maandag 28 november 2016

Jood onder de naties (6): Terrorisme

Wie in een guerrilla bewust burgers vermoordt is een terrorist; "of hij nu een Jood of een Palestijn is," voegt Ouweneel eraan toe. Inderdaad, ook Joodse terroristen bestaan, of althans hebben bestaan, voorafgaand aan en rond de stichting van de staat Israël. De Irgoen, de Stern Gang en Lechi hebben moorden op hun geweten.
Maar voor vriend en vijand is duidelijk dat verreweg de meeste terroristische aanslagen op Israëlisch grondgebied in de twintigste en eenentwintigste eeuw het werk zijn van Palestijnse Arabieren. Messenaanvallen, bomaanslagen, geen middel is ongeoorloofd. Het is dan ook merkwaardig, zo niet verdacht, dat het Europese Hof van Justitie voorstelt Hamas van de lijst van terreurorganisaties te halen. Zelf zijn Palestijnse terroristen het niet eens met deze benaming, omdat ze menen bezig te zijn met een heilige oorlog; daarover volgende week. Maar ook een Palestijnse journalist, Abu Toameh, uitte kritiek op het Europese voorstel.

In deel 3a kwamen we al tot de slotsom dat Israël zich beijvert om zo veel als mogelijk is het internationaal oorlogsrecht (zoals vastgelegd in de Geneefse conventies) na te leven in acties tegen Palestijnse agressie. Het moet wel, want de hele wereld bekijkt Israël met argusogen. Terroristische organisaties als Hamas daarentegen zijn er juist op uit het onderscheid tussen combattanten (strijders) en non-combattanten (burgers) zo veel mogelijk te verdoezelen en burgers te gebruiken als menselijk schild – zelfs ziekenhuizen zijn niet veilig. Overal vandaan worden raketten afgeschoten richting Israël en worden zelfmoordterroristen opgeroepen zich midden in Jeruzalem of een andere drukke plek op te blazen. Begrijpelijk dat Israël een veiligheidsbarrière bouwt om dat gevaar in te dammen. Het zou het niet doen als het niet nodig was, want het kost een vermogen, zeker nu het langs de grens met de Gazastrook ook ondergronds moet, om tunnelgravers te dwarsbomen. Tja, die tunnels… het lijkt misschien kinderspel, maar het is bittere ernst. Regelmatig stort zo’n tunnel in terwijl eraan gewerkt wordt, met doden als gevolg – dat is voor het goede doel, moeten we maar denken.
Israël maakt terecht en rechtmatig gebruik van zijn recht op zelfverdediging tegen een gewetenloze vijand, concludeert rechtsgeleerde Matthijs de Blois. Hij schrijft:
Hoe lang zou Israël zijn bevolking in angst moeten laten leven, voor een vijand die op geen enkele wijze ook maar de meest elementaire regels van het oorlogsrecht wil respecteren? Zou Israël zich pas mogen verweren wanneer de raketten op grote schaal ‘succesvol’ zouden zijn?

Officieel duurde de Eerste Intifada (het woord betekent "afschudden" of "opschudding") van 1987 tot 1993 en de Tweede Intifada van 2000 tot 2005. Maar in de praktijk gaan de aanslagen door; autobommen en bomgordels, en de afgelopen jaren vaak messen om in te steken op willekeurige voorbijgangers, vandaar "messenintifada". Gewoon in je winkel op het dorp – overal kun je onverwacht worden neergestoken. Abbas noemde het vorig jaar "vreedzaam verzet"; zou hij bij die term net als ik denken aan iemand als Gandhi? Enkele cijfers. In een periode van 5 maanden in 2015 hebben Palestijnse terroristen Israëli's aangevallen bij
-          29 aanslagen met explosieven
-          41 keer met een auto inrijden op publiek
-          81 schietpartijen
-          201 steekpartijen
-          228 aanslagen met molotovcocktails of granaten
-          1002 stenengooi-incidenten
Bij elkaar dus binnen een half jaar 1582 aanslagen waarbij in totaal 34 doden en 394 gewonden vielen. Van Palestijnen kun je in zo'n geval nog meer meeleven verwachten dan van de VN, zoals de man van de vermoorde Dafna Meir ondervond.
Sterker nog: terroristen worden bewonderd en beloond; niet alleen door medeterroristen, maar ook door de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse nieuwsdienst; en zelfs kunnen ze worden voorgedragen om, net als destijds Yasser Arafat, de Nobelprijs voor de vrede te ontvangen (Marwan Barghouti).
Een Palestijnse politica noemt vrouwelijke terroristen als Rim al-Riyashi een rolmodel. Op een jeugdkamp van Hamas, waar jongens worden klaargestoomd voor doodsverachtende jihad, wordt haar daad verheerlijkt. Tevens wordt geopperd hier in het vervolg ook meisjes voor op te leiden – een verdubbeling van het potentieel.

Palestijnse fundamentalisten investeren liever in raketten dan in voedsel en een goed onderkomen voor het arme deel van de bevolking van met name Gaza. Hoewel die raketten zelden doel treffen en dus een vorm van kapitaalvernietiging lijken bereiken ze hun doel toch: angst (de letterlijke betekenis van "terror", "terreur") en oorlogsmoeheid in Israël. De armoede van de Gazanen werkt bovendien zeer doeltreffend in de propaganda-oorlog.

maandag 21 november 2016

intermezzo - Herfst

Alvorens ons vast te bijten in de echt zware kost even iets anders, ter verstrooiing…

Soms heb je het gevoel dat het leven eindeloos lang duurt, soms dat het zo voorbij is; dat laatste waarschijnlijk het meest in de herfst. De herfst benadrukt namelijk de vergankelijkheid van het leven en daarbij voelt vrolijkheid misplaatst. Deze week een gedicht (uit Schaduw van de werkelijkheid), getiteld
Herfst in het park

nog even – kort als het leven – verdord is het blad
de regen, in 't voorjaar een zegen, maakt nu alles nat
zwammen verdwijnen zo snel als ze komen
kaal zijn de bomen

het water maakt niet zoveel later de bruggetjes glad
vaalgrijze wolken bevolken de sombere lucht
ik zucht
en dwarrelend vallen op de paadjes
de laatste blaadjes


maandag 14 november 2016

Jood onder de naties (5): Wat zijn Palestijnen?

Wat zijn Palestijnen? Die vraag is haast even moeilijk als de vraag “Wat zijn Joden?” Laat me een poging wagen een definitie te geven: “Arabieren die geboren zijn in of afkomstig uit ‘West-Palestina’ zonder de Israëlische nationaliteit te bezitten.” Daarin is ‘West-Palestina’ het gebied tussen de Jordaan en de Middellandse Zee, grofweg binnen de grenzen van de staat Israël inclusief de omstreden gebieden (waarover later meer); oftewel het westelijke deel van wat ooit het Mandaatgebied Palestina was (meer hierover in deel 10). Er zijn namelijk Palestijnen die in één van de Palestijnse gebieden in ‘West-Palestina’ wonen en Palestijnen in ballingschap van wie velen, of hun ouders, zijn geboren in het huidige Israël.
De meeste Palestijnen zijn moslim, maar er is ook een christelijke minderheid. In elk geval zijn het dus Arabieren. Derhalve geen afstammelingen van de van Kreta afkomstige Filistijnen, zoals sommige Palestijnen graag beweren om de oudste rechten op het land te kunnen laten gelden nu de oorspronkelijke bewoners, de Kana’anieten, verdwenen zijn. Ook de Filistijnen zijn naar de Filistijnen.
Arabieren wonen in het gebied zo ongeveer sinds keizer Hadrianus in de tweede eeuw de (meeste) Joden uit het land verdreef en het pesterig de naam “Palestina” gaf. Die naam is nu in het Arabisch “Filastien” – de verwijzing is duidelijk, maar onjuist.

Dr. Ouweneel schrijft in zijn evenwichtige boekje Israël en de Palestijnen:
De belangrijkste reden waarom er massa’s niet-joodse immigranten naar Palestina begonnen te stromen, was dat de Joden de door de malariamug geplaagde moerassen draineerden en het land tot ontwikkeling en bloei brachten. Daarmee bezorgden zij de niet-Joden werk en welvaart – ook al antwoordden die daar vaak op met jaloezie en afkeer. Meer dan 90 procent van de tegenwoordige Palestijnen stamt uit families die pas na de eerste zionisten in het Heilige Land zijn aangekomen! De mythe van een ‘Palestijns volk’ is pas na de Zesdaagse Oorlog tot ontwikkeling gekomen, en wel als strategische factor in de strijd tegen Israël. Dit is alom bekend, maar onder andere erkend en benadrukt door de Arabisch-Amerikaanse journalist Joseph Farah. Er was nimmer een Palestijnse identiteit, een Palestijnse taal, een Palestijnse cultuur, noch een nationaal-Palestijnse geschiedenis.

Duidelijke taal. Wel is waar dat er tussen de tweede en de twintigste eeuw veel meer Arabieren (Palestijnen) dan Joden in het land woonden. Maar (Palestijnse) Arabieren zijn goed in geschiedvervalsing als het om ‘West-Palestina’ gaat; zo zouden Joden geen historische banden hebben met het land en zou Europa Palestina/Israël hebben bedoeld als jodendumpkolonie. Niet alleen Arabieren verspreiden dit soort praatjes, trouwens.

Terug naar de Palestijnen. Toen in 1948 de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak vluchtten honderdduizenden (Palestijnse) Arabieren het land uit; de meesten naar ‘Oost-Palestina’, het toenmalige Transjordanië, nu Jordanië geheten, en vormen daar nu 70% van de bevolking – deels in vluchtelingenkampen –, hoewel onder vreemde overheersing. Dat leidde in 1970 tot de bloedige Zwarte September.
Ook vluchtten vele Palestijnen naar Libanon, vooral na 1970. “Maar de grootste toename,” zo schrijft de Australische historicus John Laffin, “was op touw gezet door de Syriërs en de PLO, aangemoedigd door de Sowtjet-Unie. De extra Palestijnen werden Libanon binnengesmokkeld om een ondraaglijke last op Libanons opnamevermogen te leggen en daarmee aanleiding tot wrijving te geven. (…) Egyptische en Syrische agenten stookten de Palestijnen op [de door de Libanezen voor hen gebouwde] huizen te vernietigen. Zolang ze in nooddruftige kampen leefden, zouden ze zich gemakkelijker voor allerlei karretjes laten spannen.”
Dit is exemplarisch voor de houding van de Arabische buren ten opzichte van hun arme Palestijnse broeders en zusters. Voortdurend verdreven, in kampen gehouden, vermoord, vernederd in alle landen waar ze hoopten op een gastvrij onthaal. Lees dit artikel. Palestijnen zijn slechts goed om de kastanjes uit het vuur te halen in de strijd tegen indringer Israël. Als hen in ‘West-Palestina’ iets in de weg wordt gelegd schreeuwt de internationale gemeenschap moord en brand; als er in Syrië duizenden worden vermoord kraait er geen haan naar.

Vormt het Palestijnse volk nu een natie, al is het pas enkele decennia? Volgens het handvest van de PLO, de Palestijnse bevrijdingsorganisatie, vormt het een deel van de Arabische natie. Desondanks roepen Palestijnen en hun bondgenoten nu om zelfbeschikkingsrecht, vergetend dat dat reeds is verwezenlijkt in Jordanië, zij het nog onder een vreemd koningshuis.
Wat is dan nog het doel van de Palestijnen? Autonomie voor de omstreden gebieden is het doel voor ongeveer de helft van het aantal bewoners, maar volgens kenners willen de meesten van hen, in elk geval de leiders, op lange termijn hetzelfde als de andere helft: het hele land. De verdrijving van Israël, het Judenrein maken van Palestina is het doel van de PLO, van Hamas, van Fatah – kortom, van alle belangrijke Palestijnse organisaties, evenals van de rest van de Arabische wereld. Dr Hans Jansen, die dit in zijn boek Waarom mag Israël niet bestaan in het Midden-Oosten? duidelijk heeft aangetoond, schrijft:
Ahmadinejad vertolkte in zijn toespraken vaak keurig de heersende opvatting van wetenschappers, hoogleraren, leraren, politici, imams, juristen, journalisten, columnisten, cartoonisten en makers van radio- en televisieprogramma’s in het Midden-Oosten, dat de kleine Joodse natie geen bestaansrecht heeft en daarom moet worden vernietigd. Het is een uiterst naïeve misvatting van Europese en Amerikaanse politici te denken dat alleen terreurgroepen als Hezbollah en Hamas dit doel voor ogen staat.
Dat doel wordt jonge Palestijntjes al vroeg ingeprent. Niet alleen in hun schoolboeken wordt het bestaan(srecht) van Israël ontkend, ook op kinderkampen wordt hen duidelijk gemaakt dat ze (als ze groot zijn) daaraan dienen bij te dragen, zoals op zomerkampen van het hoofdzakelijk door westerse landen betaalde UNRWA. Dat brengt ons bij het volgende punt.


maandag 7 november 2016

Jood onder de naties (4): Wat zijn Joden?

Israël en de Bijbel

Wat zijn Joden? Die vraag stellen lijkt een open deur intrappen, want iedereen weet toch wat Joden zijn; maar het blijkt gecompliceerder.
Om te beginnen: een jood (zonder hoofdletter) is een aanhanger van de joodse godsdienst, van ultra-orthodox tot liberaal; een Jood (met hoofdletter) is iemand uit het Joodse volk. Vooral dat laatste kan ingewikkeld zijn, want hoe stel je vast of iemand tot een bepaald volk behoort? Heeft zo iemand een bepaald stofje in zijn bloed, of een bepaald gen? Dat laatste lijkt, verrassend genoeg, inderdaad op te gaan voor één Joodse familie, de afstammelingen van de vroegere priesterklasse, van wie velen de achternaam Cohen dragen. Er schijnt namelijk een Cohen-gen te zijn. Fascinerende materie, maar het voert te ver daar nu op in te gaan. Ter zake is dat de meeste Joden niet als zodanig biologisch te herkennen zijn.

De geschiedenis van de Joden begint in de Hebreeuwse Bijbel, de Tanach (het Oude Testament van de christenen). Vader Avraham, die door God uit Oer weggeroepen wordt naar Kena’an, het beloofde land. Zijn kleinzoon Ja’aqoov die vader werd van twaalf zoons die het twaalf-stammenvolk Jisraëel zouden gaan vormen en na slavernij in Egypte naar het Beloofde Land trokken (de Uittocht, Exodus, rond 1450 v. Ch.). Daar overwonnen ze de toenmalige bewoners, op o.a. de Filistijnen na, wat hen later nog duur kwam te staan: de koningen Sja’oel en Davied hebben heel wat oorlog moeten voeren met deze vechtersbazen; de kuststrook waar de Filistijnen woonden – de stedenbond van Asjdoodh, Gazaa, Asjkeloon, Gath en Ekroon – werd nooit aan Jisraëel toegevoegd, hoewel het onderdeel uitmaakte van het door God Jahveh beloofde land.
Door ongehoorzaamheid aan Hem echter werden ze eeuwen later uit het land Jisraëel verdreven en alleen de grote stam Jehoeda en de kleine stam Beenjamien keerden terug en gingen uiteindelijk Joden heten. Nadat de Romeinen in 70 na Christus de hoofdstad Jeroesjaleem verwoestten werden de Joden verstrooid over de hele wereld.
Joden hielden uitzonderlijk zorgvuldig vast aan hun tradities, wat een belangrijke oorzaak is voor het wonderbaarlijke gegeven dat er nog steeds Joden bestaan (ammonieten bestaan nog slechts als fossiel; Moabieten, Edomieten, Etrusken, Bataven en vele andere volken lijken van de aardbodem te zijn verdwenen). Desondanks vermengden ook Joden zich met andere volken, waardoor een Duitse Jood blond kan zijn, de Ethiopische Joden (Beta Israël) donkerhuidig zijn en de Indische (Benee Menashe) uiterlijk niet zijn te onderscheiden van andere Indiërs. Het is dan ook niet verwonderlijk dat vele Joden hun tradities zijn kwijtgeraakt en alleen uit overleveringen nog weten dat ze van Jisraëel afstammen; dat is het geval in streken waar veel Joden wonen, zoals Oost-Europa, maar ook in streken waar je ze misschien niet zou zoeken, zoals vele plaatsen in Afrika. Zo wonen in Zuid-Afrika en omgeving de Lemba’s, die afstammen van de priesterstam Levi; in Nigeria de Ibo’s (Igbo), die zeggen te behoren tot de stam Gad; in Ivoorkust woont (een deel van) de stam Dan, daarheen voor het oprukkende islamisme gevlucht vanuit Jemen.

Door oorlog en vervolgingen waren de meeste Joden uit het beloofde land – het gebied tussen de Middellandse Zee, de Jordaan, Egypte en de Eufraat ­– verdreven, maar toen in de negentiende eeuw het zionisme op gang kwam – genoemd naar Tsion, de heuvel waarop het oude gedeelte van Jerusjalajiem (Jeruzalem) is gebouwd – keerden steeds meer Joden terug om in wat toen Palestina heette een nieuw bestaan op te bouwen. Soms wordt hiertoe een beroep gedaan op de Bijbelse landbelofte – Jahveh heeft door de profeten beloofd het land na ballingschap weer terug te geven aan Zijn oude volk – maar het zionisme was een seculiere beweging. Was, want het zionisme als ideologische beweging is dood, zo betoogt prof. dr. Willem Ouweneel; wat rest is voortschrijdende Amerikanisering. En het land is niet van mensen, maar van God.
Sommige orthodoxe Joden zijn daarom tegen een Israëlische staat: alleen de Masjiach (Messias) komt het toe de profetische beloften in te lossen en een nieuw Israëli(ti)sch koninkrijk te stichten. Of zij daarin gelijk hebben is een moeilijke kwestie, maar Bijbels gezien kunnen de profetische beloften pas worden vervuld als Jisraëel zich bekeert. Religieuze joden vormen nu in Israël een – zij het invloedrijke – minderheid en Messiasbelijdende joden worden zelfs achtergesteld. Misschien begrijpelijk gezien de slechte herinneringen aan het christendom, maar de bekering van Jisraëel waarover ook de apostel Sja’oel (Paulus) spreekt lijkt zo nog ver weg. De profetie van Ezechiël 37 is hooguit vervuld tot het stadium van een menigte lijken. Maar dat kan veranderen. Het aantal Messiasbelijdende joden groeit; en Netanjahoe riep onlangs op de Bijbel te bestuderen: “Hiervoor moeten we ons enorm inspannen. Het is de reden waarom we hier zijn, waarom we zijn teruggekeerd en waarom we hier zullen blijven.”


maandag 31 oktober 2016

Jood onder de naties (3): Een schurkenstaat? [b]

Palestina is geen staat, dat ben ik met Nederland en de andere landen die de Palestijnse staat niet hebben erkend eens. De belangrijkste reden is dat het geen effectief centraal gezag kent, een juridische voorwaarde voor een staat; in de Gazastrook heeft Hamas (Chamaas) feitelijk de touwtjes in handen, en in het oostelijke gebied (een flink deel van het vroegere Judea en Samaria, nu de "Westoever" genoemd) heeft deels de Palestijnse Autoriteit (PA, o.l.v. Fatach), deels Israël de eindverantwoordelijkheid.
Het is maar goed dat de vele landen die Palestina als staat hebben erkend geen gelijk hebben, want dan zou het met recht een schurkenstaat zijn. Dat is een boude uitspraak, maar ik kan die onderbouwen.
Wat is een schurkenstaat? Laat me een definitie geven: "Een staat welks overheid misdadige en/ of terroristische onderdanen steunt in plaats van straft." Zoals we vorige week zagen voldoet Israël hieraan niet. Het staat echter buiten kijf dat het voor de leiding van de Palestijnen wel geldt. Dat Hamas een terroristische organisatie is, wordt alom erkend. Dat die de Palestijnen in de Gazastrook opruit tot aanslagen op Israëli's is minder bekend, maar even waar. En ook even waar is het dat de PA, ondanks dat het in het internationale spel een gunstige schijn ophoudt, in beginsel dezelfde mening is toegedaan. Hierover meer in deel 6.
Wat betreft de oorlogsmisdaden waarvan Israël wordt beschuldigd: het is duidelijk dat Hamas deze volop heeft begaan in de laatste Gaza-oorlog. Terwijl het Israëlische leger militair succes opofferde voor het voorkómen van burgerslachtoffers gebruikte Hamas burgers als menselijk schild, nota bene onder VN-dekking. Dit druist lijnrecht in tegen het internationaal oorlogsrecht. Het kan aan mij liggen, maar ík heb geen hiervan veroordeling gelezen van de kant van de PA. Vervolgens stuurt Israël cement voor wederopbouw naar Gaza, maar Hamas confisqueert meer dan negentig procent ervan voor de bouw van terroristische infrastructuur, zoals tunnels onder de Israëlische veiligheidsbarrière door.
Overigens is de bewering dat de Gazanen het slecht hebben een leugen, volgens Hamas.

Het is duidelijk dat het Palestijns terrorisme niet ophoudt zodra er een staat verwezenlijkt is, wat hoogstwaarschijnlijk het geval zal zijn met bijvoorbeeld de Koerdische PKK; volgens de Palestijnen onder leiding van Abbas is die staat er immers al, maar de aanslagen gaan onverminderd door. Het zal dan ook niet ophouden als de staat door alle landen ter wereld is erkend. Waarom dat zo is, daarover later. Eerst echter iets anders.

maandag 24 oktober 2016

Jood onder de naties (3): Een schurkenstaat? [a]

De messenintifada in het land Israël lijkt geen VN-resolutie waard. Nog geen bestraffend woord is er vernomen uit de mond van de secretaris-generaal van deze organisatie. Heel opmerkelijk eigenlijk, vooral als je bedenkt dat bij elke vermeende misstap van Israël deze club klaarstaat om de Joodse staat te veroordelen, al meer dan zestig keer. Buitenproportioneel in vergelijking met het aantal keren dat landen waar mensenrechten met voeten worden getreden, zijn veroordeeld: China, Irak, Rusland, Pakistan, Somalië, Afghanistan en nog enkele boevenstaten, allemaal nul keer. Afgaand op deze cijfers moet Israël wel een beangstigend land zijn.

Aldus Pim van der Hoff, hoofdredacteur van het blad Israël Actueel. Wie heeft er gelijk? Is Israël werkelijk een beangstigend land?

"Een Joodse staat is per definitie discriminerend." Dat is waar als "discriminerend" neutraal betekent "onderscheid makend". Onderscheid maken de meeste staten op aarde, maar dat hoeft niet verwerpelijk te zijn. Israël is oorspronkelijk juist bedoeld als Joodse staat, terwijl het een rechtsorde kent die gelijkheid en vrijheid van godsdienst garandeert voor zijn inwoners.
"Arabieren worden achtergesteld t.o.v. Joden." Dit argument snijdt meer hout. Niet dat het wettelijk zo is, maar Arabische Israëli's hebben in de praktijk vaak minder kansen en aanzien dan Joodse Israëli's. Hetzelfde geldt overigens voor Messiasbelijdende joden. Vooral de Arabieren in de Palestijnse gebieden en inzonderheid de Gazastrook hebben het moeilijk; het is echter de vraag in hoeverre Israël hiervoor verantwoordelijk is. Zelf beweren ze een eigen staat te hebben en dus zou de leiding haar eigen onderdanen een goed leven moeten bieden. Voor Hamas heeft dat echter geen prioriteit, die investeert liever in terrorisme dan in een betere levensstandaard voor de Gazanen; sterker nog: er zijn aanwijzingen dat het arm houden van de Gazanen en andere Palestijnen een weloverwogen strategie is, evenals het in stand houden van Palestijnse vluchtelingenkampen in Jordanië en Libanon.
"De veiligheidsbarrière die Israël bouwt is een schande." Daar ben ik het niet mee eens. Er zijn in de wereld wel meer van dit soort muren en afrasteringen. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk bouwen ze zelfs om economische vluchtelingen buiten de deur te houden; Israël om terroristen buiten de deur te houden. Misschien zou hier en daar meer rekening kunnen worden gehouden met de plaatselijke bewoners, maar de veiligheidsbarrière op zich is zeker geen reden Israël een schurkenstaat te noemen.
"Palestijnen die Israël binnenkomen worden onderworpen aan vernederende controles." Dit kan waar zijn, en is misschien ook terechte kritiek. Maar bedenk wel dat de voortdurende dreiging van terrorisme de Israëlische politie extra voorzichtig moet maken. Het ligt dus gecompliceerd.
"Opgepakte terroristen worden gemarteld." Of dat waar is is moeilijk na te gaan, maar kan niet worden uitgesloten. Is marteling toegestaan als je weet dat daardoor een volgende dodelijke aanslag kan worden voorkomen? Ik neig naar "nee"; maar van een afstand is dat gemakkelijk te zeggen. Israël heeft vrijwel dagelijks met dit soort dilemma's te maken. Als het soms twijfelachtige praktijken toepast is het om de eigen burgers te beschermen, niet om een dictatoriaal bewind in het zadel te houden.
"Israël beging oorlogsmisdaden in de Gaza-oorlog van 2014." Vooraanstaande rechtsgeleerden en een internationale groep van hoge militairen en politici onderzochten deze beschuldiging. Hun conclusie: "Hun aanpak van de aanvallen is in overeenstemming met de wet en, in veel gevallen, nastrevenswaardig."

Nastrevenswaardig: Israël is een voorbeeld voor vele landen als het gaat om de inzet voor wereldvrede. Dat begon al door militaire inzet in de Tweede Wereldoorlog en is vandaag de dag sterker dan ooit: Israëlische ziekenhuizen behandelen gewonde Palestijnse kinderen gratis; als er ergens een ramp gebeurt stuurt Israël altijd een bovengemiddeld grote hulpmissie: Haïti (2010-heden), Japan en Turkije (2011), Filippijnen (2009 en 2013), Servië en Bosnië (2014), Nepal (2015).

Maar eerlijk is eerlijk: Israël beweert een fatsoenlijke, democratische en in de Bijbel gewortelde staat te zijn en daarmee boven zijn misdadige buurstaten te staan; dan moet het ook naar strengere maatstaven worden beoordeeld. Israël een schurkenstaat te noemen is echter zeer stellig niet eerlijk.

maandag 17 oktober 2016

Jood onder de naties (2): Internationale aandacht

Zoals Joden over de hele wereld bekend zijn, zo is het kleine staatje Israël bovenmatig veel in het nieuws. Veelal in ongunstige zin, zeker de laatste jaren. Niet voor niets noemde Dershowitz Israël "de Jood onder de naties". Zoals in de Middeleeuwen een pestepidemie werd toegeschreven aan Joden die het drinkwater vergiftigd zouden hebben, zo beweerde Mahmoud Abbas – een voormalig KGB-agent, naar onlangs bleek – in een toespraak voor het Europees Parlement in juni dat Israëlische rabbijnen hun regering ertoe zouden hebben opgeroepen Palestijnse bronnen te vergiftigen. Zijn toespraak leverde hem een applaus op, maar het verhaal over de vergiftiging bleek een verzinsel te zijn.

Vredesbesprekingen tussen Israël en de Palestijnen kunnen een Nobelprijs opleveren, ook al ben je feitelijk een terrorist (Arafat). Israël heeft de twijfelachtige eer voortdurend op de agenda te staan van de Verenigde Naties (VN), en wordt aan de lopende band veroordeeld vanwege misdrijven tegen de menselijkheid. Er zijn zelfs al voorstellen gedaan Israëli's voor het Internationaal Strafhof te dagen (Spanje, Abbas).
Voorts is er de in de inleiding al aangehaalde BDS-beweging, waarover meer in het slot van deze reeks. Anderzijds zijn er vele uitgesproken Israël-vrienden die het steeds voor dat land opnemen, al zijn ze in de minderheid; en echt niet alleen Joden.
Verder subsidiëren westerse overheden organisaties die de Palestijnen ondersteunen; niet altijd de fraaiste, zo blijkt regelmatig.
Kortom, aandacht genoeg.

Woede en agressie, daaruit bestond steeds de aandacht voor Israël van Arabische kant, met een hoogtepunt bij de stichting van de staat Israël in 1948. Van de kant van het Westen was er in de eerste decennia vooral veel bewondering om het vermogen zich te verdedigen tegen zware Arabische aanvallen. De laatste jaren wordt echter de roep om een Palestijnse staat steeds sterker, en iedere handeling van Israël die verwezenlijking daarvan in de weg staat kan op luide kritiek rekenen. De verwijten zijn niet van de lucht. Beperking van godsdienstvrijheid, mensenrechtenschendingen, discriminatie, apartheid, kolonialisme, genocide... Voor sommigen is geen beschuldiging te gek. Zo bekritiseerde Marokko Israël in de Mensenrechtenraad van de VN voor de (her)bouw van een synagoge, terwijl het de vraag is of de verwoesting van synagogen in Jeruzalem (1948) en Gaza (2005) op evenveel afkeuring kon rekenen.
Op de vraag of de kritiek terecht is zullen we in de volgende afleveringen verder ingaan. Wel moet worden opgemerkt dat anti-Israël-berichten in de media door steeds meer haastwerk op de redacties niet altijd op waarheid berusten.

Opnieuw: hoekom? Dr Willem Ouweneel analyseerde het al enige jaren geleden als volgt:
Er zijn subjectieve en objectieve redenen voor het feit dat de media soms overmatig kritisch tegenover Israël staan. Subjectief: verholen antisemitisme, 'politieke correctheid' (die momenteel vereist dat men achter de 'arme Palestijnen' staat) en angst voor Palestijnse represailles. Objectief: Israël is een 'lastige steen'; de staat Israël en speciaal de 'bezetting' van de Westoever en de Golan worden gezien als een van de grootste bedreigingen voor de 'wereldvrede' (de balans tussen Oost en West) en voor de economische (olie!-)belangen die het Westen in het Midden-Oosten heeft.

In de Koude Oorlog liep de Israëlisch-Palestijnse kwestie evenwijdig aan het West-Oost-conflict: Amerika steunde Israël, Rusland de (Palestijnse) Arabieren. Echter, na de vliegtuigenactie op Amerikaans grondgebied in 2001 roepen de VS ineens ook om een Palestijnse staat. Geld en macht bepalen de Amerikaanse houding ten opzichte van het Midden-Oosten, concludeert Ouweneel. Terrorisme blijkt te lonen.


maandag 10 oktober 2016

Jood onder de naties (1): Antisemitisme

De in Zeewolde woonachtige Feike ter Velde geeft taalles aan Syrische vluchtelingen. Bij hun eerste ontmoeting windt hij er geen doekjes om tegenover zijn islamitische cursisten: ,,Je moet twee dingen weten. Eén: ik ben christen, en dat steek ik niet onder stoelen of banken. Twee: ik ben een groot vriend van Israël, en dat steek ik evenmin onder stoelen of banken.” Ondanks die uitdagende taal zijn ze gebleven, die asielzoekers die paplepels vol jodenhaat hebben ingegoten gekregen. Ten minste voor een deel ten onrechte, zo vertelde één van hen zelf: op tv had ze gezien hoe gewonde Syrische vluchtelingen – die ongetwijfeld met de moed der wanhoop hun heil hadden gezocht voorbij de grens met ‘schurkenstaat’ Israël – in een Israëlisch ziekenhuis gratis werden verzorgd, in plaats van te worden vermoord zoals spreekster had verwacht.

De stroom asielzoekers uit Syrië en andere landen in het Midden-Oosterse oorlogsgebied brengen niet alleen huisvestingsproblemen mee en hun godsdienst de islam, maar ook jodenhaat. Hitler wordt volgens een Duitse krant vorig jaar door de helft van het aantal (geïnterviewde) Syriërs in Berlijn bewonderd.
Hoe is die haat tegen Joden ontstaan? Het blijft een raadsel, maar in de christelijke wereld heeft hun verwerping van Jezus de Nazarener (Jesjoea’ haMasjiach) en hun vijandschap tegen de eerste christelijke gemeenten kwaad bloed gezet en zijn de christenen zich gaan beschouwen als het uitverkoren volk van God in de plaats van Jisraëel (de vervangingstheologie). Mogelijk speelde in later tijden hun succes in de handel ook een rol. In elk geval zijn Joden de eeuwen door de gebeten hond geweest, met bloedige pogroms als gevolg, tot een hoogtepunt in de Tweede Wereldoorlog, de beruchte Sjoa (Hebreeuws voor "vernietiging") of Holocaust (verlatijnst Grieks voor "brandoffer") door Adolf Hitler, een demonische schurk die rassenwetenschap gebruikte om het Duitse volk te verheffen boven alle andere en het Semitische ras te verachten; vandaar "antisemitisme". Merkwaardig daarbij is dat die semietenhaat zich vrijwel uitsluitend uitte in de moord op Joden, terwijl Arabieren, ook van Noachs zoon Sjeem (Sem) afkomstig, hem daarin juist steunden.
In de Arabische wereld heeft het zionisme en vooral de stichting van de staat Israël de mohammedanen woedend gemaakt; daarover later meer. Feit is dat vele, zo niet de meeste, moslims vandaag de dag iedere Jood naar de hel wensen.

Ondanks de afkeer van de Sjoa die in het Westen nog heerst zijn er vandaag de dag tallozen die Joden verachten of haten. Alleen al in ons ‘beschaafde’ Nederland voorbeelden te over.
“Joden moet je doden.”
“Hamas! Joden aan het gas!”
“Samen verbranden we Joden, want Joden verbranden het best.” (Gescandeerd op eindexamenfeestje in Schijndel (ironisch: niet ver van het vroegere kamp Vught), waartegen geen van de omstanders protesteerde en waarna de directeur aangaf het weliswaar vervelend te vinden maar dat het toch een mooi feest was.)
Jodengrappen worden weer geaccepteerd, een leerkracht tekent een hakenkruis op het schrift van een Joods jongetje, een Jodin wordt de Hitlergroet gebracht. Soms worden Joden zelfs op straat in elkaar geslagen om het enkele feit dat ze Jood zijn. Gevolg: steeds meer Joden durven niet meer met een keppeltje op of anderszins als Jood herkenbaar de straat op. En dat in ons vrije West-Europa.
In zekere zin is het altijd zo geweest. Abraham Heschel stelde dat niet de gaskamers van Auschwitz miljoenen Joden hebben verbrand, maar door de eeuwen heen op hen afgevuurde woorden van vijandschap en haat. Vergeet daarbij ook onverschilligheid niet. Wegkijken als Joden beledigd of mishandeld worden maakt je medeschuldig. Edmund Burke zei: “All that is necessary for the triumph of evil is that good men do nothing.

Joden voelen zich steeds onveiliger. Niet alleen in het antireligieuze Frankrijk, maar ook in Nederland. Voor een deel is dat een subjectief gevoel, aangewakkerd door mediaberichten, zoals rabbijn Van de Kamp benadrukt, maar het lijkt erop dat de toestand inderdaad grimmiger wordt. Steeds meer Joodse instellingen moeten worden beveiligd, de herinnering aan de vernietigingskampen vervaagt en de kritiek op Israël neemt toe.
Hoekom? Toen de Palestijnse leider Abbas vorig jaar Nederland bezocht werd hij met alle egards ontvangen; toen de Israëlische minister-president Netanjahoe dit jaar ons land met een bezoek vereerde bleven meerdere Kamerleden weg en de Turk Kuduz weigerde Netanjahoes uitgestoken hand. Reden? Hij was niet tegen Joden, maar tegen het Israëlische beleid ten aanzien van de Palestijnen. Toch werd zijn actie door allerlei figuren in ons land goedgekeurd zonder dat onderscheid.
Zelfs al zou je het onderscheid wel maken, is het dan gerechtvaardigd? Antizionisten maken zich volgens prof. Arnold Heertje schuldig aan collectief antisemitisme – Joden uitsluiten van een belangrijk recht: het recht op een eigen staat. Terecht?


maandag 3 oktober 2016

Jood onder de naties (inleiding)

Met etiket – "Bezet"

1. Er is een land waarin technologie hoogtij viert. Een land waarin de emancipatiedrang zo ver is doorgeschoten dat ook vrouwen dienstplichtig zijn. In dat land wordt één op de vijf ongeboren kinderen vermoord en wordt een abortus provocatus door de staat betaald. Het is een grotendeels seculiere staat waarin atheïsten het gemakkelijker hebben dan bepaalde godsdienstige stromingen. Het is één van de weinige democratieën in een regio waar democratie naar het zich laat aanzien niet thuishoort, en is nauwelijks in staat zijn eigen bevolking een goede levensstandaard te bieden: in de hoofdstad leeft een derde deel van de bevolking onder de armoedegrens.

Boycot, desinvesteringen, sancties! Dat wordt door steeds meer mensen geroepen, met betrekking tot het bovengenoemde land. Ik snap dat wel, gezien de genoemde zaken. Technologie, vrouwenemancipatie, abortus, secularisme, democratie: stuk voor stuk verwerpelijke zaken.

2. Er is een land dat als bijna het enige in de regio godsdienstvrijheid garandeert voor zijn inwoners. Een land waarin de levensstandaard beduidend hoger is dan in zijn buurlanden. Dat land, de eerste vaste thuishaven voor een volk dat twintig eeuwen lang overal ter wereld bloedig is vervolgd, wordt als enige ter wereld vanaf het begin van zijn bestaan bedreigd met vernietiging. Het heeft voornamelijk vijanden, vooral in zijn onmiddellijke omgeving, die het geen ogenblik met rust laten. De VN is dat land opmerkelijk slechtgezind: ongeveer de helft van het totaalaantal resoluties ooit tegen een staat aangenomen is gericht tegen dat land.

Boycot, desinvesteringen, sancties! Dat wordt door steeds meer mensen geroepen; er is zelfs een heuse BDS-beweging in het leven geroepen die wereldwijd steeds meer aanhang krijgt en – opnieuw – gericht is tegen bovenbedoeld land. Het is namelijk hetzelfde land als onder 1; maar nu begrijp ik het niet meer.

Een boevenstaat moet het zijn, Israël. De BDS-beweging roert zich dan ook geducht en heeft in Europa al etikettering van levensmiddelen uit "de bezette gebieden" weten te bewerkstelligen. Het begin is er.

Onlangs overleed de Israëlische oud-president Shimon Peres, "de laatste der stichters van de staat Israël". Wordt het nu ook tijd die staat zelf ten grave te dragen? Of gaat dat te ver en moet het land worden opgedeeld in een Israëlische en een Palestijnse staat? Als je 'objectieve' media als Wikipedia moet geloven is dat al het geval. Waarom is er dan nog geen vrede, want die zou toch komen zodra de Palestijnen een eigen staat hadden? Kunnen we evenwel binnenkort het einde van de gewelddadigheden tegemoetzien, of zijn de Joden ál te schurkachtig? Wat zijn dat eigenlijk voor lui? En Palestijnen?

Wie zelfstandig (en kritisch) nadenkt merkt dat mensen elkaar vaak domweg napraten. Economische crisis. Calorieën zijn ongezond. Russen zijn slecht. Dat jurkje vind ik niet mooi, want het is uit de mode. Geloven in hemel en hel is niet meer van deze tijd. De SGP is een slechte partij, kijk naar het vrouwenstandpunt. Israël is een slecht land, kijk naar het nederzettingenbeleid.

Kom, laten we eens op onderzoek uitgaan. Het wordt tijd.


maandag 26 september 2016

Mooie straatmuziek

Wellicht denk je bij straatmuziek meteen aan straatmuzikanten die vooral ’s zomers in de steden hun vaardigheden laten horen – soms heel matig, soms voortreffelijk, anders iets er tussenin. Soms gewoon een gitaar of harmonica, soms een bijzonder instrument als een glasharp. Meestal spelen ze alleen, soms met z’n tweeën of drieën; af en toe met een grotere groep, zoals de panfluitindianen – die ik trouwens nooit meer zie (in elk geval Veenendaal lijken ze helaas verlaten te hebben), zie jij ze nog wel eens?
Heel af en toe wordt er ergens een groter muziekstuk opgevoerd, zoals een stukje uit een symfonie van Beethoven. Fantastisch.

De meeste straatmuziek is echter te horen op braderieën, en die is meestal minder fantastisch. Gewoonlijk wordt niet veel meer dan Amerikaanse of Nederlandse popliedjes te horen gebracht, doorgaans flink versterkt en afgewisseld door een in een microfoon pratende blaaskaak, nog veel erger versterkt, zodat het kilometers verder nog te horen is. De echte, klassieke muziek wordt node gemist.
Wat ik ook mis bij zulke gelegenheden is christelijke muziek. Jawel, er zijn natuurlijk redenen te bedenken waarom die niet te horen is, maar die vind ik niet steekhoudend. Ik zal bij elk argument aangeven waarom.

  1. Christelijke muziek is niet geschikt voor op straat, te intiem of juist te nadrukkelijk over God. Dat argument begrijp ik, maar vind ik toch twijfelachtig. Heel wat wereldse liedjes zijn evengoed intiem of expliciet. Hoewel ik ook niet zeg dat ieder christelijk lied geschikt is voor op straat, zijn er vele wél geschikt. En mocht je als organisator of muzikant toch bang zijn dat de christelijke boodschap te veel opvalt, dan kun je kiezen voor bijvoorbeeld een Spaanstalig nummer.
  2. Niet-christenen zouden zich eraan storen. Kan waar zijn, maar dat omgekeerd christenen zich zouden kunnen storen aan wereldse liedjes, dat schijnt niet ter zake te doen. Zelfs in kerkelijke dorpen werkt dat zo. En vrolijke liedjes zijn juist sfeerbevorderend. Kortom: slecht argument.
  3. Christelijke muziek is saai, niet mooi of van onvoldoende kwaliteit. Dat zal opgaan voor een groot deel, zeker voor veel simpele koormuziek of Amerikaanse gospel. Maar dat het argument is evengoed geldig is voor seculiere muziek, daaraan storen de organisatoren van braderieën zich niet; de voor zulke gelegenheden uitgekozen muziek is juist vaak saai, niet mooi en/ of van onvoldoende kwaliteit. Er bestaat daarentegen heel wat goede en ook voor een groter publiek geschikte christelijke muziek, in allerlei talen.
  4. Evenals klassiek musici zijn christenen niet zo schreeuwerig dat ze hun muziek op zo’n profane gelegenheid als een braderie laten horen. Goed argument, maar toch niet helemaal. Als alleen inhoudsloze schreeuwers een stem krijgen in de openbare ruimte, dan komt dat niet ten goede aan de kwaliteit van de samenleving. Schaam je dus niet voor je klassieke kwaliteitsmuziek dan wel inhoudsvolle christelijke muziek, en ga ermee de straat op of het winkelcentrum in, of zoals SGP-jongeren vorig jaar naar de hal van de Tweede Kamer. Wij hebben een boodschap! Buitendien, christelijke muziek hoeft niet vergezeld te gaan van een evangelisatiecampagne maar kan evengoed gewoon mooi zijn, ook voor op straat.

maandag 19 september 2016

Energieverspilling

’s Avonds als het dagwerk is gedaan, op zaterdag, op zondag… straten vol hardlopers en sportzalen vol mensen die zich uitsloven op oefentoestellen. Tja, je moet wat, als je de hele dag op kantoor zit.

Bij de post lagen onlangs twee blaadjes bij elkaar: één van een hulporganisatie, met een foto van een ondervoed negerjongetje bij wie de armdikte gemeten wordt; en één van een bedrijf dat stappentellers verkoopt, met een foto van zo’n horloge annex stappenteller om een pols.

Oproepen tot een duurzamer leven en geklaag over milieuvervuiling door veehouderij en andere zaken zijn niet van de lucht. Goeddeels terecht, hoor; ik doe daar weinig van af. Maar aan de andere kant verstoken wij massa’s kilojoules voor de mussen, zal ik maar zeggen. Niet dat die mussen daar iets aan hebben.

Het keuterboertje zwoegt van zonsopkomst tot zonsondergang om z’n kostje bij elkaar te krijgen. Moeder de vrouw, die al even hard werkt om huis en huishouden draaiend te houden, zorgt met de middag voor een eenvoudige doch voedzame maaltijd. Met die energie kunnen zij, haar man en hun kinderen het werk aan.
Vaak is het zwaar, maar het loont de moeite: gezond werk in de buitenlucht, waar je spieren van stalen; eten van eigen land, waar je niet voor hoef te betalen. Nauwelijks afval, wat er is dient als veevoer of als mest. De kringloop is nagenoeg gesloten.

Ziehier de uitersten: de agrarische samenleving (Nederland anno 1816) en de dienstenmaatschappij (Nederland anno 2016). Wat is duurzamer? In de zin van "blijvend" is de agrarische samenleving in Europa naar het schijnt niet duurzaam gebleken, want zij bestaat niet meer op die wijze; maar of onze postindustriële economie duurzaam zal blijken is de vraag. Niet alleen putten we de Aarde uit door het in gassen en plasticsoep omzetten van de fossiele hulpbronnen, maar ook verspillen we hopen energie voor de bereiding van ons voedsel, dat we vervolgens deels weggooien, deels omzetten in nutteloze bewegingsenergie.
Enkele biologisch(-dynamisch)e boeren hebben een bedrijfskringloop ontwikkeld die veel lijkt op die van het keuterboertje van voorheen. Maar een paar van zulke geitenwollen-sokkenfiguren zetten geen zoden aan de dijk. Wel zetten ze ons aan het denken.
Het is niet ondenkbaar dat we binnen afzienbare tijd zullen worden gedwongen tot een soort agrarische samenleving zoals van destijds, hetzij doordat we de Aarde uitgeput hebben, hetzij al eerder doordat de westerse economie klapt (de ‘crisis’ van onlangs had niets te betekenen). Het is te hopen dat de kennis over het boerenleven van toen dan niet verloren gegaan is, want anders zal het niet meevallen om ondanks onze technologische verworvenheden – voor zover die de overgang overleven – de levensstandaard te halen van die arme boertjes. Cursussen wol spinnen, bijen houden, groente inmaken, kruidengeneeskunde… doen!

Nu is het van belang dat we onze energie zinvol benutten. Aandelenhandelaars, belastingadviseurs, technocraten, bordeelhouders en anderen met een nutteloos of zelfs kwalijk beroep: verander van baan en ga wat zinnigs doen met je leven.
En allen die nog geen zinvolle lichamelijke arbeid verrichten: ga bijvoorbeeld een moestuin aanleggen, of met IVN of A Rocha wilgen knotten. Beter voor de Aarde, voor de wereld én voor jezelf.


maandag 12 september 2016

Egoïsme loont

Een maatje om mee te vrijen, als je er zin in hebt kinderen, ’s avonds wat prettig gezelschap. Een relatie moet leuk zijn. En blijven. Het moet niet ten koste gaan van je carrière; in deze tijd word je natuurlijk geen huisvrouw meer. Vroeger was dat goed beschouwd al dom, maar nu helemaal, want het kost bakken met geld: een kostwinner betaalt tot vijf keer zoveel belasting als een tweeverdienersgezin met hetzelfde totaalinkomen.

Onlangs maakten organisaties die ieder jaar kindertjes uit Wit-Rusland en omgeving hierheen halen voor een paar weken vakantie bekend dat ze bijna geen gastgezinnen meer kunnen vinden en dat de arme drommeltjes dus het hele jaar in Tsjernobyl moeten blijven. Hoekom? Geen moeder de vrouw die overdag thuis is. Tja, je kunt niet alles hebben.

Denken aan jezelf loont. Nu ja, soms komt daar een echtscheiding van en dat brengt natuurlijk kosten met zich mee. Misschien is het zo beschouwd nog het verstandigst om niet te trouwen; dan kun je ten minste makkelijker uit elkaar als je op elkaar uitgekeken bent. Alleen voor de kinderen is het een beetje vervelend. Tja, een kleinigheidje hou je toch.

maandag 5 september 2016

De schurken van Ahold

Het fusiebedrijf Ahold-Delhaize is een feit. Een feestje voor de onderhandelaars, maar niet voor u en mij.

Albert Heijn was de grootste supermarktketen in Nederland. Toch waren de AH-topmannen daarmee niet tevreden, en werden andere bedrijven in binnen- en buitenland ondergebracht bij Ahold, de in de jaren zeventig bedachte naam van het moedervennootschap, waaronder Etos, Gall & Gall en Bol.com. Vervolgens ontketende Ahold, als machtige marktpartij, in 2003 een prijzenoorlog, waardoor onder andere Edah het veld moest ruimen. Opgeruimd staat netjes, moet directeur Anders Moberg hebben gedacht.
Tevreden? Welnee. De weg van boekhoudfraude was al geprobeerd, maar helaas kwam dat in (hetzelfde jaar) 2003 aan het licht, en dat heeft het internationale bedrijf een lieve duit gekost. Dus had de nieuwe directeur (CEO, heet dat tegenwoordig) Dick Boer (ironische naam) een beter idee: fuseren met de Belgisch-internationale supermarktketen Delhaize. Dat is dus gelukt. En daarmee is Ahold-Delhaize de grootste in tal van Europese landen en het oosten van de VS.
Tevreden? Welnee.

Ahold heeft nog een vuil trucje in zijn trukendoos. Een jaar of tien geleden is die al met succes uitgeprobeerd: eis van je grote leveranciers met terugwerkende kracht een grote korting, op straffe van beëindiging van het contract. De meesten kozen eieren voor hun geld, maar niet Peijnenburg. Dus moest Peijnenburg-koek uit de Albert-Heijnschappen. Maar ja, een zo sterk merk, dat kun je niet missen: je klanten gaan erom vragen en lopen als je pech heb naar de concurrent. Zodoende moest AH uiteindelijk bakzeil halen. Toch was het doel bereikt: een lagere prijs voor de meeste grote merken. Dat die handelaars de prijsverlaging doorberekenen aan hun leveranciers, uiteindelijk de boeren – met alle gevolgen van dien voor dierenwelzijn en landschap –, zal mannen als Moberg en Boer een worst wezen. Dat sommige van die boeren, traditioneel afkerig van Albert Heijn, daar nu voor buigen als een knipmes, omdat ze via een kleine organisatie als Delta Milk zuivel leveren aan AH, is vast hilarisch.
Nu dus die truc weer van stal gehaald: met terugwerkende kracht per 1 januari een "integratiebonus" en nieuwe voorwaarden geëist van de grote leveranciers als Nestlé, FrieslandCampina en Hak (en vermoedelijk ook Peijnenburg). Dat zo’n maatregel indruist tegen de Code Eerlijke Handelspraktijken, jammer dan.

Maar, werpt u misschien tegen, lagere inkoopprijzen zijn in het voordeel van ons als consument. Toch niet, om twee redenen. De eerste heb ik al genoemd: de gevolgen voor de landbouw. Willen we voorkomen dat de laatste restjes natuur en landschap worden verpest, dan moet er veel belastinggeld worden geïnvesteerd. De tweede is dat als de marktleider nog meer concurrentievoordeel krijgt, dit uiteindelijk weer tot prijsverhogingen kan leiden.

Het voornaamste doel van de mannen met het grote geld is: nog meer geld verdienen. Geld is macht, en wie dat heeft kan het gebruiken om er nog meer van te krijgen. Natuurlijk hebben we de Mededingingsautoriteit, maar die heeft ook maar beperkte macht. Uiteindelijk echter is de consument machtiger – als die massaal besluit winkels van Albert Heijn links te laten liggen kan dat een mooi signaal afgeven. Dus: koop niet bij Albert Heijn.

De grote leveranciers zijn welbeschouwd even machtig. Als ze met z’n allen besluiten niet op de nieuwe voorwaarden van Ahold-Delhaize in te gaan, dan levert dat op langere termijn voordeel op, zowel voor de handelaren zelf als voor de boeren – met alle gunstige gevolgen van dien. Dus: barst maar, als het zo moet willen wij niet eens zaken doen met jullie.

maandag 29 augustus 2016

Franse waanzin

Ik zeg wel eens wat onaardigs over Nederland en Amerika, maar Frankrijk is geen haar beter. Mogelijk zelfs nog krankzinniger.
Misschien begrijp je al waar ik op doel: het boerkiniverbod op Franse stranden. Eigenlijk te idioot voor woorden en daarom zal ik er ook slechts weinige aan besteden, maar het zou niet goed zijn als mensen hierover in onwetendheid verkeerden, vandaar dat ik toch meen erover te moeten schrijven, zie je?

In tweeëndertig Franse gemeenten is een boerkiniverbod ingesteld. In vier hiervan is daadwerkelijk overgegaan tot het beboeten van moslima’s die in verhullende zwemkleding op het strand verschenen. Kennelijk is het op stranden verplicht halfnaakt te zijn. Zorg er dus voor je te hebben uitgekleed voordat je het strand betreed…
Of zit het anders? Het zit een beetje anders. Een boerkini wordt namelijk gezien als een religieuze uiting, en dat is sinds enige jaren verboden in Frankrijk. Een kruisje om je hals, bijvoorbeeld, kan je ook op een boete komen te staan. Zo bekeken niet verwonderlijk dat de politie van Nice erop gewezen werd dat er nonnen in habijt op het strand liepen. Ook die werd dus duidelijk gemaakt niet welkom te zijn.
Waarom zou dat echter alleen gelden voor het strand? De straat is ook een openbare gelegenheid; het ligt dus in de lijn der verwachting als nonnen of monniken in hun ordekleed ook de toegang tot de straat wordt ontzegd. Want Frankrijk heeft niet alleen de oorlog verklaard aan de moslims – wat het tot een logisch doelwit maakt van terroristische aanslagen – maar aan alle godsdienst. Dat is al begonnen met de Franse Revolutie in de achttiende eeuw – Ni Dieu, ni maître – en dat heeft zich geleidelijk verder doorgezet, de laatste jaren in stroomversnelling. Als het zo doorgaat volgt Frankrijk Turkije. “Turken zijn schurken,” zei me laatst iemand – zoals ze tekeer gaan tegen de Koerden in Syrië – en dat geldt zeker voor het kwade genius, Erdogan, met zijn politieke zuiveringen. Fransen zijn trouwens ook niet sympathiek – verkoop hen een machine waaraan op een dag iets kapot gaat, en ze blijven erover klagen tegen hun buren, ook als het gemaakt is; heel anders dan bijvoorbeeld Duitsers.

Maar zelfs in Frankrijk wonen nog weldenkende mensen. Enkelen van hen hebben een rechtszaak aangespannen tegen het boerkiniverbod, met als uitkomst dat de Franse Raad van State in een voorlopig besluit heeft geoordeeld dat het verbod ingaat tegen de burgerlijke vrijheden, zoals de krant het verwoordde. Het laatste woord is er nog niet over gezegd, maar het is te hopen dat gezond verstand en medemenselijkheid zullen zegevieren over de Franse godsdienstfobie die zomaar kan uitlopen op Duitsland-in-de-jaren-30-toestanden, met alle gevolgen van dien.


maandag 22 augustus 2016

Waardigheid

Mijn vakantie heb ik onder meer benut door het bijwonen van een rooms-katholieke kerkdienst in Zuid-Limburg. Opvallend was dat deze dienst voornamelijk werd bijgewoond door oudere mensen. Verscheidenen waren te dik, en de meesten waren niet op grond van duidelijke kenmerken als kleding en haar- of baarddracht onder te verdelen in mannen en vrouwen; misschien doe ik de mensen onrecht, maar op mij maakten ze deze indruk: kleurloze figuren, net als vrijwel alle al dan niet actief roomse Limburgers.

De dienst daarentegen bestond hoofdzakelijk uit vorm; het preekje was een voorgelezen praatje met weinig inhoud. Op zich een goed verhaal over medemenselijkheid, maar zonder diepgang, en over God ging het alleen in vaagtaal over licht, waar ook de ‘lichte’ protestanten in uitblinken.
Het was alsof de mensen geen hoop of doel meer hadden in het leven; God is hun laatste strohalm, maar ook Die biedt geen zekerheden meer. Alleen omzien naar andere hopeloze gevallen kan het leven draaglijk maken. Opnieuw, misschien doe ik de mensen onrecht, maar zo kwamen ze op me over.

Dan komt het hoogtepunt van de dienst: de eucharistie. Terwijl ik als protestant braaf blijf zitten observeren, naast het middenpad, komen de hopelozen langs me heen naar voren schuifelen om een ouweltje aan te nemen uit de handen van een misdienaar of hoe zo iemand ook mag heten; en dan gaan ze weer zoals ze gekomen zijn: vormeloos en doelloos.
Tot ik verrast opkijk: een vrouw in een wit gewaad en met een zwarte sluier – het ordekleed der Dominicanerzusters? – nee, twee, drie nonnen schrijden langs mijn zitplaats naar voren om eveneens de hostie in ontvangst te nemen. Met gebogen hoofd doch vriendelijk gezicht schrijden ze daarop terug naar hun bank. Ze zijn nog niet eens zo oud, al zijn de meeste haren grijs – maar niet kortgeknipt – onder de zwarte kap.
Na afloop van de dienst schrijden de drie kloosterzusters achter elkaar de kerk uit en dan naast elkaar over de brede stoep naar hun auto (een kleine dissonant). Wat een fantastisch idee: stijlvolle schoonheid uitstralen zonder bijzondere zorg voor het uiterlijk.

U merkt het al: de ‘ontmoeting’ met de nonnen voelde als een verademing. Zij bezaten wat de andere kerkgangers misten (of althans leken te missen): waardigheid, een levensdoel. Nederlanders in het algemeen en Limburgers in het bijzonder zijn hun levensdoel kwijtgeraakt, en vervolgens hun eerbiedwaardig uiterlijk (stijl, schoonheid) en daarmee hun waardigheid. De kloosterzusters echter laten zien dat het nog bestaat: een levensdoel, waardigheid. Laat die deugden niet uitsterven!

maandag 15 augustus 2016

Geen man, geen vrouw

De vlag mag uit. De regenboogvlag, wel te verstaan.

LHBT werd LHBTi, maar inmiddels dekt ook die afkorting de lading niet meer: naast lesbiennes, homo’s, biseksuelen, transseksuelen en interseksuelen zijn er inmiddels ook queers, questioners en aseksuelen. De vraag werd dan ook opgeworpen wat de nieuwe aanduiding zou moeten worden: lhbtqia’er of zoiets? Onzinnige vraag. Slechts één zinnige term komt in aanmerking: anders geaarde. Anders namelijk dan de meerderheid, die heterofiel is. Het heeft op geen enkele wijze te maken met denigratie; vergelijk het met hoe je niet-moslims in een islamitisch land zou aanduiden: "andersgelovige" in het algemeen of de juiste naam als een specifieke groep (bv. hindoes) bedoeld is.
(Wellicht ten overvloede: dat ik daarmee niet wil zeggen dat het om het even is wat je geloof heb ik eerder duidelijk gemaakt. En dat het, zij het om andere redenen, niet om het even is welke geslachtelijke neiging je bezit eveneens.)

Vooropgesteld: het kan flink beroerd zijn om als andersgeaarde je draai te vinden in een heteroseksuele samenleving. Die samenleving – althans wat politici en andere hotemetoten daaruit – heeft daarvoor een oplossing bedacht: emancipatie, het toverwoord.
Bij die emancipatie hoort de regenboogvlag (alsof roze in de regenboog zit). En zebrapaden in alle kleuren van de regenboog. En het afschaffen van het onderscheid tussen dames- en herentoiletten, om te beginnen op het stadhuis. Jammer voor de vrouwen die zich op een gemengde wc niet op hun gemak zouden voelen. Utrecht en Leiden namen het voortouw, Amsterdam volgt – tenminste, dat zal er wel van komen, want hoewel de ambtenaren ertegen protesteren, de gemeenteraad heeft besloten en die is de baas.

Jakkes, wat is die prachtig gekleurde regenboogvlag besmet, bezoedeld en besmeurd met de vunzigste associaties.
Clarendo van der Toorn schreef enige tijd geleden in de GezinsGids de volgende woorden, die ik met instemming herhaal:
Veel jongeren lezen de krant niet, en veel ouderen hebben geen Facebook, Twitter of Instagram. Maar het zebrapad, daar moet elke burger overheen. (…) Een geniaal idee om mensen te dwingen om te denken zoals het stadsbestuur dat doet. Moet er soms gedacht, gewacht en gelopen worden volgens de ideologische zebrapaden van de overheid? Heeft u wel eens van hersenspoeling gehoord? (…) Is kleurrijk het nieuwe zwart-wit?

Even onzinnig als degene die ik in het begin van dit stukje aanhaalde is de vraag hoe je over andersgeaarden die zichzelf man noch vrouw voelen zou moeten praten: "hij" en "zij" kunnen ongepast, zijn; wat wordt het dan? "Hen"? De dwaasheid gekroond. Er bestaat allang een woord voor: "het".
Sommige mensen zijn man, andere vrouw, andere iets ertussenin. Ach… Volgens min of meer dezelfde politici en andere hotemetoten mag het onderscheid wel op meer terreinen worden opgeheven: niet meer van deze tijd. Het wordt tijd dat ook mannen drie maanden zwangerschapsverlof kunnen krijgen.


maandag 8 augustus 2016

De betere pokémonjacht

Misschien doe jij het ook wel: op pokémonfiguurtjes jagen. Het kan pas een paar maanden, maar het is binnen de kortste keren uitgegroeid tot een razende rage. Virtuele wezentjes, die je gewoon op een moeilijk bereikbaar plekje in de echte driedimensionale wereld kun projecteren, of trainen, of vangen. En de zeldzame exemplaren zijn natuurlijk het leukst. Die moeilijk bereikbare plekjes kunnen variëren van een steile klif tot een brandweerkazerne. Dat kan tot gevaarlijke situaties leiden, en – ietwat pessimistisch, maar toch realistisch bekeken – tot onwenselijke toestanden.

Daarom heb ik voor die soortenjagers een beter idee: ga vogelen. Dat lijkt heel veel op pokémonjagen, alleen heb je er een verrekijker voor nodig in plaats van een internettelefoon (al kan die laatste ook een handig hulpmiddel zijn). Maar het grote voordeel is dat vogels werkelijk bestaande wezens zijn, en mooier dan pokémonfiguurtjes. De jacht is minstens even spannend, want hoewel iedereen die 'm ziet dezelfde vogel op z'n lijstje mag bijschrijven, blijft het altijd de vraag of het beest vanmiddag nog op dezelfde plek zit als waar hij vanmorgen werd gemeld. Zelfs kan het gebeuren dat zo'n beest alleen overvliegt, met de kans dat jij de enige waarnemer ben.

Spannend is vogelen zonder meer. Lees bijvoorbeeld een relaas van Guus Peterse over een nieuwe soort:
Blauwstaart bij Castricum, aziatische roodborsttapuit op Texel, vorkstaartmeeuw bij IJmuiden, keus te over de afgelopen dagen. Gisteren besloot ik de blauwstaart te proberen. Mede omdat zaterdag daar vlakbij ook nog een pallas boszanger was gevonden: een mooie dubbel in het verschiet.
Dat werd dus helemaal niks: allebei gedipt en ook verder niks gezien dat je je een week later nog zou herinneren. Toch wel zuur. Nou kon ik dat hebben, na de uitermate succesvolle voorbije maanden, maar het vroeg wel om een liefst snelle genoegdoening.
Die genoegdoening, die kwam er, en wel heel snel! Het leek Overtoom wel!

Toen maandag tussen de middag dat bericht uit Den Helder doorsijpelde: mogelijke, nee, vrijwel zekere langstaartklauwier op de Oude Vuilnisbelt, foto’s lieten eigenlijk geen ruimte voor twijfel, toen stond de halve Nederlandse vogelaarswereld op zijn kop en kreeg ook mijn dag een geheel nieuwe, onverwachte invulling. Want langstaartklauwier maar liefst: nieuw voor Nederland, vierde in Europa, achtste in de Western Palearctic, zeg maar Groot Europa met stukje Azië en Noord-Afrika erbij. Afkomstig helemaal uit zuidoost Azië, heel ver weg dus, en normaal naar het zuidoosten wegtrekkend, nog verder weg. Geen enkele reden om zo’n beest hier te verwachten, maar hij zat er toch maar.
En bovenal een prachtige vogel.
Dus als een speer naar huis gefietst, telescoop en een paar boterhammen gepakt want het zou wel laat worden, als een speer naar het station gefietst en met de trein naar Den Helder. Anderhalf uur gedwongen rust, de hartslag weer wat op orde brengen, gewoon een boekje lezen dat ik in de gauwigheid had mee gegrist, en in Den Helder zuid, nog anderhalf, misschien twee uur tot donker, op zoek naar een doorgang naar de andere kant van het spoor en daarna verstrikt geraakt in een netwerk van meest doodlopende wegen in ongerepte nieuwbouwwijken maar tenslotte ontsnapt en als een speer naar de duinrij gefietst waar ik al gauw de dichte drommen vogelaars in de duinen zie staan.
Kijk voor de nieuwste zeldzaamheden op www.waarneming.nl!

Misschien zeg je nu: vogels zijn haast net zo vluchtig als pokémons. Een soort op je lijstje, misschien een foto, maar niks tastbaars. Wel, dan heb ik nog een beter idee: leg een herbarium aan. Dat is ook spannend – het kan zijn dat je plantje hoog tegen een muur groeit, of aan de overkant van een brede sloot, in een diep ravijn of midden in een verraderlijk moeras; en je weet nooit of de stip op Waarneming.nl precies op de juiste plek staat. Maar als het lukt heb je iets tastbaars in handen. Drogen in een pers en opplakken in een map, om als je 500 of 1000 soorten heb trots te laten zien aan al je vrienden die minder gelukkig waren. En zo kom je nog eens ergens.


dinsdag 2 augustus 2016

Rusland bij de EU

Waarom hoor ik hier niemand over? Allerlei Oost-Europese landen zoeken aansluiting bij de Europese Unie en worden toegelaten, en zelfs Turkije, dat grotendeels in Azië ligt. Maar waarom Rusland niet?

Een paar feiten: Europa bestaat voor 38% uit Rusland. Zelf ligt Rusland voor 23% in Europa. Bovendien is de hoofdstad, Moskou, Europees.
Ter vergelijking: Europa bestaat voor 0,2% uit Turkije. Zelf ligt Turkije voor 3% in Europa. Bovendien is de hoofdstad, Ankara, Aziatisch.

Deze voor zich sprekende feiten kunnen worden aangevuld met ideële overwegingen. Poetin is geen beste, maar Erdogan is zeker niet beter. Turkije is (bezig zich te ontwikkelen tot) een islamitisch land, terwijl Rusland op godsdienstig gebied veel meer overeenkomt met vele EU-lidstaten. Als het waar is dat EU-lidmaatschap de bevolking ten goede komt, zouden we een goede daad doen door Rusland toe te laten als lid; de Russische bevolking heeft in de afgelopen eeuwen onuitsprekelijk veel geleden, of het nu was onder de tsaren, onder de communisten of ten tijde van de Duitse inval. En ten slotte: je kunt Rusland beter als bondgenoot hebben dan als vijand; dat voorkomt narigheid als boycots en koude oorlog of erger.
Zelfs al zou Poetin weigeren, dan heeft Brussel toch een sympathiek gebaar gedaan door Moskou uit te nodigen toe te treden. En een bondgenootschap zou in dat geval een uitstekend compromis wezen. Want stel je voor: een bondgenootschap dat de wereldbol omspant – NAVO wordt van Noord-Atlantische VerdragsOrganisatie tot Noord-Aarde-VerdragsOrganisatie – zou een grote steun voor de wereldvrede kunnen zijn.

Trouwens, het zwaartepunt van de EU is al jaren bezig langzaam naar het oosten te verschuiven, en dat is op zich niet fout.
Ik bied hier geen uitgewerkt plan; niet veel meer dan een proefballon. Maar ik ben ervan overtuigd dat het logischer en beter is Rusland toe te laten tot de EU dan Turkije.

maandag 25 juli 2016

Landbouw in de beklaagdenbank (5, slot): Biologisch heeft de toekomst?

De Nederlandse boer weet de hoogst mogelijke opbrengst van een vierkante meter grond te halen. Maar dat is niet kostenloos. Toenemende bedrijfsefficiëntie gaat ten koste van de natuur – de natuurlijke aard van het dier, de biodiversiteit in de omgeving en de draagkracht van de Aarde.
Een beetje boer zal tegenwerpen: met ecologische landbouw kun je de wereld niet voeden. Daar lijkt hij gelijk in te hebben, maar het is de vraag of het klopt.

Ten eerste is er in Nederland overproductie; er is wel uitvoer van landbouwproducten, maar niet naar de landen met voedseltekort. Dat is als ik me niet vergis in de jaren '70 gebeurd, met als gevolg dat de plaatselijke economieën dreigden in te storten. Die overproductie zorgt voor veel te lage prijzen waarbij de boer bepaald niet gebaat is. Overheid en belangenorganisaties als de LTO zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen om agrarische ondernemers tegen zichzelf (lees: elkaar) in bescherming te nemen.

Ten tweede concludeert een recent onderzoek dat biologische landbouw wél de hele wereld kan voeden. Hoewel de opbrengst lager is (hoeveel precies, dat verschilt sterk per gebied, landbouwmethode en onderzoeker), heeft biologisch onderhouden grond onder andere een groter watervasthoudend vermogen, wat bij droogte juist tot hogere opbrengsten zou kunnen leiden. En droogte zal op vele plaatsen op Aarde steeds vaker voorkomen, is de verwachting. Ten eerste door klimaatverandering die zorgt voor extremere weersomstandigheden, ten tweede doordat de irrigatie zoals die nu wordt toegepast in onder meer de Verenigde Staten en delen van Azië, niet eindeloos kan doorgaan: het grondwater trekt zich steeds verder terug in de diepte. Biologisch is daarentegen duurzaam, evenals een methode als Farming God's Way. Er zijn zelfs studies die aantonen dat bijvoorbeeld in Afrika oogsten verdubbelen door biologische methoden. Critici stellen echter dat dat in Afrika meer te maken heeft met primitief versus modern en dat er met gangbaar nóg hogere winsten te behalen zouden zijn, en dat de getallen uit pro-bio-studies niet kloppen. De discussie hierover (zie ook de boeiende gedachtenwisseling bij dit artikel) is nog niet ten einde, misschien wel nooit, maar dat toont op zich al aan dat er reden is te twijfelen aan de superioriteit van de gangbare landbouw, zeker op langere termijn.

Het belangrijkste is dat we leren verantwoord met voedsel en hulpbronnen om te gaan; verspilling is uit den boze. Dat geldt zowel voor wegwerpwesterlingen als voor houtkapnegers. Veeteelt, hoewel milieubelastend, blijft van belang in de mineralenkringloop. Hoewel een klassiek gemengd bedrijf dat rekening houdt met de natuur(lijke processen) en weinig of geen voedingsstoffen van buiten hoeft aan te voeren een stap in de goede richting is, ontkomen we anderzijds met de huidige, groeiende, wereldbevolking niet meer aan het toepassen van technologische vindingen. Maar hoe dan ook: een enkelspoorbeleid is funest, of dat nu is economie-voor-alles, geef-de-grond-terug-aan-de-natuur, gangbare landbouw, EKO of Demeter. Maatwerk, dus: biologisch waar het kan, gangbaar waar het moet; groententeelt waar het kan, veeteelt waar het moet; natuur waar het kan, woningbouw waar het moet; en waar ook maar enigszins mogelijk: vloeiende overgangen tussen deze zaken. Variatie en verweving zijn de sleutelwoorden voor de toekomst. Zullen we deze verandering vrijwillig inzetten, of zullen we ertoe worden gedwongen door ineenstorting van de democratie, de economie of het ecosysteem?


maandag 11 juli 2016

Landbouw in de beklaagdenbank (4): Boerenlandvlinders

De gangbare intensieve landbouw gaat ten koste van de biodiversiteit, beweer ik. Hoe kom ik daarbij? Dat zie ik – in de slootkanten, in de percelen. Is het ook te meten? Zeker.

Nederland heeft de pech gezegend te zijn met veel vruchtbare, vlakke grond. De pech, want door deze gunstige omstandigheden voor de landbouw schiet er niet veel over voor de natuur: waar landbouw bevorderd kan worden moet de natuur wijken, is de al dan niet bewuste redenering tegenwoordig. Als het melkquotum afgeschaft wordt slaan de boeren als een gek aan het bouwen. En andersom worden boeren – die inmiddels beschouwd worden als natuurvijandig – uitgekocht voor grootschalige natuur, denk aan de Hedwigepolder. Helaas – de natuur is juist gebaat bij niet al te intensieve landbouw. Een goed voorbeeld daarvan vormen de boerenlandvlinders.

Vlinders! Wie houdt er niet van? De bonte fladderaars die de zomer opvrolijken hebben het echter moeilijk. Het schijnt dat er ruim een halve eeuw geleden vijftig (!) keer zoveel vlinders rondvlogen als nu. Dit getal berust op schattingen; harde gegevens zijn er pas vanaf 1990, toen de Vlinderstichting begon met een landelijk meetnet. Daaruit blijkt dat van de 51 dagvlindersoorten die ons land rijk is (dwaalgasten niet meegerekend) er 23 in aantal achteruitgegaan zijn en 14 vooruit.
Een sterke stijger is bijvoorbeeld het Bont zandoogje, dat inmiddels één van de algemeenste vlindersoorten is. Een soort die vroeger algemeen was maar nu zeldzaam is de Argusvlinder.
De Argusvlinder is één van de vlindersoorten die gebruikt worden voor zowel de Europese als de Nederlandse Boerenlandvlinderindex. In dit boekje vind je plaatjes, grafiekjes, soortenlijstjes en het verhaal van het vlinderonderzoek. Daarvan bekijken we nu kort één onderdeel: de boerenlandvlinders.

Chris van Swaaij van de Vlinderstichting stelt: "De ruilverkavelingen en intensiveringen tussen 1950 en 1980 hebben alle vlinders weggevaagd van de boerengraslanden. Alleen op wegbermen en natuurgebieden zijn ze nog over." Dat is een boude uitspraak. Maar helaas klopt hij wel zo ongeveer, want er zijn maar weinig boerengraslanden waarboven nog vlinders vliegen, en dan nog alleen algemene soorten als het Klein geaderd witje; Argusvlinder, Bruin blauwtje, Bruin zandoogje, Groot dikkopje, Hooibeestje, Icarusblauwtje, Kleine vuurvlinder, Koevinkje, Oranje zandoogje, Oranjetipje en Zwartsprietdikkopje zijn weggedrukt naar de randen en naar natuurgebieden. (Wat een mooie naam hebben die vlinders touwens, hè?) Soorten als Geelspietdikkopje en Zilveren maan zijn inmiddels zelfs teruggedrongen tot een klein aantal natuurgebieden en verscheidene andere soorten zijn al helemaal uit Nederland verdwenen.
De term "boerenlandvlinders" is overigens niet zo goed gekozen; "graslandvlinders" zou juister zijn, want boerenland omvat meer dan alleen grasland. Hoewel… steeds vaker is dat niet het geval. Was vroeger bijna ieder boerenbedrijf (zo heette het toen nog niet; dat bedrijfsmatige is iets van de laatste decennia) gemengd, dus met zowel bouwland als vee + grasland, en voorzien van de nodige houtwallen en andere landschapselementen, anno nu is bijna iedere boer sterk gespecialiseerd. Al die specialisatie, herverkaveling, intensivering, ongedierte- en onkruidbestrijding en zware bemesting hebben een steeds hogere opbrengst per hectare opgeleverd – iets dat gezien de bevolkingsgroei veel waard is – maar zijn funest voor de natuur. Geen bloemen betekent geen bijen en geen vlinders. Nu is er onlangs een heuse topconferentie geweest over de zorgwekkende bijensterfte wereldwijd – bijen zijn van levensbelang voor de bestuiving van voedselgewassen; maar vlinders zijn veel minder in beeld, figuurlijk en letterlijk.

®    Boer? Kies een zonnige strook grasland om niet meer te bemesten, maar wel twee keer per jaar mee te maaien; na een paar jaar zie je als je je best doe bloemen en vlinders terugkomen.
®    Burger? Adopteer een vlinder.
®    Buitenmens? Ga een telroute lopen en lever zo een bijdrage aan het onderzoek.



i.v.m. zomervakantie zal de laatste aflevering van deze reeks niet volgende week maar over twee weken verschijnen (Deo volente)

maandag 4 juli 2016

Landbouw in de beklaagdenbank (3): Derogatie

Dat boeren nu en dan zelf bijdragen aan hun moeilijke positie geldt sterker nog dan bij het kalfjesprobleem bij iets anders. In de krant die ik in de eerste aflevering van deze reeks aanhaalde stond op dezelfde bladzij nog een ander opiniestukje, over derogatie. "Derogatie" is een term uit de juridische wereld, die duidt op een uitzonderingsbepaling ten opzichte van een wet. In dit geval gaat het om de Nitraatrichtlijn van de Europese Unie die bepaalt hoeveel EU-boeren hun land mogen bemesten, en waarvan lidstaten onder bepaalde voorwaarden mogen afwijken, vooral gebieden met veel neerslag waardoor de uitgereden stikstof (en fosfaat) niet maximaal kan worden benut. Nederland is één van de landen die van deze mogelijkheid gebruikgemaakt hebben en binnen Nederland 27.000 boeren. Eén van de voorwaarden is dat minstens 70% van de grond van het boerenbedrijf uit grasland moet bestaan en een andere is dat de overheid een monitoringnetwerk moet opzetten om de gevolgen, zoals uitspoeling naar het oppervlaktewater, te meten.
Dit is voor onze boeren ingegaan in 2006. Zijn ze er blij mee? Als ik me niet vergis de meesten wel; sterker nog: velen klagen dat hun land binnenkort te weinig bemest mag worden voor goede gewasgroei – er zou nu al opbrengstvermindering zijn. Anderzijds hielp de derogatie bedrijfsuitbreiding mogelijk te maken; het gevolg: akelig lage melk- en vleesprijzen. Boeren noemen elkaar collega, maar zien elkaar als concurrent: als ik meer koeien heb dan de anderen kan ik nog wat verdienen aan de melk. Dus stallen bouwen, die met deze prijzen niet kunnen worden terugverdiend. Een vicieuze cirkel, of nog sterker: een spiraal van onstuitbare schaalvergroting.
Het stukje waarop ik doelde was geschreven door Harmen Endendijk. Hij verzucht dat het heerlijk zou zijn als die hele derogatie teruggegooid kon worden naar Brussel. De boekhouding die die met zich meebrengt loopt de spuigaten uit. Endendijk heeft een betere oplossing: mestverwerking. Dat zou uiteindelijk goedkoper kunnen zijn, omdat de dikke fractie goed geëxporteerd kan worden – mits in het voerbeleid rekening gehouden wordt met de stikstof-fosforverhouding – en de dunne fractie doelmatig uitgereden kan worden over eigen land. Kortom, "Er zal wel een politieke agenda achter zitten, anders snap ik soms niet waarom we het ons zo moeilijk maken." Zou kunnen; misschien is het evenwel zo gekomen doordat mestverwerking in 2006 nog in de kinderschoenen stond en zo gebleven doordat we nu de weg terug niet meer weten.

Gewasopbrengst is de bestaansgrond van de boerenstand. Maar het is net als met de kalfjes: toenemende bedrijfsdoelmatigheid gaat ten koste van de natuur. Hoewel slimme nieuwe bemestingstechnieken de schadelijke gevolgen van overbemesting kunnen beperken wordt de ecologische woestijn die in grote delen van Nederland is ontstaan waarschijnlijk nooit meer de rijke natuur van 150 jaar geleden.

Mijns inziens zit ook de overheid op een verkeerd spoor. In plaats van investeren in milieusparende wetgeving zou ze meer geld beschikbaar moeten stellen voor boeren die oude waarden in stand proberen te houden: weidegang, kruidenrijk grasland, houtwallen enzovoort. De melkveehouder die zijn bedrijf maar net draaiend kan houden en uitrekent dat weidegang hem 4 of 5 eurocent per liter melk kost, waarvan hij er maar 1 terugziet, houdt zijn koeien liever binnen. De varkenshouder die al een paar jaar verlies draait denkt er niet over om zijn varkens buiten te laten lopen: minder voerefficiëntie, veel te veel grondgebruik.
Toch heeft het ook met instelling te maken. De meeste boeren zijn gespecialiseerd in kostendoelmatigheid, maar biologische producten, waarbij het draait om zachte waarden, kwaliteit en hogere prijzen, zijn op het ogenblik erg in trek. Omschakeling kost moeite, tijd en geld, maar verdient zich hoogstwaarschijnlijk terug. Er is echter mentaliteitsverandering nodig.

maandag 27 juni 2016

Landbouw in de beklaagdenbank (2): Misstanden in de varkenshouderij

Een varken in de wei is eigenlijk een hopeloos beest: het hele land ploegt hij om, onder zijn snuit verandert een mooi grasland in een maanlandschap. Daar komt bij dat hij op die manier erg veel energie verbruikt; de voederconversie – dat is de hoeveelheid voer die nodig is voor 1 kg groei – ligt voor een scharrelvarken beduidend hoger dan voor een varken in de bio-industrie. Dat betekent dat er meer voer én meer grond nodig is voor eenzelfde hoeveelheid varkensvlees, dus meer milieubalasting, zou je met een beetje kwade wil kunnen zeggen.

En toch, en toch… ga ik hier een pleidooi houden voor vrije uitloop voor varkens. En niet zo eentje die op tal van biologische bedrijven in gebruik is, een verhard erf waar ze nog niet kunnen wroeten, maar een echt wroetland waar een varken volop varken mag zijn.
Ik doe dat aan de hand van een campagne van de stichting Varkens in Nood begin dit jaar: 120 misstanden in de varkenshouderij.
Klik op de snelkoppeling en kijk onderaan de pagina bij de plaatjes. Honderdtwintig misstanden, dat is niet mis. Natuurlijk zit er wat overlap in en zijn er vrij wat die op lang niet elk bedrijf voorkomen, maar toch. Zaken als niet kunnen wroeten (6), geen modderbad (7), onvoldoende vluchtmogelijkheden (12), kreupelheid en ontstekingen (32) komen bij elke gangbare mesterij voor, en bewegingsbeperking (35), geen natuurlijke dekking (40), beperkt contact tussen moeder en biggen (54), te jong spenen (80) en vele andere bij elke gangbare zeugenhouderij, enzovoort.
Kortom: hoewel de meeste varkens misschien een redelijk leven hebben doordat ze niet beter weten, wordt er heel wat geleden voor ons karbonaadje. Om van de weeromstuit dan maar helemaal geen (varkens)vlees meer te eten gaat me te ver, maar er moet wel iets veranderen.
Volgens Varkens in Nood zou de oplossing liggen in het heffen van accijns op vlees. Bij accijns denk ik aan winst voor de overheid; het is dan maar te hopen dat de overheid dat geld doorgeeft aan de varkenshouders in ruil voor dierenwelzijnsverhoging, en niet uitgeeft aan andere projecten, of rijke zakenlui met de winst laat strijken.

Maar… de grootste misstand staat er niet bij. Wellicht heb je het vorige week wel op het nieuws gehoord: er zijn te veel varkensboeren; van de vijfduizend moeten er tweeduizend verdwijnen om de sector weer gezond te maken. Wat is dit voor waanzin? Waarom hoor ik niemand meer over minder varkens per bedrijf? Nederland is echt niet gebaat bij de op hol geslagen schaalvergroting van de afgelopen halve eeuw. Minder varkens per bedrijf zou de sector even gezond maken en tweeduizend banen behouden.

Minder dieren per bedrijf, dus. Dat moet ook wel met buitenvarkens. Bedrijfstechnische voordelen heeft scharrel trouwens ook. De belangrijkste problemen die een varken kan ondervinden in een betonnen stal zijn longontsteking en gewrichtsontsteking; twee zaken waarvan een scharrelvarken zelden last zal krijgen, door de frisse lucht, de zachte ligplek en de betere weerstand. Kortom: nauwelijks medicijn- en veeartskosten.
Voor wie het echt goed wil doen is er een mooi voorbeeld van een win-win-winsituatie: een Brabantse varkenshouder weidt zijn dieren in het bos, waarbij geen extra grond nodig is, geen buitenlands voer hoeft te worden aangevoerd en de boswachter geholpen wordt aan een kiembed voor jonge bomen. Natuurlijk kan dit op te weinig plekken voor al het varkensvlees dat Nederland nodig heeft, maar toch op meer plekken dan nu gebeurt.
Ook hier past dus de oproep die ik eigenlijk wel bij ieder landbouwonderwerp wil laten horen: Laat natuur en landbouw weer samengaan!