: als dit het beste is wat de moderne poëzie te bieden heeft is de uitspraak van Spengler daarop dubbel en dwars van toepassing. Als mensen als Kerkhof al talent hebben verknoeien ze dat deerlijk.

Ter vergelijking en afsluiting laat ik hier een echt gedicht volgen, qua inhoud mooi van toepassing op de weersomstandigheden van de afgelopen dagen.

Winterstilte
 
De grond is wit, de nevel wit,
De wolken, waar nog sneeuw in zit,
Zijn wit, dat zacht vergrijzelt.
Het fijngetakt geboomte zit
Met witten rijp beijzeld.
 
De boom houdt zich behoedzaam stil,
Dat niet het minste takgetril
't Kristallen kunstwerk breke,
De klank zelfs van mijn schreden wil
Zich in de sneeuw versteken.
 
De grond is wit, de nevel wit,
Wat zwijgend tooverland is dit?
Wat hemel loop ik onder?
Ik vouw de handen en aanbid
Dit grootsche, stille wonder.

Jacqueline van der Waals (gepubl. 1909)


maandag 6 februari 2017

De gelijkenis van de Dagpauwoog

Het is zondag en winter. Buiten is het koud en donker, binnen in de kerk is het licht en behaaglijk warm. De gemeente heeft zich verzameld om God te aanbidden en Zijn Woord te horen. Op de kansel staat de predikant. Net begonnen aan zijn preek. 't Gaat over een ouderwetse graanboer en over vogels, maar over die laatste zegt dominee verder niets; mogelijk denkt hij aan Van Goghs kraaien en kan hij nog geen tien vogelsoorten op naam brengen. Het is wel een mooie preek, daar niet van; maar er ontbreekt iets.

Opeens maakt zich een kleine donkere gedaante los van de zoldering. Het fladdert naar beneden, de kerkzaal in – een vlinder. Een Dagpauwoog, zo ziet de kenner al spoedig. Voor wie 'm niet zo goed kent heeft het diertje een verrassing in petto. Zijn de vlindervleugels van onderen gezien bijna zwart, de bovenkant blijkt, als de vlinder neergedaald is tot op ooghoogte of zich even neerzet tegen de muur, buitengewoon fraai gekleurd en getekend.
Na een wijde boog door de ruime kerkzaal schiet de vlinder weer richting de hoge zoldering, vereert de organist op de orgelgalerij met hoog bezoek, fladdert even rond één van de plafondlampen en wervelt dan weer boven de luisteraars beneden. De prediker schenkt er geen aandacht aan, hij preekt onverstoorbaar door. Maar de vlinder dartelt door de kerk; moeilijk is uit te maken of hij blij is een poosje vrij te kunnen vliegen of hongerig en bang op zoek naar bloemen, voedsel. Want het is de vraag hoe vaak het arme diertje, dat in de kerkzoldering een overwinteringsplek heeft gevonden, wakker kan worden door de warmte voordat hij door zijn energiereserves heen is.
Soms schiet onze avondlijke Dagpauwoog even terug naar de zoldering, dan laat hij zich weer afdalen naar de kerkbanken en landt soms zelfs even naast een opengeslagen bijbeltje. En als de vlinder zo tussen het kerkvolk neerstrijkt maakt een deel van het volk een schrikbeweging, en de vlinder vliegt op en vertrekt. Een ander deel ziet de Dagpauwoog als een welkome afleiding en volgt hem nieuwsgierig. Weer een ander deel negeert de rustverstoorder en concentreert zich op de prediker. Maar er zijn er ook die de vlinder herkennen als een kunstwerkje van de Schepper en ontvankelijk zijn voor de les, de aanvulling op de preek.

Afgezien van de mensen – en wat onzichtbare spinnetjes en ander klein spul – is de Dagpauwoog het enige levende wezen in de kerk, een kerk waar de natuur geen plaats heeft; er gaan stemmen op de vlinder te vangen om te voorkomen dat hij nog langer de aandacht afleidt van de preek en de aanbidding. En buiten de kerk is het weinig beter.
Heb je ooit een preek gehoord over Deuteronomium 22:6, een wetje – volgens de Joden het kleinste van al de geboden – over een vogelnest? Grote kans dat je dan in een zogenaamde "groene kerk" zit. Dat is een nieuw verschijnsel, groene kerken. Een reactie op de scheiding van kerk en natuur en een poging het rentmeesterschap over de schepping in praktijk te brengen. Zulke kerken doen dan aan afvalscheiding, energiebesparing, eigen energie-opwekking, milieu-educatie en natuurvriendelijk tuinieren en zetten Max-Havelaarkoffie. Maar ook in zulke kerken is de kleur groen schaars; hoeveel planten staan er bijvoorbeeld in de kerk, en hoeveel vlinders en bijen vliegen eromheen? Goed, misschien zou het beeld dat ik hiermee oproep wat overdreven zijn, en misschien is de onlangs uitgegeven Groene Bijbel dat ook wel. Maar toch.

Moet de gelijkenis van de Dagpauwoog nog worden verklaard? Wie oren heeft om te horen, die hore.

maandag 30 januari 2017

Jood onder de naties (slot)

Met etiket – niet goed opgelet

“Koop niet bij Joden” is weer helemaal in, stelde Franklin ter Horst bijna drie jaar geleden al. En het is er in die tijd niet beter op geworden; voor de Joden, dan. Het verschil met de tijd van het “Kauft nicht bei Juden” is het argument: toen gold “minderwaardig ras” als voldoende motivering, nu is het “Israël is een schurkenstaat”. Er staat nog niet zo’n bordje op de winkelruit bij Joodse winkeliers, maar de BDS-beweging heeft dan ook nog maar beperkte successen geboekt; er zou toch meer mogelijk moeten zijn dan etikettering van een paar producten van de Westoever. Boycot, desinvesteringen, sancties! Gelukkig hebben ze flink wat media trouw aan hun zijde. Wat kan het schelen als Arabische werknemers de pineut worden, dat weten de mensen in Europa toch niet. Liefst breiden organisaties als Breaking the Silence en DocP de boycot uit tot heel Israël. Dat we dan om consequent te zijn de meeste van onze technische apparaten zouden moeten weggooien, daar denken we niet aan. Dat de oprichters van de BDS-beweging Joden het recht op een eigen staat ontzeggen, daar hebben wij geen boodschap aan. Dat Israël volgens mensenrechtenorganisatie Freedom House volgens onderzoek in 2011 het enige vrije land was van het Midden-Oosten en Noord-Afrika, dat zijn we alweer vergeten; inmiddels worden vredesbesprekingen buiten Israël om gevoerd. Dat tal van bijbelse heilige plaatsen aan Israël worden ontzegd – opgestaan is plaatsje vergaan, toch? Dat Arabische Israëli’s graag in Israël wonen – kan niet waar zijn. Terwijl Abbas onlangs nog zei dat nooit een Jood een voet zou zetten in de toekomstige Palestijnse staat… allemaal gelogen, wat? Dat boycot van westoeverproducten indruist tegen de Olmert-Mandesonakkoorden – nou, boeiend. En dat de regering met steun aan BDS-organisaties eigen beleid tegenwerkt – veel te ingewikkeld om over na te denken.

Toch goed dat de SGP en de CU daar wel over nagedacht hebben. Van der Staaij stelde in november terecht: “Deze organisaties leveren geen bijdragen aan het bevorderen van vrede in het Midden-Oosten”. De Nederlandse regering is bij haar positieven gebracht. Maar daarmee is de strijd niet beslecht.
Wie meepraat met anti-Israël-activisten moet echter twee dingen goed bedenken:
1.      Een Jood in Nederland niet verantwoordelijk is voor Israëlisch beleid. Bovendien is iedereen die sympathiseert met de ideeën van Adolf Hitler, één van de grootste schurken ooit, medeschuldig. Een recente documentaire van de Joodse omroep trekt een vergelijking met de kanarie die mijnwerkers destijds meenamen onder de grond: als de kanarie het loodje legde door verstikking moesten de kompels maken dat ze wegkwamen; als er voor een Jood geen toekomst meer is in Europa is ook voor andere Avondlanders het einde nabij.
2.      Berichtgeving in de gangbare media is doorgaans eenzijdig. Belangrijke zaken worden verzwegen:
In 1948 werden Joodse dorpen en synagogen vernietigd en Joden in Jerusjaleem uitgehongerd, en (Palestijnse) Arabieren zouden er niet voor terugdeinzen dit opnieuw te doen als ze de kans krijgen. Arabische wetenschappers en geestelijke leiders steunen politieke uitspraken omtrent de noodzaak van de verdwijning van de ‘zionistische entiteit’; er is hierover overeenstemming onder Palestijnse intellectuelen; Palestijnen houden zich niet aan de Oslo-afspraak van schrappen van hun doelstelling omtrent het voorgaande; schoolonderwijs brengt hetzelfde doel paplepelsgewijs bij.
En ten verder de andere zaken die in de voorgaande artikelen in deze reeks zijn besproken.

Benjamin Netanjahoe:
If the Arabs put down their weapons today, there would be no more violence. If the Jews put down their weapons today, there would be no more Israel.

Je begrijp, ik vind het verfrissend om eens te lezen over mensen die hun stem verheffen tegen de BDS-beweging. Bijvoorbeeld de Britse staatssecretaris van Justitie, Michael Gove, die de beweging ervan beschuldigde antisemitistische leugens te verspreiden en apartheidsmethoden in te zetten. Of de resolutie van dertien Zuid- en Midden-Amerikaanse parlementsleden waarin ze hun steun verklaarden aan het Joodse volk om in vrede en veiligheid te wonen in het land Israël. En:
Boycots en sancties tegen de staat Israël en zijn producten dragen bij aan een antisemitistische houding die wordt geïnspireerd door antisemitisme en de weerstand tegen de Joodse staat (…) en zijn schadelijk voor een vreedzame oplossing van het Arabisch-Israëlische conflict, en moeten worden afgewezen door iedereen die vrede zoekt.
BDS-tegenstander Neil Lazarus: “Wij halen in een discussie meteen de feiten erbij. Maar niemand is geïnteresseerd in de feiten!”

Bart Jan Spruyt:
Het zou mij niet verbazen als wij op een gegeven moment voor de keuze komen te staan: óf we blijven Israël steunen en nemen terreur op de koop toe, óf we zeggen die steun op in ruil voor een vreedzaam bestaan. Ik ben er niet zeker van dat iedereen dan de juiste keuze zal maken.

Ik ben niet zo’n bewonderaar van de staat Israël. Ze lijkt te veel op de onze. Juist daarom zou Israël hier juist geliefd moeten zijn: in de meeste verwerpelijke praktijken waarin Nederland en andere westerse landen uitblinken doet Israël niet voor ons onder. Maar doordat de meesten zich inmiddels tegen Israël keren lijkt het me, gegeven de omstandigheden, alleszins redelijk het nu voor dat land op te nemen.
Onder de gegeven omstandigheden zou het meer kwaad dan goed doen, maar wat mij betreft mogen producten uit Judea/Samaria (Westoever, zogenaamd bezet gebied) worden voorzien van een heldere herkomstaanduiding. Dan weet ik wat ik moet kopen.

maandag 23 januari 2017

Jood onder de naties (12): Kan er vrede komen? [b]

Een vredesvoorwaarde is een goede verstandhouding tussen Joden en Arabieren. Die lijkt steeds verder te verslechteren. In november werden er door hun eigen overheid vier Palestijnen opgepakt voor het aannemen van een uitnodiging van de burgemeester van Efrat voor een bezoek ter gelegenheid van het Loofhuttenfeest. Natanjahoe: “Volgens PA-woordvoerders worden ze gestraft en opgesloten voor de misdaad van het normaliseren van de omgang met Israël.”
Toch schitteren ook hier lichtpuntjes. Israëlische militairen helpen een Arabier met autopech. Arabische Israëli’s bellen hun Joodse buren om hun meeleven te tonen na een aanslag. Een restauranteigenaar geeft groepen bestaande uit Joden en Arabieren fikse korting. Gemeente Akko helpt Arabische burgers hun huis te renoveren ten behoeve van toerisme. Organisatie Givat Haviva brengt Joden en Arabieren met elkaar in gesprek.
En een ander aspect: Mario Levy brengt in kibboets Sde Eliyahu de scheppingsopdracht de aarde te “bebouwen en bewaren” in praktijk. Het zijn voorafschaduwingen van een duurzame vrede in de verre toekomst, waarvan de profeet Zacharja zegt:
Op die dag,
is de tijding van de Eeuwige, de Omschaarde,
zult ge ieder zijn naaste nodigen –
onder wijnstok en vijgenboom!

Kan er vrede komen in het Midden-Oosten? Het lijkt er niet op, de kluwen van vijandigheden schijnt onontwarbaar. Maar er zál vrede komen, wis en waarachtig. Daar is echter ingrijpen van hogerhand voor nodig; en als het zover is, dan is het voor velen misschien te laat.
Dat de Joden in Israël zullen blijven – zoals Netanjahoe zei – voorzag ook Zacharja, maar niet zonder een apocalyptisch Armageddon in de eindtijd. Daarna, zo voorzien eveneens Psalm 72 en andere bijbelgedeelten, komt er evenwel blijvende vrede onder een Masjiach-koning. Hetzij – zoals ikzelf vermoed op grond van tal van bijbelgedeelten – eerst duizend jaar lang in een vrederijk waarin Jesjoea’  regeert vanuit Jeroesjalajiem, er een bijna-paradijselijke toestand heerst maar waarin mensen nog de gelegenheid hebben tot geloof te komen dan wel mee te helpen met de voorbereidingen voor de eindstrijd waarin Jesjoea’ de vijanden van Jisraëel zal verslaan, de levenden en doden zal oordelen en dan het koninkrijk zal teruggeven aan God de Vader; hetzij zonder die tussenstap van duizend jaar, en tot in eeuwigheid volmaakte heerschappij van God in de hemel met aangrenzend de vernieuwde Aarde, waarin allen zullen delen die geloven in Jesjoea’. Voor de andere mensen is er een akelige werkelijkheid, de hel – waar het tegenovergestelde zal heersen van vrede. Nu kun je nog kiezen.

Te gast zal zijn een wolf bij een schaap,
een panter vlijt zich neer bij een bokje
(…)
Want zie, Ik herschep Jeroesjaleem tot jubel
en haar gemeente tot een verrukking
(…)
Men zal geen kwaad doen
en geen verderf stichten
op heel Mijn heilige berg
(…)
Weggevaagd wordt dan de oorlogsboog
en tot de volkeren spreekt Hij van vrede.

Sjaloom!

maandag 16 januari 2017

Jood onder de naties (12): Kan er vrede komen? [a]

Geen woord werd er gerept over de tienduizend doden vorige week in Noord-Syrië en Irak. Geen woord over de bruutheid van eigenlijk alle Arabische regimes in het Midden-Oosten. Nee, alles werd ondergeschikt gemaakt om Israël te kunnen veroordelen. Want als de Joden maar toegeven en hun land opgeven dan zou de echte vrede voor het Midden-Oosten, wellicht voor deze hele aardbol komen. (Roger van Oordt, juli 2016)

In de hele discussie rond het Palestijnse conflict dreigt één ding te worden vergeten: dat het slechts één, en misschien wel het kleinste, van de zes conflicten is die op dit ogenblik in het Midden-Oosten worden uitgevochten, naar een analyse van Yochanan Visser in De Tijden. Het belangrijkste is de oorlog tussen het Soennitische en het Sjiïtische blok, met een front in Irak (waar het Sjiïtische Iran invloed probeert te verwerven), in Syrië en in Jemen. Intussen spelen de oorlog tegen ISIL, het conflict tussen het Assad-regime en zijn tegenstanders, tussen soennitische rebellengroepen onderling en de strijd tussen Turkije en de Koerden. De Arabische lente is overgegaan in een islamistische winter, of liever: een bloedhete zomer.

Het conflict tussen Israël en de Arabieren, zo schrijft Visser, “verkeert al jaren in een status quo-situatie nadat de Oslo-akkoorden in feite waren opgeblazen door Yasser Arafat die de Tweede Intifada begon in september 2000.” En nu? Wil Israël vrede? Ja, betoogt Hans Jansen, vrede is reeds sinds 1948 het doel. Hoewel er ook onder de Israëli’s duiven en haviken zijn, benadrukt Ouweneel. Volgens velen is Netanjahoe zo’n havik; maar ik geef hem geen ongelijk. Al te velen van zijn voorgangers hebben, met de beste bedoelingen, de Israëlische positie uitgehold door toe te geven aan een vijand die niet op vrede uit is.
Wat het Israëlische regeringsbeleid ook is, het is altijd fout. Ouweneel:
(…) wie zou hier graag in de schoenen van de Israëlische minister-president willen staan? Als Israël de bezette gebieden niet zal teruggeven, zal uiteindelijk bijna de hele westerse wereld zich tegen Israël keren. Als Israël die gebieden wel zal teruggeven, zal het als het ware een moordzuchtige buurman uitnodigen de helft van het eigen huis te komen bewonen.
Voor mij is het een belangenafweging: heilige islamitische grond versus thuishaven voor Joden; en het laatste weegt me zwaarder.

Willen de Arabieren vrede? Nee, bewijst Hans Jansen. “Geen erkenning, geen onderhandelingen, geen vrede.” Slechts onder één voorwaarde kan er volgens orthodoxe moslims vrede komen: als heel de wereld tot dar-al-islam is gemaakt. Hoe die vrede eruitziet kun je nu zien in Irak, Syrië en Jemen.
Kinderen in Saoedi-Arabië, Iran, Irak, Syrië, Egypte en de Palestijnse gebieden krijgen meer les in jihad dan in vrede, zo maken de daar gebruikte schoolboeken duidelijk. Hen wordt vroeg geleerd dat elke moslim bereid moet zijn om te doden en gedood te worden voor Allah.
Gelukkig zijn er gunstige uitzonderingen, lichtstraaltjes van hoop. De Palestijnse onderwijzeres Hanan al-Hroub leert kinderen het geweld dat ze zien niet over te nemen maar juist vriendelijk met anderen om te gaan. Hiervoor won ze vorig jaar de Global Teacher Award, een geldprijs voor onderwijsverbetering.

Vrede komt er voorlopig niet en omwille van de rechtvaardigheid moet Netanjahu de omstreden gebieden niet opgeven. Zo lang de EU doorgaat met het bouwen van illegale nederzettingen in die gebieden moet Israël doorgaan met het (legaal) bouwen van nederzettingen. Er zit niet anders op dan de status quo te handhaven en een nieuwe oorlog – die vanwege oorlogsmoeheid en ongemotiveerdheid van steeds meer Israëliërs wel eens ongunstig zou kunnen uitpakken voor Israël – te voorkomen en te wachten op de terugkeer van de Masjiach. Dat klinkt voor een buitenstaander misschien naïef, maar dat is het bepaald niet. De toekomst zal het bewijzen.

maandag 9 januari 2017

Jood onder de naties (11): Nederzettingen

Bezetting, nederzettingen. Dat zijn heden ten dage wel Israëls ergste misdaden in de ogen der volkeren. Terecht?

De dikke Van Dale geeft de volgende hier van toepassing zijnde definities:
bezetten = (een gebied, land) als vreemde mogendheid met een legermacht in bedwang houden
kolonist = stichter of lid van een kolonie = wingewest buiten het moederland voor handel, landbouw enz. (of: groep vreemdelingen, uit hetzelfde vaderland afkomstig, in een bep. stad)
nederzetting = vestiging, bewoonde plaats
Die laatste omschrijving is onschuldig, maar let op, het woordenboek geeft Israël de twijfelachtige eer verantwoordelijk te zijn voor een geheel eigen begrip, zoals destijds Zuid-Afrika met zijn apartheidspolitiek:
nederzettingspolitiek = regeringspolitiek van Israël, die gericht is op het stichten van nederzettingen in bezet gebied.
Kijk, daar heb je ze bij elkaar. Je snap niet dat er voor "kolonist" nog niet zo'n bijzondere plek is ingeruimd.

De eerder genoemde rechtsgeleerde De Blois constateert een discrepantie tussen de wijze waarop buitenstaanders Israël benaderen. Enerzijds verlangen ze dat het in de betwiste gebieden de mensenrechtenverdragen naleeft, anderzijds benoemen ze die gebieden tot bezet gebied, waarop juridisch gezien het oorlogsrecht van toepassing is.

Bij de kaartjesdiscussie in de vorige aflevering ging het al over het ontstaan van het landconflict. Nadat eerdere vredesonderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen niets opleverden werden er in het geheim onderhandelingen gestart in Oslo. De uitkomsten daarvan werden vastgelegd in de zogenoemde Oslo-akkoorden (1993, 1995). Daarin werd bepaald dat Israël en de PLO elkaar zouden erkennen, de Palestijnen de vijandelijkheden zouden staken, Israël zich zou terugtrekken uit de Gazastrook en het gebied rond Jericho, en dat voor de overige delen van de 'Westoever' een overgangsbepaling werd ingesteld, waarbij het werd opgedeeld in A-, B- en C-gebieden, respectievelijk onder Palestijns bestuur, onder Palestijns bestuur met Israëlische militaire eindverantwoordelijkheid en onder Israëlisch bestuur. Over de toekomst van deze gebieden moet verder worden onderhandeld.
Volgens deze overeenkomsten is Israël dus geen bezetter in B- en C-gebied. Trouwens niet alleen volgens deze overeenkomst; Australië, Nieuw-Zeeland, Canada, de VS en alle Latijns-Amerikaanse landen kunnen met veel meer recht worden aangemerkt als bezet gebied, zoals Henk Poot terecht opmerkt.

In 2005 trok Israël zich volgens afspraak terug uit de Gazastrook, waarbij de bestaande nederzettingen werden ontmanteld. Die 'nederzettingen' namen in verhouding waanzinnig veel ruimte in beslag, maar de 'kolonisten' leefden er aanvankelijk in een goede verstandhouding met hun Arabische buren. Die kolonisten waren (en zijn) idealisten; voor hen is het wonen in een omstreden gebied in Israël een soort heilige oorlog, maar dan geweldloos. Geweld was er wél nodig toen het Israëlische leger hen uit hun woonplaats verdreef. Gevolg: de Palestijnen zagen dit gebaar van Israël als teken van zwakte en begonnen met raketbeschietingen die tot op vandaag voortduren.
Ook werden er enkele 'nederzettingen' ontruimd in Judea en Samaria, maar nu de PLO de belofte het terrorisme te bestrijden niet nakomt moedigt de Israëlische regering het stichten van nieuwe 'nederzettingen' veeleer aan.

"Nederzettingen" schrijf ik bij voorkeur tussen enkele aanhalingstekens, en met reden. Feitelijk is het namelijk een onjuiste benaming, argumenteert De Blois: de bezitsstatus van het gebied waarin de 'ondeugende' joden zich vestigen is onbepaald en het behoort bovendien bij het oorspronkelijke Mandaatgebied. Hij schrijft:
Het is gelet op de geschiedenis wel bijzonder bitter dat het IGH van Israël verlangt om de vestiging van Joden in de omstreden gebieden, inclusief het oostelijk deel van Jeruzalem, te verbieden en deze gebieden daarmee Judenrein te maken.
En jurist Andrew Tucker stelt:
De suggestie dat het doorgaande nederzettingenbeleid in strijd is met het internationaal recht, is complete onzin. Als je dat zo zegt, maak je het feitelijk onmogelijk voor Joden in Oost-Jeruzalem, Judea of Samaria te wonen. De argumentatie geeft steun aan de Palestijnse eisen om Joden te verwijderen uit een nieuwe Palestijnse staat. En dat is niets anders dan een vorm van ethische zuivering – duidelijk iets dat ingaat tegen de basale Europese wetten en waarden.

Eén ding is er echter wél onwettig, en dat is het nederzettingenbeleid van de EU. De PLO en de Europese Unie bouwen, met steun van buitenlandse hulporganisaties en de VN, sinds een paar jaar huizen voor Palestijnse nomaden op de Westoever. Dit vindt evenals de bouw van Joodse 'nederzettingen' plaats in de dunbevolkte, merendeels door Joden bewoonde C-gebieden. Van wie die gebieden ook zijn, in elk geval niet van de EU. Het creëren van een Nederlandstalig gebied in Wallonië zou niet brutaler zijn. Wim Kortenoeven stelt: "Dit is niet alleen een onvoorstelbaar brutale inmenging in Israëlische zaken, het is ook een flagrante schending van de Oslo-akkoorden door een direct betrokkene (de EU is immers mede-ondertekenaar).”
Daarenboven is het onetisch doordat het bedoeïenen dwingt hun oorspronkelijke nomadische leefwijze op te geven.
Als het zo moet zal het nog lang duren eer er vrede komt.

maandag 2 januari 2017

Jood onder de naties (10): Twee staten?

De oplossing voor de crisis, daarover zijn nagenoeg alle Europese politici en waarnemers het eens, ligt in een twee-statenplan. De Gazastrook plus de 'Westoever' voor een Palestijnse staat, de rest voor Israël. Dan zou er eindelijk vrede komen. Denk je?

Klik voor d'aardigheid eens op de volgende snelkoppeling. Dan vind je kaartjes van 'West-Palestina' met Palestijns gebied donkergroen en Israëlisch gebied wit. Gekleurde kaartjes. Groen is goed, zoals je weet; witte gebieden op een kaart wil je niet. Vooral niet als je weet dat daar wrede Israëli's de scepter zwaaien terwijl de arme Palestijnen onder de vreselijkste omstandigheden worden teruggedrongen in een paar propvolle, schandalig kleine hoekjes… Het vereist enige kennis om de onjuistheid van die kaartjes aan te tonen.
In het boek Israël: een staat ter discussie? van dr Matthijs de Blois staan andere, ongekleurde kaartjes. Daar zie je de grootteverandering van Israëlisch grondgebied. Eerst is daar het koninkrijk van Davied en Sjêlómo (tiende eeuw voor Christus): groter dan nu, terwijl er minder mensen woonden. Vervolgens het Mandaatgebied Palestina (1922), dat ook het huidige Jordanië omvatte. Vervolgens wordt dit gebied opgedeeld in een oostelijk en een westelijk deel, met de rivier de Jordaan (juister: Jardeen) als grens (1923). Het westelijke gebied wordt vervolgens nog eens in tweeën gedeeld (verdelingsplan 1947). Daarop volgt de Onafhankelijkheidsoorlog als de kersverse staat Israël in 1948 onmiddellijk wordt aangevallen door al zijn buurstaten; als een jaar later de aanvallers afdruipen doen de wapenstilstandslijnen het volgende beeld (kaartje) verschijnen: twee gebieden, de Gazastrook en de 'Westelijke Jordaanoever', die niet onder Israëlisch gezag vallen. Dit verandert in 1967 als Israëls buurstaten opnieuw een poging doen het 'ettergezwel' weg te snijden uit de Arabische wereld; de staakt-het-vurenlijnen tonen het beeld van het laatste kaartje, dat leuk gestaan zou hebben in de groenwitte reeks: het ganse land wit, en de hele Sinaïwoestijn plus het oostelijk deel van de Golanhoogvlakte bovendien.

Dat mandaatgebied, wat was dat eigenlijk? Na een aanzet van de Franse minister van buitenlandse zaken, Jules Cambon, kwam in datzelfde jaar 1917 de Britse minister Lord Balfour met een plan om in het door Groot-Brittannië beheerde deel van Midden-Oosten een Joods Nationaal Tehuis te stichten, met godsdienstvrijheid voor alle inwoners. Dit werd vormgegeven in het mandaatgebied, met steun van de Franse regering. Wel werd al snel de Golan door de Britten overgedragen aan de Fransen en werd vervolgens het gebied ten oosten van de Jordaan buiten het Joods Nationaal Tehuis geplaatst; maar zoals De Blois stelt kunnen de Joden juridisch gezien nog altijd aanspraak maken op het hele mandaatgebied.
Voor het westelijke gebied werd in 1937 om de Arabieren een gunst te doen een nieuw verdelingsplan opgesteld, maar juist de Arabieren reageerden woedend: het land was dar al-islam en mocht niet worden verdeeld. Ze belegden in Bloudan (Syrië) een pan-Arabisch congres waarin werd uitgesproken dat geheel Palestina voor eeuwig Arabisch moest blijven en immigratie van Joden moest worden gestopt (door middel van jihad). Dit werd nog eens dunnetjes overgedaan op een topconferentie in Khartoem (1967), de vierde conferentie van de Academy of Islamic Research in Caïro (1968) en conferenties in Teheran (1991 en 2001).

De Balfour-verklaring vond zijn aanleiding in de ondergang van het Ottomaanse Rijk in de Eerste Wereldoorlog, waarop Engeland en Frankrijk in het geheim het Midden-Oosten onder elkaar verdeelden (Sykes-Picotverdrag). Alleen jammer voor Abdoellah bin Hoessein dat Transjordanië de enige beloning was die hij kreeg voor zijn opstand tegen het Ottomaanse rijk. En spijtig voor de Palestijnen dat ze nu wel een eigen staat hebben (Jordanië) maar geen eigen koning; het Hasjemitische koningshuis is immers van Saoedische afkomst. Het is voorlopig niet anders. Hoessein moet Palestijnen toelaten in zijn regering en de Palestijnen moeten daarop aandringen bij de internationale gemeenschap. Het gaat niet aan om oorlog te maken met Israël om de Joden te straffen voor fouten van anderen.
Want als Jordanië ‘geen Palestina’ is, dan is Israël (inclusief de Westelijke Jordaanoever) dat zéker niet, schreef ene Adam een paar jaar geleden naar aanleiding van een bericht dat Jordanië duizenden Palestijnen hun staatsburgerschap ontnam.

Franse Joden (om maar wat te noemen) kunnen kiezen: in 'onvrijheid' onder Frans bestuur, of in een eigen staat – Israël. Israëlische Palestijnen kunnen kiezen: in 'onvrijheid' onder Israëlisch bestuur, of in een eigen staat – Jordanië. Als de Jordaanse regering dat niet wil moet het probleem door de internationale gemeenschap niet op Israël worden afgeschoven. Maar ja, een boycot op de Arabische wereld is schadelijk voor de eigen portemonnee.
Bovendien ontbreekt bij de media gewoonlijk elk inzicht in de religieuze dieptedimensie van het Midden-Oostenconflict en begrijpt men niet dat echte moslims nooit met een joodse staat in het Midden-Oosten genoegen zullen kunnen nemen. (W.J. Ouweneel)

Twee staten? Die zijn er: Israël en Jordanië. Ieder stuk grond van Israël dat aan Palestijnse Arabieren wordt gegeven zou maar een tussenstap zijn, want zoals gezegd (deel 7) beschouwt een echte moslim verdragen als een tijdelijke noodoplossing en tussenfase, en wil minstens de helft van de Palestijnse bevolking die tussenstap geeneens. Palestijnse landkaarten in schoolboeken geven dan ook het gebied weer als bestond er geen 'Zionistische Entiteit'.

Nog even terug naar de gekleurde kaartjes. Ik las daarbij het volgende treffende commentaar:
De huidige situatie is in feite de eerste eerlijke kaart. Het Palestijnse land dat erop is gemarkeerd, is niet geslonken, zoals de kaarten suggereren, maar is in feite het eerste Palestijnse land dat bestaat, en wel vanwege Israëls bereidwilligheid om, ter wille van een vrede die niet zou komen, compromissen te sluiten. (Israël Actueel nov. 2016)
Israël geeft omwille van de vrede land terug – zelfs grote delen van het bijbelse hartland Judea en Samaria –, op het waaghalzerige af; Arabieren zouden dat nooit doen. Ik vind het persoonlijk dan ook verstandig van de huidige regering voorlopig af te zien van nieuwe grondconcessies. En al met al, ondanks de kritiek die dat standpunt destijds opleverde, ben ik nog steeds van mening dat het het beste zou zijn als heel 'West-Palestina' (misschien met uitzondering van de Gazastrook) onder Israëlisch beheer zou staan.

maandag 26 december 2016

Jood onder de naties (9): Rechts(on)gelijkheid

Lastige vraag: zijn Joden en Arabieren gelijkwaardig? Misschien zeg je: natuurlijk, alle mensen zijn gelijk. Maar hoe moet je dan duiden dat een door Hamas-leden ontvoerde jonge Israëlische reservekorporaal, Gilad Sjalit, in 2011 werd geruild tegen 1027 Palestijnen? Is een Jood 1000 keer zo veel waard als een Palestijn?
In elk geval is er een verschil tussen de doodscultus (zie deel 7) in fundamentalistisch-Arabische kringen en de grote plaats die het begrip "chaj" (= "leven") inneemt in de Israëlische samenleving (wat weerspoken wordt door het in de Inleiding genoemde hoge abortuscijfer, maar dat terzijde).

Volgende vraag: zijn Joden en Arabieren wettelijk gelijk? Laten we de kwestie van twee kanten bekijken.

A)     Arabieren in Israël
Israël is een democratische rechtsstaat; dat het nog geen grondwet heeft doet daar niets aan af. De rechtsgelijkheid van alle burgers ligt verankerd in de Onafhankelijkheidsverklaring en fundamentele wetten en bijvoorbeeld het feit dat Israël partij is bij de belangrijkste internationale mensenrechtenverdragen. Ook godsdienstvrijheid is wettelijk gegarandeerd. De Israëlische rechterlijke macht toetst de praktijk voortdurend aan de wet. Zo hebben ook Arabieren in Israël volledig staatsburgerschap met alle rechten van dien, zoals afvaardiging in het parlement.
Toch is de praktijk weerbarstig. Hoewel je van Joden, die voortdurend in de geschiedenis waar ook ter wereld zijn achtergesteld of onderdrukt, zou verwachten dat ze op hun beurt vriendelijk zouden zijn voor de Arabieren met wie ze samen in het land wonen, worden Arabische Israëliërs vaak achtergesteld en is hun gemiddelde levensstandaard beduidend lager dan van Joodse Israëliërs. Ook Messiasbelijdende Joden en christelijke scholen ondergaan dit lot.

B)     Joden onder Arabisch bewind
De meeste, zo niet alle, islamitische staten kennen geen democratie, geen godsdienstvrijheid en geen rechtsgelijkheid voor niet-moslims. Zo bezaten Joden in het Midden-Oosten de eeuwen door een zogenaamde dhimmi­-status: gedoogd, maar ondergeschikt en onderworpen aan Arabische heerschappij. Als het nodig is in het kader van de Heilige Oorlog kunnen zulke dhimmi's zonder bezwaar worden vermoord, zoals de geschiedenis heeft uitgewezen. Denk ook aan de Farhud, het bloedbad in Bagdad in 1941.
In de praktijk blijkt die ondergeschikte positie in veel sterkere mate dan de achterstelling die sommige Arabische Israëli's ervaren. Veel Arabische dorpen in Israël zijn min of meer verboden gebied voor Joden. Ook christenen kunnen ongestraft worden vernederd of aangevallen, zoals zij ervaren in Gaza, Bethanië (al-Azariye) en Beeth-Lechem (Bethlehem, Bayt Lahm). Dit is namelijk precies de status die christenen vandaag de dag in de Palestijnse gebieden hebben. En dat is de reden waarom zij veelal sterk tegen Israël zijn: ze willen in een goed blaadje komen bij hun mohammedaanse bazen. De Aramese christen Shadi Khalloul analyseert het als volgt:
De Palestijnse Autoriteit en andere Arabisch-islamitische regimes zijn slim genoeg om deze zwakte op te merken. Ze bedenken activiteiten, betalen salarissen en richten anti-Israëlische christelijke dhimmi-organisaties op, zodat westerse christenen geloven in de 'Palestijnse zaak'. Met dat laatste bedoelen ze de oprichting van nog een Arabisch-islamitische dictatuur zonder mensenrechten. Hun methode is om christenen tijdelijk te gebruiken en ze op te zetten tegen hun Joodse broeders. (…) De westerse democratische wereld en ook de kerken zouden zich bewust moeten zijn van deze methode. (…) Israël is niet het probleem; Israël is de oplossing.

Nu hebben die dhimmi's, na precies 1310 jaar, ineens de rollen omgedraaid, een staat gesticht en de overwinning behaald in daaropvolgende oorlogen. Onverteerbaar! Daar ligt de tweede oorzaak van de buitensporige jodenhaat van Arabische en Perzische moslims en de hernieuwing van het moslimfundamentalisme, zoals door Ouweneel en Jansen (zie deel 7, voor de eerste reden) is aangetoond. Dit is een geweldige vernedering voor trotse Arabieren, en bovendien wanorde stichtend in de door Allah gewilde (rechts)orde. Een Arabische schrijver (Sabri Abu’l-Majd) zegt het zo:
De trotse geest van de Arabische moslims heeft achtereenvolgens de Ottomaanse en de Britse bezetting kunnen verdragen, omdat Turkije en Groot-Brittannië grote, machtige staten zijn met geweldige legers. Maar de trotse Arabische geest kan niet de bezetting verdragen van Palestina door Joden, dat wil zeggen door gangsters, die uit de vier hoeken van de wereld kwamen aanstormen en die geen andere wet kennen dan die van de jungle.

Het verschil in rechtsgelijkheid is als volgt samen te vatten: Arabieren onder Israëlisch bewind hebben volledig staatsburgerschap (hoewel ze in de praktijk soms worden achtergesteld); Joden onder Arabisch bewind hebben een achtergestelde positie (hoewel ze in de praktijk soms worden vermoord).


Vrede op aarde?

maandag 19 december 2016

Jood onder de naties (8): Jerusjaleem [b]

Volgend jaar wordt het 50-jarig jubileum gevierd: Jeroesjalajiem is sinds 1967, toen de Jordaanse bezetter werd verdreven, weer Israëls ongedeelde hoofdstad – op de Tempelberg na. De tempel die er stond werd verwoest, de eerste door de Babyloniërs en de tweede door de Romeinen. En nu is het door koning Herodes vlak gemaakte Tempelplein in beheer bij een islamitische waqf, zijn tien van de elf poorten die er toegang toe geven bestemd voor mohammedanen, is het voor joden en christenen verboden er te zingen of te bidden en zijn de moskeeën streng verboden terrein voor niet-moslims. Alleen aan de randen van het Tempelplein worden joden geduld.
Het enige overblijfsel van het tempelcomplex na de verwoesting door de Romeinen is de lager gelegen Westelijke muur die het Tempelplein aan die zijde afsluit. Deze muur, de Klaagmuur (haKotel) is eeuwenlang het belangrijkste bedevaartsoord geweest voor joden. In 1947 ontzegde Transjordanië joden de toegang tot deze muur; pas toen in 1967 de Jordaanse bezetting werd verdreven konden joden en anderen er weer bidden, klagen en feestvieren, wat dan ook door tallozen wordt gedaan. Ook moslima's mogen er bidden.

Moslims, voor wie de stad vanwege de Tempelberg de derde is in heiligheid, hebben alleen al op het Tempelplein minstens drie heiligdommen. De joden, voor wie het de heiligste stad is, hebben er slechts een muur. Maar de joden zijn toch rotzakken, nietwaar?
Intussen is onder gezag van de waqf in de Tempelberg al jaren een verwoestingsactie gaande van historisch erfgoed uit de tijd van de eerste en de tweede tempel, om elk spoor van het Joodse verleden uit te wissen. Ouweneel schreef daarover reeds in 2002: "Dit verwoestende werk is nu al zo ver gevorderd dat Palestijnse 'historici' thans openlijk durven beweren dat er op de tempelberg nooit een joodse tempel heeft gestaan…"
En ze vinden weerklank. In oktober dit jaar bracht UNESCO de gemoederen in beweging door het Tempelplein – Al-Haram al-Sharif ­– te bestempelen tot uitsluitend islamitische heilige plaats. De Klaagmuur wordt genegeerd en het plein ervoor heet "Al-Buraq Plaza" naar het dier waarop Mohammed zijn nachtelijke reis zou hebben gemaakt. Volgens UNESCO is Israël de bezettende macht van Al-Sharif en vormt het een bedreiging voor de islamitische heiligdommen. Netanjahoe was woest: "Het Unesco-theater van absurditeiten blijft voortduren. (…) Zelfs wanneer ze de Bijbel niet lezen, zou ik willen voorstellen dat Unesco-leden een bezoek brengen aan de boog van Titus in Rome" waar te zien is hoe legionairs de menora uit de tempel wegvoeren. "Binnenkort zal Unesco beweren dat Titus zich bezighield met zionistische propaganda. (…) Door deze absurde beslissing heeft Unesco het kleine beetje legitimiteit dat het nog had verloren. Ik geloof echter dat de historische waarheid sterker is en dat de waarheid zal zegevieren."

Voor islamitische fundamendalisten is er echter een andere waarheid. De jonge Gazanen in het oefenkamp, opgehitst door de woorden waaruit de aanhef van deel 7 kwam wordt voorgehouden dat het hoofddoel van de jihad de bevrijding is van al-Qoeds, met de belofte dat de andere Arabische staten hen dan te hulp zullen komen. Maar geloof mij, dat is een ijdele hoop; lees deel 5 van deze reeks.
IJdel of niet, de oorlog gaat onverminderd voort, ook de propaganda-oorlog. Door het succes overmoedig geworden hebben Palestijnen nu bij UNESCO een balletje opgegooid omtrent de Dode-Zeerollen; misschien kunnen die ook wel aan Israëls erfenis worden ontfutseld. Wie niet waagt, die niet wint.


maandag 12 december 2016

Jood onder de naties (8): Jerusjaleem [a]

De heilige oorlog richt zich in de eerste plaats op het Heilige Land – heilige grond voor moslims en joden, met als onbetwist heiligste plaats de hoofdstad Jeroesjalajiem, of verkort: Jerusjaleem, dat weer vernederlandst is tot Jeruzalem. Jerusjalajiem! Stad van goud, van brons en van licht; de meest bezongen stad op aarde.
Op die stad richten zich de pijlen en speerpunten.

Lang geleden werd de stad gesticht door Jeboesieten, een Kanaänitische stam. Na de verovering van Kêna'an door de Israëlieten bleven zij de stad bezetten; pas koning Davied, de beroemdste koning van het oude Jisraëel, slaagde er in 1004 v. Chr. in de stad te veroveren. Sindsdien is het de hoofdstad geweest van Jisraëel of het zuidelijke rijk daarvan (Jêhoeda of Twee-stammenrijk, 922-538 v. Chr.). Wel was het nogal eens onderworpen aan de opperheerschappij van vreemde heersers; rond het begin van de jaartelling was dat het Romeinse rijk, dat enkele opstanden neersloeg, in 70 n.Chr. Jerusjaleem veroverde en in 135 de Joden definitief onterfde. In 614 kwam de stad in handen van Perzen, in 629 van Byzantijnen, werd in 637 veroverd door Arabieren – die de beide beroemde moskeeën op de Tempelberg bouwden, de Rotskoepel en de Al-Aqsamoskee ­–, in 1071 door Turkse Seltsjoeken, in 1099 door kruisvaarders, in 1187 door de Koerdische generaal Saladin, in 1244 door de Ajjoebiden, in 1260 door de Mammelukken, in 1517 door de Ottomanen. Dit rijk hield stand tot in de Eerste Wereldoorlog.

Jeroesjalajiem! De op twee na heiligste stad voor moslims, de heiligste stad voor joden en christenen. Waarom is juist deze stad zo bijzonder?
F     Voor moslims is al-Qoeds (= de Heilige) heilig vanwege de overlevering dat Avraham zijn zoon hier moest offeren, en vanwege de rots in de Rotskoepel op de Tempelberg. Hoewel de stad in de Koran niet wordt genoemd zou er in soera 17:1 op worden gezinspeeld in woorden over een nachtelijke reis naar de hemel die Mohammed volgens de islam heeft gemaakt vanaf deze plek. De Rotskoepel is dan ook gebouwd op de enige plek in de stad die er voor moslims echt toe doet. Mohammed droeg zijn volgelingen aanvankelijk op te bidden richting al-Qoeds. Wel is het zeer de vraag of het in soera 17 genoemde Uiterste Bedehuis wel op al-Qoeds kan doelen, aangezien er daar in die tijd nog geen bedehuis bestond. Ook hebben door de eeuwen heen verreweg de meeste kaliefs en sultans zich nauwelijks om Jeruzalem bekommerd, zoals Ouweneel opmerkt. Pas nadat de Tempelberg in 1967 door de Israëli's werd heroverd legden de Palestijnen er plotseling grote belangstelling voor aan de dag.
F     Voor joden en christenen is Jeroesjaleem heilig vanwege de Tempelberg, hoewel het begrip “heilige plaats” in het christendom omstreden is. Volgens meerdere bijbelteksten heeft God die plek aangewezen als de plek op aarde waar Hij wilde wonen. De hemelse God Zelf, Die een plekje op aarde als Zijn eeuwige woonplaats aanwijst…! Dan moet die plek wel een "heiligheid der heiligheden" zijn. Koning Sjêlómo (Salomo) bouwde daar in opdracht van Jahweh een tempel; vandaar de naam "Tempelberg" voor de heuvel die (volgens de overlevering) oorspronkelijk Moria heette en nu Tsion – waar het woord "zionisme" op doelt: "volgend jaar in Jeruzalem" is al vele eeuwen de nieuwjaarswens van Joden waar ook ter wereld. En wat de christenen betreft: in deze stad is Jesjoea' (Jezus) gekruisigd en opgestaan; en Jeruzalem staat symbool voor de stad (gemeente?) die God zal stichten aan het einde der tijden, Het Nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21).
F     Volgens alle drie de monotheïstische wereldgodsdiensten is Jeroesjaleem/ de Tempelberg de plaats waar het Laatste Oordeel zal worden voltrokken.


maandag 5 december 2016

Jood onder de naties (7): Heilige oorlog

“Laat mij jullie feliciteren met de komende overwinning en de vernietiging van Israël. (…) Studeer, oefen, word deskundig en vindingrijk, met de hulp van Allah. De strijd zal jullie strijd zijn, de Jihad jullie Jihad. Palestina is jullie land, de Islam is jullie godsdienst en Allah is jullie God. De boodschapper is jullie rolmodel en de Koran is jullie grondwet. Jullie zijn geplant door Allah en daarom zullen jullie de vijanden van Allah oogsten in de komende strijd. Wij bidden Allah om martelaren en leiders uit te kiezen uit jullie midden, niet alleen in Palestina maar over heel de planeet Aarde, zodat de roep om Jihad zich zal verspreiden over de hele wereld!”

Wie de orthodoxe islam een beetje kent verbaast dit niet. Het gaat hier niet om een gewone oorlog of guerrilla, maar om een godsdienstoorlog, in elk geval voor het mohammedaanse kamp. Dit is een belangrijke notie die door de gangbare media gemist wordt, waardoor zij een vertroebeld zicht hebben op het Palestijns-Israëlische conflict. Hoewel gematigde moslims de gewelddadige kant van de islam verdoezelen, afzwakken of ontkennen, zeggen deskundigen dat oorlog een wezenlijk bestanddeel is van de ware islam, althans een letterlijke lezing van de Koran (Quran). Enkele trekken die in het conflict van belang zijn:
A     Een moslim kan alleen zeker zijn van het heil als hij sterft "op de weg van Allah", als martelaar in de heilige oorlog, de jihad (dzjihaad). Het gevolg is een doodscultus waarin zelfmoordterrorisme wordt bewierookt.
A     Het woord "islam" is Arabisch voor "onderwerping" of "overgave". Volgens een wijdverbreide misvatting zou het "vrede" betekenen, maar dat is een misleiding: het Arabische woord voor "vrede" is "salaam", afgeleid van een andere woordstam. Deze onderwerping heeft twee kanten: de overgave van het individu aan de wil van Allah, en de onderwerping van de ongelovigen aan de islam. Nu nog is de wereld verdeeld in twee gebieden, het "huis van de islam" (dar al-islam) en het "huis van oorlog" (dar al-harb). Pas als alle mensen moslim zijn geworden zal de wereld "huis des vredes" (dar al-salam) zijn…
A     "De boodschapper is jullie rolmodel" – Twee jaar nadat Mohammed een verbond had gesloten met de Korasj viel hij deze stam aan en vernietigde die. Moslims zijn dan ook niet verplicht zich te houden aan een overeenkomst gesloten met niet-moslims, sterker nog: overeenkomsten die de vervulling van de islamiseringsmissie in de weg staan moeten worden gebroken zodra de kans zich voordoet. De hoogste islamitische rechtsgeleerde van Jordanië zei in 1968: "Vredesbesluiten zijn slechts toegestaan om in tijden van zwakheid kracht te verzamelen voor komende conflicten. De heilige oorlog moet de basis van de betrekkingen tussen moslims en niet-moslims zijn."
A     Willem Ouweneel schreef het al en Hans Jansen heeft het in zijn boek onomstotelijk bewezen, dat een echte (Arabische) moslim nooit genoegen zal nemen met de Joodse staat, alsmede de twee redenen waarom dat zo is. Eén van die twee redenen is de volgende: grond die ooit heeft behoord tot dar al-islam is heilige grond die nooit mag worden opgeofferd. Het land Palestina is, aldus de islamitische traditie, sinds 638 eigendom van Allah; uit handen geven daarvan is heiligschennis, die Allah niet zal toestaan. En toch werd daar in 1948 een Joodse staat gesticht! Dit kan niet anders dan toegelaten zijn omdat zovele moslims de zuivere islam hadden verlaten… Onbedoeld gevolg was dan ook een herleving van het moslimfundamentalisme.

En van de kant van Israël? We zagen al dat de geschiedenis van Jisraëel is verweven met de Bijbel/ de Tanach; maar ook dat het zionisme een seculiere beweging was, wat Theodor Herzl, de grondlegger van het zionisme, zelf schrijft.
Toch zijn er Joden voor wie het wel degelijk gaat om een heilige oorlog. Zo is er een rabbijn die gebed gebruikt als wapen tegen terroristentunnels; met succes, naar het schijnt.
Om het nog ingewikkelder te maken is er ook de gespannen verhouding tussen joden en christenen, de afgelopen tweeduizend jaar. Dit heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de goedkeuring die Europese landen gaven aan de stichting van Israël: het inlossen van een collectieve schuld.

De reden voor het Israëlische leger om paraat te staan, zou je kunnen zeggen, heeft alleen te maken met bescherming van de Israëlische burgers, maar de reden waarom de Joden juist naar Palestina zijn gegaan had een historische reden met een voor velen geestelijke dimensie: in dít land moet de Masjiach (Messias) (terug)komen, aldus de oude profeten, en daar moet Hij dan ook worden verwelkomd door Zijn eigen volk. Dit is de reden waarom Joden vanuit de hele wereld naar dit door moordaanslagen en oorlogsdreiging geteisterde land stromen; en dit is de reden waarom vele 'kolonisten' juist kiezen voor het wonen in één van de gewraakte 'nederzettingen': die grond maakt deel uit van het Beloofde Land. De profeten zijn er echter duidelijk over: Jahweh kan pas in gunst op Zijn volk neerzien (en de Masjiach zenden) als het zich bekeert (in dat opzicht kan het een voorbeeld nemen aan de omringende Arabieren, van wie de meesten hun godsdienst ernstig nemen). Pas na tesjoeva tot Jahveh en Zijn Gezalfde – Jesjoea' ben Davied – kan Jisraëel weer volledig rekenen op Gods gunst en aanspraak maken op het Beloofde Land.


maandag 28 november 2016

Jood onder de naties (6): Terrorisme

Wie in een guerrilla bewust burgers vermoordt is een terrorist; "of hij nu een Jood of een Palestijn is," voegt Ouweneel eraan toe. Inderdaad, ook Joodse terroristen bestaan, of althans hebben bestaan, voorafgaand aan en rond de stichting van de staat Israël. De Irgoen, de Stern Gang en Lechi hebben moorden op hun geweten.
Maar voor vriend en vijand is duidelijk dat verreweg de meeste terroristische aanslagen op Israëlisch grondgebied in de twintigste en eenentwintigste eeuw het werk zijn van Palestijnse Arabieren. Messenaanvallen, bomaanslagen, geen middel is ongeoorloofd. Het is dan ook merkwaardig, zo niet verdacht, dat het Europese Hof van Justitie voorstelt Hamas van de lijst van terreurorganisaties te halen. Zelf zijn Palestijnse terroristen het niet eens met deze benaming, omdat ze menen bezig te zijn met een heilige oorlog; daarover volgende week. Maar ook een Palestijnse journalist, Abu Toameh, uitte kritiek op het Europese voorstel.

In deel 3a kwamen we al tot de slotsom dat Israël zich beijvert om zo veel als mogelijk is het internationaal oorlogsrecht (zoals vastgelegd in de Geneefse conventies) na te leven in acties tegen Palestijnse agressie. Het moet wel, want de hele wereld bekijkt Israël met argusogen. Terroristische organisaties als Hamas daarentegen zijn er juist op uit het onderscheid tussen combattanten (strijders) en non-combattanten (burgers) zo veel mogelijk te verdoezelen en burgers te gebruiken als menselijk schild – zelfs ziekenhuizen zijn niet veilig. Overal vandaan worden raketten afgeschoten richting Israël en worden zelfmoordterroristen opgeroepen zich midden in Jeruzalem of een andere drukke plek op te blazen. Begrijpelijk dat Israël een veiligheidsbarrière bouwt om dat gevaar in te dammen. Het zou het niet doen als het niet nodig was, want het kost een vermogen, zeker nu het langs de grens met de Gazastrook ook ondergronds moet, om tunnelgravers te dwarsbomen. Tja, die tunnels… het lijkt misschien kinderspel, maar het is bittere ernst. Regelmatig stort zo’n tunnel in terwijl eraan gewerkt wordt, met doden als gevolg – dat is voor het goede doel, moeten we maar denken.
Israël maakt terecht en rechtmatig gebruik van zijn recht op zelfverdediging tegen een gewetenloze vijand, concludeert rechtsgeleerde Matthijs de Blois. Hij schrijft:
Hoe lang zou Israël zijn bevolking in angst moeten laten leven, voor een vijand die op geen enkele wijze ook maar de meest elementaire regels van het oorlogsrecht wil respecteren? Zou Israël zich pas mogen verweren wanneer de raketten op grote schaal ‘succesvol’ zouden zijn?

Officieel duurde de Eerste Intifada (het woord betekent "afschudden" of "opschudding") van 1987 tot 1993 en de Tweede Intifada van 2000 tot 2005. Maar in de praktijk gaan de aanslagen door; autobommen en bomgordels, en de afgelopen jaren vaak messen om in te steken op willekeurige voorbijgangers, vandaar "messenintifada". Gewoon in je winkel op het dorp – overal kun je onverwacht worden neergestoken. Abbas noemde het vorig jaar "vreedzaam verzet"; zou hij bij die term net als ik denken aan iemand als Gandhi? Enkele cijfers. In een periode van 5 maanden in 2015 hebben Palestijnse terroristen Israëli's aangevallen bij
-          29 aanslagen met explosieven
-          41 keer met een auto inrijden op publiek
-          81 schietpartijen
-          201 steekpartijen
-          228 aanslagen met molotovcocktails of granaten
-          1002 stenengooi-incidenten
Bij elkaar dus binnen een half jaar 1582 aanslagen waarbij in totaal 34 doden en 394 gewonden vielen. Van Palestijnen kun je in zo'n geval nog meer meeleven verwachten dan van de VN, zoals de man van de vermoorde Dafna Meir ondervond.
Sterker nog: terroristen worden bewonderd en beloond; niet alleen door medeterroristen, maar ook door de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse nieuwsdienst; en zelfs kunnen ze worden voorgedragen om, net als destijds Yasser Arafat, de Nobelprijs voor de vrede te ontvangen (Marwan Barghouti).
Een Palestijnse politica noemt vrouwelijke terroristen als Rim al-Riyashi een rolmodel. Op een jeugdkamp van Hamas, waar jongens worden klaargestoomd voor doodsverachtende jihad, wordt haar daad verheerlijkt. Tevens wordt geopperd hier in het vervolg ook meisjes voor op te leiden – een verdubbeling van het potentieel.

Palestijnse fundamentalisten investeren liever in raketten dan in voedsel en een goed onderkomen voor het arme deel van de bevolking van met name Gaza. Hoewel die raketten zelden doel treffen en dus een vorm van kapitaalvernietiging lijken bereiken ze hun doel toch: angst (de letterlijke betekenis van "terror", "terreur") en oorlogsmoeheid in Israël. De armoede van de Gazanen werkt bovendien zeer doeltreffend in de propaganda-oorlog.

maandag 21 november 2016

intermezzo - Herfst

Alvorens ons vast te bijten in de echt zware kost even iets anders, ter verstrooiing…

Soms heb je het gevoel dat het leven eindeloos lang duurt, soms dat het zo voorbij is; dat laatste waarschijnlijk het meest in de herfst. De herfst benadrukt namelijk de vergankelijkheid van het leven en daarbij voelt vrolijkheid misplaatst. Deze week een gedicht (uit Schaduw van de werkelijkheid), getiteld
Herfst in het park

nog even – kort als het leven – verdord is het blad
de regen, in 't voorjaar een zegen, maakt nu alles nat
zwammen verdwijnen zo snel als ze komen
kaal zijn de bomen

het water maakt niet zoveel later de bruggetjes glad
vaalgrijze wolken bevolken de sombere lucht
ik zucht
en dwarrelend vallen op de paadjes
de laatste blaadjes